Leesimpressies

  • Hedi Kaddour: De oppermachtigen

  • Nr. 24 - 2018
  • Na de Amsterdamse grachtengordel en de Zeeuwse bible belt was ik toe aan een blik wat verder voorbij de horizon. Hedi Kaddour ontving voor zijn roman de Grand Prix du roman de l’Académie Française en werd genomineerd voor de prix Goncourt. Met dergelijke geloofsbrieven kun je op de Nederlandse markt verschijnen. Het verhaal speelt in het begin van de jaren twintig in de vorige eeuw. Plaats van handeling is een Frans protectoraat in de Maghreb. Het ligt voor de hand om daarbij aan Tunesië te denken, het land waarvan de vader van de auteur afkomstig is. De verhoudingen tussen de Fransen en de autochtone bewoners hullen zich in ogenschijnlijke rust en stabiliteit. Dat wordt allemaal anders als een groep vreemdelingen op het toneel verschijnt. Een Amerikaanse filmploeg komt in het plaatselijke decor opnamen maken. Het gedrag van de nieuwkomers zorgt voor opschudding. De plaatselijke verhoudingen beginnen te schuiven. Onderhuidse spanningen manifesteren zich. Alle spelers zijn bezig een nieuwe rol te vinden. De roman zoomt in op enkele representanten van de verschillende bevolkingsgroepen. De rust is voorbij naar het zich laat aanzien voor lange tijd.

    In het geval van een protectoraat blijft het gezag formeel bij de lokale gezagsdragers. Bij een kolonie neemt het moederland het beheer volledig over. In een protectoraat kijkt men over de schouder mee. Een protectoraat vergt balanceerkunst van alle partijen. De eerste autochtone bewoner die de lezer leert kennen is de 23-jarige weduwe Raina. Zij had een gelukkig huwelijk maar haar man is gesneuveld in de oorlog. Raina is een eigenzinnig type. Ze leest boeken. Haar vader, een man met aanzien uit de hoofdstad, ziet haar graag gekoppeld aan een nieuwe man. Ook haar broer zet zich voor een nieuwe verbintenis in. Raina heeft geen haast en heeft zo haar eigen voorkeuren. Verder is er haar neef Raoef, net afgestudeerd en vol ambitieuze plannen. In Raoef huist een opstandige geest. Het verhaal speelt zich af in Nahbès, niet zo ver verwijderd van de hoofdstad. De stad is feitelijk opgesplitst in twee componenten. Aan de ene kant vind je de vestingwerken, de moskee en de soeks, aan de andere kant het postkantoor, ziekenhuis, station en de vermaarde avenue Jules-Ferry. De inheemse stad onderscheidt zich sterk van het Europese deel. In het Europese deel kom je de Fransen tegen. Grootgrondbezitter Ganthier is in die kring een belangrijk man. Je komt er natuurlijk ook de advocaat, de dokter en de onderwijzer tegen. De Fransen, als een kring van oppermachtigen, treffen elkaar in de salon van het Grand Hotel. Zij steken de plaatselijke bevolking met genoegen de ogen uit.

    De oppermachtigen zijn veel beschaafder dan al die inboorlingen, wij zijn veel belangrijker, de elite, dus op ons rust de plicht hen te besturen, en dat voor heel lang, want zij zijn heel traag, en wij sluiten ons aaneen om dat naar beste weten te doen, wij zijn de invloedrijkste vereniging, de machtigste organisatie van het land


    De plaatselijke jongelui hebben hun eigen plek van samenkomst. Bij sommigen onder hen smeult het vuur van een revolutie. In die context is daar opeens de Amerikaanse filmploeg onder aanvoering van regisseur Neil Daintree en zijn mooie vrouw Kathryn Bishop, tevens hoofdrolspeelster in de film. De Amerikanen trekken onmiddellijk alle aandacht naar zich toe. Zij zijn luidruchtig, rijden in opzichtige auto’s, kleden zich in golfpantalons en roepen naar elkaar van het ene trottoir naar het andere. Zij gedragen zich alsof ze thuis zijn. Hoewel je een natuurlijk bondgenootschap zou verwachten tussen de Fransen en Amerikanen brengen de nieuwkomers hun eigen opvattingen mee. In hun ogen is het normaal dat een land vrij is van overheersers en op eigen benen staat. De jonge revolutionairen zien in de komst van de Amerikanen een aanmoediging om hun wensen kracht bij te zetten.
    Tussen alle partijen door beweegt zich de vrijgevochten Gabrielle Conti. Zij is journaliste en knoopt graag met iedereen betrekkingen aan. Tussen Amerikanen, autochtonen en Fransen ontstaan nieuwe dwarsverbanden. Raoef moet om uit handen van de politie te blijven een poosje het land uit. Hij maakt een reis naar Frankrijk en Duitsland onder de hoede van Ganthier. In Duitsland ervaart hij hoe dat land gebukt gaat onder de oorlogsschuld aan de overwinnaars. Ook de filmploeg vertrekt zonder dat hun product gereed is. Na een jaar keert iedereen terug en dan blijkt dat de geest definitief uit de fles is.
    Hedi Kaddour voert een groot aantal personages op om zijn verhaal te vertellen. De omgangsvormen zijn omslachtig. Figuranten komen en gaan. Mensen zeggen elkaar de wacht aan via vele omwegen bijvoorbeeld in de vorm van metaforen. Het is een voortdurende strijd van dubbele agenda tegen dubbele agenda. Ogenschijnlijk is het leve de lol. Tussen de feesten en nieuwe verhoudingen door gist het ongenoegen door naar een volgende fase. De meeste personages zijn te opportunistisch om op de sympathie van de lezer te mogen rekenen. Iedereen lijkt het slachtoffer van de omstandigheden. Er is een machtsspel gaande waarvan niemand de regels kent. De ruimte om zelf te schuiven is beperkt. Men wordt geschoven. Als dat de boodschap van de auteur zou zijn, dan is hij geslaagd.