Leesimpressies

  • Hans Maarten van den Brink: Koning Wilders

  • Nr. 9 - 2017
  • De verkiezingen zijn achter de rug. Lang stond Wilders ruim aan kop in de peilingen. Hij won vijf zetels maar werd niet de grootste. Ook behaalde hij minder zetels dan in zijn topjaar 2010. De buitenlandse pers vertrok spoorslags naar nieuwe brandhaarden. Brexit en Trump hadden geen vervolg gekregen. Binnenlands konden we onze eigen conclusies trekken. Er was sprake van een ruk naar rechts. Het frisse elan van Jesse Klaver was de uitzondering op de regel. De PvdA loodste Nederland met ingrijpende maatregelen uit de crisis maar werd daarvoor niet beloond. Mevrouw Bussemaker zakte door de glazen vloer. Het puzzelen om met minimaal vier partijen een meerderheidsregering te vormen kan beginnen. Verheugend uit democratisch oogpunt was de hoge opkomst. Zo’n 80% van de bevolking vond dat stemmen er toe doet. Voor mij blijft het opvallendst aan de uitslag het aantal van 1,3 miljoen mensen dat op de PVV heeft gestemd. Wat zien mensen in een man die in zijn eigen partij geen democratie duldt en evenmin over een verkiezingsprogramma met beleidsvoorstellen beschikt? Bovendien een man die liever carnaval viert dan in debat gaat met andere politici. Schrijver Hans Maarten van den Brink publiceerde vlak voor de verkiezingen een boekje waarin hij zijn licht over het fenomeen Wilders laat schijnen.

    Er is tijdens de campagne door politieke partijen veel begrip opgebracht voor de boze witte man. De media zagen de boze witte man over het hoofd. Zijn stem kwam niet aan bod. Dat verzuim diende recht getrokken, vond onder meer de cheffin van de publieke omroep. Of zoals de boze witte man het zelf bij voorkeur uitdrukt: de media’s heeft ons gedemoniseerd. Hans Maarten van den Brink ging bij zichzelf te rade en ontdekte dat hij, kijkend in zijn kennissenkring, slechts één witte man kende. Die man was hijzelf. De berichtgeving in het nieuws inclusief de commentaren die dat nieuws ontlokte, vormde de bron voor zijn boosheid. Zijn ergernis strekte zich niet alleen uit naar het gedachtegoed van Wilders maar ook naar de politiek correcte tegenpolen. De verheerlijking van onze cultuur op basis van onze joods-christelijke traditie is hem een gruwel. Wij houden nieuwkomers de gelijkheid tussen man en vrouw, de gelijkheid tussen homo en hetero voor, alsof die verworvenheden al eeuwen hier aan de macht zijn. Dat is slechts enkele decennia het geval en die gelijkheid moest vooral bevochten worden op christelijke gezagsdragers en christelijke politieke partijen. Er zit veel hypocrisie in de borstklopperij gericht op de eigen cultuur. Zo plaatst Van den Brink ook de nodige vraagtekens bij de zalig verklaring van de vrijheid van meningsuiting. Hij hekelt de extreme meningen die in de kwestie Zwarte Piet gretig de arena in zijn geslingerd. Hij onderkent dat het toegestaan is om te kwetsen, want vrijheid is per definitie onveilig maar werpt de vraag op of je dat moet willen.

    De vraag is of je dat wilt doen, in de wetenschap dat iemand anders zich daar ellendig door voelt. De vraag is of je je kunt voorstellen dat jouw vanzelfsprekendheid pijnlijk is voor iemand anders


    Een groot deel van de publicatie handelt over een paar merkwaardige hobby’s van Wilders. De leider van de PVV leest graag de Donald Duck en zijn favoriete attractie is de Efteling. Van den Brink behoort tot die kleine minderheid in Nederland die tot voor kort nooit in de sprookjeswereld van Kaatsheuvel op bezoek was geweest. Hij verdiept zich in de wereld van Anton Pieck en spreekt met de directeur van het park. Dat leidt tot beschouwingen over de relatie tussen de sprookjeswereld en de werkelijkheid. Voor mij is dat een weinig overtuigende aanpak om de wereld van Wilders te doorgronden.
    Behalve de economische tweedeling tussen links en rechts, voor of tegen het neoliberalisme, is er in Nederland sprake van een tweedeling in het electoraat naar culturele normen. Daar staat het kosmopolitisme tegenover het nationalisme. Simpel gezegd bestaat de eerste categorie uit hoog opgeleide mensen uit de grote stad; de tweede uit laag opgeleide mensen uit de provincie. Bepalend is of je met vertrouwen of met angst naar de toekomst kijkt. Dat laatste gaat gepaard met een idealisering van het verleden. Tegen vreemdelingen, tegen de islam, tegen de EU, voor de gulden. Wilders vormt de radicaal benepen variant van het nationalisme. Het sentiment dat hij bespeelt zal er zijn zolang niet iedereen de vruchten ervaart van het kosmopolitisme. Wilders zal daar niet lang meer het boegbeeld van zijn. Het einde van zijn houdbaarheidsdatum als stemmentrekker komt in zicht. Regeringsmacht zal hij nooit krijgen. Die stations zijn gepasseerd. Zijn toekomst ligt niet in Den Haag. Hij gaat ofwel het buitenlandse lezingen circuit in op voorwaarde dat daar voldoende profijt is te halen of hij zal in eigen land weggepromoveerd worden. Gouverneur van Limburg of burgemeester van Volendam zouden opties kunnen zijn.
    Pijnlijker is het om te zien dat de macht weliswaar niet is weggelegd voor Wilders maar dat zijn invloed groot is. Zijn gedachtegoed is door de meeste partijen in meer of mindere mate geannexeerd. We hebben een pleur op premier en het CDA kon voor het eerst in lange tijd een grote winst boeken met nationalistische paradepaardjes als het Wilhelmus, de dubbele nationaliteit en de dienstplicht. Er is nu zelfs een bekakte variant van de PVV in de Tweede kamer gekozen met een voorman die op televisie demonstreert hoe hij aan een lavendelzakje ruikt. Uiteindelijk dus bloemen voor verliezer Wilders.
    Hoewel ik een bewonderaar ben van het werk van Hans Maarten van den Brink acht ik de meerwaarde van dit in de haast van de actualiteit geschreven werk beperkt. Liever herinner ik mij de auteur als de schrijver van Reis naar de West waar ik tijdens een bezoek aan Curaçao plezier aan beleefde of als de man die met Dijk vorig jaar ijzersterk terug kwam na een lange periode van boekenstilte.