Leesimpressies

  • Hella Haasse: Huurders en onderhuurders

  • Nr. 2 - 2006
  • Een kleine tien jaar ben ik lid van een leesclub. Ongeveer eens in de twee maanden komen we bijeen. We nemen terloops de wereld door, leveren bruikbare suggesties aan Van Basten en bespreken twee boeken. Bij toerbeurt is iemand gastheer wiens taak het is een restaurant te bespreken of zelf in de keuken zijn kunsten te vertonen. Niemand hoeft een inleiding te verzorgen. De discussie is vormvrij. De decibels die we produceren blijven gewoonlijk binnen de grenzen van het betamelijke. Eén keer is het voorgekomen dat iemand een boek uit ergernis door de kamer gooide terwijl een ander dat werk net om zijn originaliteit geroemd had. Wie wil weten waar het gelijk lag kan het best zelf A heartbreaking work of staggering genius van Dave Eggers ter hand nemen.

    Leesclubs mogen zich in een grote populariteit verheugen. Vrij Nederland portretteerde ooit een aantal van dit soort gezelschappen in een uitgebreide reportage. NRC Handelsblad heeft er in de krant een vaste rubriek van gemaakt en uitgeverij Querido brengt speciale boekedities op de markt. In die reeks verscheen onlangs Huurders en onderhuurders van Hella Haasse. Het zijn van een leesclubeditie wil zeggen dat de roman gevolgd wordt door een nawoord, in dit geval van Margot Dijkgraaf, en door een tiental vragen.

    Hella Haasse heeft een omvangrijk oeuvre op haar naam dat begon met Oeroeg. Een novelle uit 1948 over een vriendschap die uiteindelijk niet bestand bleek tegen de last van de koloniale verhoudingen. Haar laatste roman Sleuteloog dateert uit 2002 waarin een oude vrouw terugkijkt op haar leven en geleidelijk een onthutsende kijk ontwikkelt op een vriendschap en op haar grote liefde. Twee prachtige boeken waartussen chronologisch gezien Huurders en onderhuurders ongeveer halverwege is te plaatsen.

    De huurders zijn de echtgenoten Frits en Nora Dupels. Zij leerden elkaar kennen in een herstellingsoord waar zij werkte en hij cliënt was. Hij kwam daar terecht na zijn baan als ambtenaar op een departement verloren te hebben ondanks de inspanningen om zijn superieur Doodvorst behulpzaam ter zijde te staan. Ook als schrijver draagt Dupels een fiasco met zich mee. Frits en Nora Dupels proberen onderdak bij elkaar te vinden. Met hulp van Doodvorst krijgen zij als hoofdbewoners de beschikking over een deftig herenhuis grenzend aan een park. Tussen de echtelieden bestaat nauwelijks echt contact. Zwijgen is hun handelsmerk. Zij zijn de gevangenen van hun eigen obsessies. Frits sluit het gordijn van zijn erkerkamer om daar hoogdravende colleges te geven. Een gehoor ontbreekt. Nora brengt haar tijd binnenshuis slovend door. Zij ontwikkelt een fascinatie voor één van de onderhuurders, juffrouw Hornkes. De namen in deze roman lijken trouwens ingefluisterd door Bordewijk. Juffrouw Hornkes is gescheiden en vult haar alimentatie aan als tweede secretaresse-penningmeesteresse van een vrouwenleeskring. Zij weet het vermogen van dit genootschap op onreglementaire wijze lichter te maken tot haar eigen voordeel.

    Een andere onderhuurder is Joost Walter. De tuinkamer is zijn domein waar hij kan ontsnappen aan zijn slechte huwelijk. Hij verzorgt daar bijlessen en probeert zijn idealistische opvattingen over onderwijs bot te vieren die hij overdag als leraar niet kwijt kan. Later maakt juffrouw Graving op zolder nog haar opwachting als onderhuurder. De bewoners van het huis leven langs elkaar heen al proberen zij soms een ander voor hun karretje te spannen. De enige met succes daarin is juffrouw Hornkes. Zij kan anderen naar haar hand zetten. De bewoners delen behalve het huis vrijwel niets. Het huis fungeert als toevluchtsoord voor hun gefnuikte maatschappelijke ambities. Hun bedompte levens maken het voor de lezer moeilijk om enige sympathie te voelen voor hun handelingen.

    Het boek maakt de indruk in een eerdere tijd dan 1971 te spelen. Het taalgebruik bevestigt dit vermoeden op sommige plaatsen. Veel doet oud om niet te zeggen ouderwets aan. Wat te denken van “opulent in barokke brokaten draperieën” of “kittig tikkende rococo-pendule” of “donkergekleurde plaids over de canapé”. Nergens staat expliciet een jaartal beschreven met de tijd waarin het boek speelt. Het lijkt er echter toch op dat het boek speelt in de periode waarin het is verschenen. Zolang een auteur geen informatie verstrekt dat het anders is, kun je verdedigen dat het heden de juiste tijdsaanduiding bevat. Aan de tekst vallen bovendien argumenten te ontlenen dat het beschrevene niet veel ouder kan zijn. Er wordt hele avonden tv gekeken; er is sprake van beat of pop muziek en iemand draagt een minirok. Dat laatste ziet mijn geheugen als overtuigend bewijs dat het hier onomstotelijk 1971 moet betreffen.

    In het algemeen vind ik het geen aanbeveling als een boek veel ouder aandoet dan het feitelijk is. Daar komt nog bij dat de schrijfstijl stroef is. Het gaat slechts om 142 bladzijden maar je komt er niet makkelijk door heen. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat Haasse veel tussen haakjes beweert. Op bijna elke bladzij komt dat voor en vaak wel een keer of drie. Haakjes belemmeren de voortgang als drempels op een openbare weg. Een paar honderd haakjes is echt te veel. Wie van de personages ook het woord voert, zij gebruiken allemaal deze stijlfiguur. Wat tussen haakjes staat, bevat een mededeling van tweede garnituur. Dat kan incidenteel zinvol zijn maar in z’n grote getale zou die informatie of weggelaten kunnen worden of verzwaard met gewicht buiten haakjes een plek kunnen krijgen.

    Verdorde levens, die nooit in bloei gestaan hebben, op een weinig meeslepende manier beschreven leveren een teleurstellend resultaat op. Illustratief is juffrouw Graving op zolder. Zij isoleert zich om een studie te schrijven over de Romeinse tijd. Zij wil niks met de wereld om haar heen te maken hebben. Haasse geeft ons tegen het eind inzage in wat zij schrijft. De lezer ziet dan de parallellen met de eigen wereld om haar heen hetgeen juffrouw Graving zelf volledig ontgaat. Dat is misschien het enige dat me bij zal blijven. La grande dame van de Nederlandse literatuur was hier zeker niet in topvorm.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: