Leesimpressies

  • Hans Saabye Christensen

  • Nr. 5 - 2020
  • In het werk van Lars Saabye Christensen kun je terecht voor bizarre plotwendingen, toevallige ontmoetingen en de eeuwige terugkeer van hetzelfde. Bindmiddel tussen alle verwikkelingen zijn personages met een vlekje. Loosers met talent. Zij reiken graag boven hun macht om vervolgens mis te tasten. Volgens velen geldt De halfbroer als zijn meesterstuk. Het werk stamt uit 2001 en bevat een wervelende geschiedenis van meer dan 700 bladzijden. Ook de Nederlandse versie heeft inmiddels vele drukken achter de rug. Het is John Irving op bezoek in Oslo. De roman schetst het leven van Barnum Nilsen, ik-figuur en alwetende verteller ineen. Hij schudt moeiteloos de gebeurtenissen van voor zijn geboorte uit de mouw. Aan het verhaal leveren vijf generaties hun bijdrage. Barnum heeft zijn opvallende naam te danken aan zijn vader die een blauwe maandag aan een circus verbonden was. Gevraagd of zijn naam een synoniem is, geeft hij standaard als antwoord. ‘Het is mijn echte naam. Maar ik gebruik hem als synoniem.’ Bij Lars Saabye Christensen zijn de zaken vaak net even anders dan je verwacht. Humor zorgt ervoor dat het allemaal niet te zwaar wordt.

    Een belangrijke datum in de roman is 8 mei 1945. In Noorwegen kwam toen een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Op die dag werd Vera, die jaren later de moeder van Barnum zou worden, verkracht door een man van wie zij zich alleen herinnerde dat hij een vinger miste. Op dezelfde dag neemt De Oude, de overgrootmoeder van Barnum, afscheid van de boeken van Nobelprijswinnaar Knut Hamsun. Hij was haar favoriete schrijver maar heulde met de nazi’s. Dat kon niet langer getolereerd worden. Vera besluit haar zwangerschap te voldragen en schenkt het leven aan een zoon die Fred genoemd wordt wat in het Noors vrede betekent. Als enkele jaren later de vader van Barnum in een gele glimmende Buick Cabriolet zijn opwachting maakt bij Vera, komt het tot een huwelijk met de geboorte van Barnum als resultaat. Fred en Barnum zijn halfbroers. De vader van Fred miste een vinger, de vader van Barnum een hele hand. De twee hebben een hechte maar moeizame relatie. Fred is voor zijn jongere broer beurtelings beschermheer en pestkop.
    In de familietraditie zijn de vrouwen de sterkhouders en de mannen de ongrijpbare wegduikers. Dat begon al met de echtgenote van De Oude, zelf een ster in het tijdperk van de stomme film. Haar man Wilhelm bleef in het ijs van Groenland achter tijdens een expeditie om een muscusos mee naar Scandinavië te nemen. Het stel kreeg een dochter Boletta die op haar beurt ook weer een dochter kreeg: Vera. Van Boletta’s man en dus van Vera’s vader ontbreekt in de roman ieder spoor. Weggedoken zonder aanwezig te zijn geweest.
    Naast de familie spelen twee vrienden van Barnum een cruciale rol in het boek. Het zijn Peder en Vivian. De drie vormen een stevig bondgenootschap nadat zij elkaar hebben leren kennen op de eerste en laatste dag van hun dansles. Peder en Barnum zijn de gemeenschappelijke verloofdes van Vivian al zal zij uiteindelijk alleen met Barnum trouwen. Ook als echtgenoot weet Barnum zijn talent niet volledig te benutten.

    Ik werd bevangen door een grote eenzaamheid en wanhoop, want we weten slechts van elkaar wat we zien, we staan met een loep midden in de melkweg, en wat we zien is ook niet waar, we weten weinig tot niets, we zijn los van elkaar en ieder voor zich, we zijn slechts onschuldige waarnemers, en over onszelf weten we nog minder


    Tot de frustraties van Barnum behoort zijn geringe lengte. Hij zet ter markering strepen op de muur en moet constateren dat de groei stagneert. Het vormt de aanleiding tot het incasseren van vernederingen tot en met fysiek geweld aan toe. Barnum is klein en vriend Peder is dik. Hun vriendschap evolueert tot een zakelijk partnerschap. Barnum is goed in dromen en Peder in getallen. Barnum wordt scenarioschrijver en Peder zijn manager. In het begin van het boek, voordat de familiegeschiedenis ontvouwd wordt, treffen we de twee aan op het filmfestival van Berlijn. Barnum vlucht in de alcohol wat zijn manier van wegduiken is. Aan de rand van het vermaarde Hotel Kempinski treft hij Cliff Richard. In een Noorse sigarenwinkel loopt hij Sean Connery tegen het lijf. Op weg naar Italië komt hij in Hamburg in aanraking met een optreden van de dan nog onbekende Beatles.
    Christensen is soms wat al te scheutig met de vele verhalen die kennelijk in zijn hoofd rondzwerven. Het was misschien niet nodig geweest om alles in hetzelfde boek te proppen. Als halfbroer Fred niet gedurende het grootste deel van het boek afwezig was geweest, zou de omvang nog dramatischer vormen hebben aangenomen. Christensens gedrevenheid heeft hij tot uitdrukking gebracht in het bespelen van diverse literaire registers. Denk onder meer aan poëzie, thrillers en kinderboeken. Af en toe slaat hij een doodlopende weg in. Fantasie laat zich lastig beteugelen. Iets meer focus zou de roman nog sterker hebben gemaakt. Wie het allemaal wat te veel wordt, kan een beroep doen op een alternatief. Nicolien Mizee schreef een boek met dezelfde titel. Haar Halfbroer blijft binnen de perken der wijdlopigheid. Zij is minder John Irving.
    middelr@xs4all.nl