Leesimpressies

  • Hans Achterhuis: De utopie van de vrije markt

  • Nr. 16 - 2010
  • Soms lees je een boek dat je definitie van de werkelijkheid voor altijd bijstelt. De markt van welzijn en geluk uit 1979 van Hans Achterhuis ontketende bij mij dat effect. Met als inspiratiebron wat de filosoof Ivan Illich had gedaan met instituties als het onderwijs en de geneeskunde nam Achterhuis de welzijnssector op de korrel. Juist van welzijnswerk werd in de jaren zeventig veel heil verwacht. De gedachte, dat een betere samenleving maakbaar was, stond recht overeind. Achterhuis liet zien dat achter de façade van het mobiliseren van potenties bij mensen met een achterstand het eigenbelang van de professionele hulpverlener schuil ging. Het aanbod van de zachte sector was geen antwoord op een realistische vraag maar een kweekvijver voor behoeftes die feitelijk nauwelijks bestonden. Achterhuis schetste een mechanisme dat mij de ogen opende om met reserves naar goede bedoelingen te kijken. Bekommernis omhult afhankelijkheid.

    Wat het boek van Achterhuis, afgezien van de inhoud, bijzonder maakte, was de persoonlijke context. Achterhuis stond bekend als iemand uit het progressieve kamp en juist hij liet een links stokpaardje struikelen. Preken voor eigen parochie was niet zijn handelsmerk. Hoewel Jan Marijnissen mij meer denker lijkt dan Mark Rutte zou ik een kritisch boek over het neoliberalisme toch bij voorkeur van Rutte lezen. Dat kritische boek ontbreekt nog. Achterhuis vulde ondertussen dat gat op.


    Elke utopie spiegelt de mensen een werkelijkheid voor van welvaart, harmonie en geluk; het geloof in de vrije markt is niks anders dan een utopie


    Het onderwerp utopie houdt Achterhuis al enige tijd bezig. Met als aanleiding de kredietcrisis heeft hij zich in de vraag verdiept of er een kapitalistische utopie bestaat. Utopieën, als uitdrukkingen van een onmogelijke werkelijkheid, kennen gewoonlijk een socialistische of technologische signatuur. De vrije markt zou geen utopie maar een realiteit zijn. Achterhuis laat zien dat die aanname niet klopt. Het neoliberalisme is politiek groot geworden onder de vlag van Reagan en Thatcher. Voor het utopische karakter kan men terecht bij het werk van de schrijfster Ayn Rand en met name bij haar roman Atlas shrugged. De vuistdikke roman biedt meeslepende lectuur. Rand werd in 1905 geboren te Petersburg en kwam in 1926 naar Amerika met een afkeer van het collectivisme en een hang naar individualiteit. Ze overleed in 1982. Haar overtuiging, een onvoorwaardelijk geloof in de vrije markt, werkte zij uit in romans en in de filosofie van het Objectivisme. Na de bijbel is Atlas shrugged volgens Amerikanen het invloedrijkste boek van de twintigste eeuw. Het is een lofzang op het kapitalisme in zijn meeste rauwe vorm, greed is good. Alan Greenspan, jarenlang de baas van de Fed, behoorde tot de meest loyale aanhangers. Zijn denken is gevormd door Ayn Rand, zo valt te lezen in zijn autobiografie. Achterhuis benadrukt dat de waarde van de vrije markt meer een geloof dan een feit is. Hij schetst de opvattingen van verwante filosofen vanaf Aristoteles door de eeuwen heen. Ironisch genoeg blijkt dat het juist de overheid is geweest die de vrije markt heeft mogelijk gemaakt. Zonder overheid was er geen vrije markt gekomen. Dat moet lastig te verteren zijn voor discipelen die allergisch zijn voor elke overheidsinterventie. Behalve in de politiek, het bankwezen en de literatuur, kent het neoliberalisme ook sterke wortels in de economie. Voortbordurend op het werk van de Oostenrijker Friedrich von Hayek is de naam van Milton Friedman onlosmakelijk verbonden aan het neoliberalisme. Hij zette zich af tegen John Maynard Keynes die een belangrijke rol voor de staat zag weggelegd op het moment dat door vraaguitval de economie stagneerde. Via overheidsinvesteringen kon het tij gekeerd worden. Voor de neoliberalen is dat alles een gruwel. Alle reparaties door de overheid zijn kunstmatig en daardoor lapmiddelen. Op termijn kan alleen de markt voor echt herstel zorgen.

    Achterhuis presenteert een interessant cijfer om The battle of the M’s te beslechten. In de periode van 1951 tot 1980, zeg maar tijdens het koninkrijk van Maynard Keynes, bedroeg de mondiale economische groei gemiddeld 4,8% procent per jaar. Tijdens de heerschappij van Friedman, van 1989 tot 2009, bedroeg dat groeipercentage 3,2%. Als die cijfers kloppen is dat een geduchte aanval op de achilleshiel van het kapitalisme, het groeicijfer van de economie. Van het menselijke gezicht hoefde de ideologie van de vrije markt het immers niet te hebben. Een gemengde economie is beter voor de hebzucht. Eerder in het boek is het Chili van Pinochet naar voren gekomen als voorbeeld waarin na de omverwerping van de regering Allende de droom van de vrije markt eindigde in een nachtmerrie.

    Hoewel Achterhuis het denken van vele filosofen in kort bestek de revue laat passeren, hebben de verwijzingen naar de actualiteit mij het meest geboeid. De opvattingen van More, Locke, Bentham, Marx, Durkheim en anderen bieden veel academische twistpunten. Waar het echt op aankomt is de confrontatie met de werkelijkheid. Achterhuis is ervan overtuigd geraakt dat de beloftes van de vrije markt een hoog gehalte aan drijfzand kennen. Nu is het wachten op het ontwaken van Mark Rutte. Voor 9 juni valt dat niet te verwachten.