Leesimpressies

  • Herman Brusselmans: Muggepuut

  • Nr. 18 - 2007
  • Het begrip schelmenroman is in onbruik geraakt. Desondanks schrijft Herman Brusselmans er jaarlijks een paar in een eigentijds jasje. Of dat niet genoeg is produceert hij ook nog vele

    columns. In het weekblad Humo of in de krant Het laatste nieuws of waar dan ook. In de krant schrijft hij over sport. Eens was hij een begenadigd voetbaltalent. Nu is hij supporter van AA Gent en liefhebber van wielrenner Peter van Petegem, de zwarte van Brakel. Misschien nog wel meer liefhebber van mevrouw Van Petegem, een gewezen miss België. Zij weet zijn enthousiasme naar grote hoogte te stuwen. Wie bij praatprogramma’s op de televisie radeloos wordt van slap geouwehoer, valt aan te raden een willekeurig boek van Brusselmans open te slaan. Ook dan stuit je op geouwehoer maar het niveau is veel onderhoudender. Zo ook in de laatste Brusselmans genaamd Muggepuut.

    Danny Muggepuut is schrijver en wel één van de befaamdste van Vlaanderen. Hij is bezig aan zijn tiende roman. De openingszin van het boek somt alle titels op van zijn eerdere werk. Toen die werden voorgelezen in het programma De wereld draait door kreeg Brusselmans spontaan applaus. Krankzinnige titels bedenken is geen exclusieve kwaliteit van Danny Muggepuut. Brusselmans zelf kan er ook wat van. Wat te denken van Het mooie kotsende meisje, Vrouwen met een IQ of De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa. Provoceren behoort tot de huisstijl.

    Naast het schrijven vindt Muggepuut tijd om te fungeren als voorzitter en coach van minivoetbalclub Real De Rakkertjes. Op een dag belt een journaliste van een krant met het verzoek een ontmoeting te arrangeren tussen schrijver Muggepuut en een kring van trouwe lezers. Dat zet een reeks van merkwaardige ontmoetingen in gang. De handeling is in een roman van Brusselmans maar bijzaak. Vele figuren maken hun opwachting. Etablissementen krijgen bezoek. Dames wordt op hun seksuele merites beoordeeld. Veel kenmerkender is echter de toon waarop het verhaal verteld wordt. Brusselmans hanteert een dwarse logica waarbij staande uitdrukkingen een ontregelende betekenis krijgen. Brusselmans is een aangenomen zoon van Gerard Reve.

    Er is veel misantropie over de medemens waarbij de eigen voortreffelijkheid slechts beperkt troost biedt. Er zijn politiek incorrecte grappen en dwangneurotische herhalingen. Verschillende zinnetjes duiken bij herhaling op. Een favoriet zinnetje inMuggepuut is “Hij liep naar de koelkast en at staande een worst”. Zinloos, vervreemdend maar daardoor soms onweerstaanbaar geestig. Net als bij Reve kwelt de vraag waar de scherts ophoudt en de ernst begint? Wat is het fundament van al die balorigheid? Hoe ironisch is de ironie? Het geheim van Brusselmans’ schrijverschap ligt wellicht in de omstandigheid dat de antwoorden op dergelijke vragen niet met zekerheid verkrijgbaar zijn.

    Wat zal Brusselmans genoten hebben toen de bekende modeontwerpster Ann Demeulemeester naar de rechter stapte, omdat zij zich beledigd voelde door passages in de roman Uitgeverij Guggenheimer. Dat boek moest zelfs uit de handel worden genomen maar gelukkig had ik het bijtijds aangeschaft. Nooit doen lijkt me, je beledigd voelen door Brusselmans. Bekende Vlamingen zijn vaker het mikpunt bij Brusselmans maar de meesten houden zich ogenschijnlijk aan genoemde vuistregel.


    Wat hebben de volgende uiteenlopende onderwerpen met elkaar gemeen: het gebruik van het woord parmezaan als Parmezaanse kaas bedoeld wordt; een goudvis; de definitie van een dwerg en het doseren van morfine via een pompje? Hoewel het gekunsteld aandoet ziet Henk Spaan kans om deze vier elementen een plekje te geven in zijn column in het meinummer van het tijdschrift Onze Taal. Wat Spaan niet vermeldt is dat deze onderwerpen allemaal voorkomen in de eerste 32 bladzijden van Muggepuut. Een columnist mag en kan overal inspiratie uit putten maar een verwijzing naar Brusselmans was wel eleganter geweest. Als verzachtende omstandigheid mag gelden dat ik in de definitiekwestie de variant van Spaan sterker vind. Danny Muggepuut spreekt van een dwerg wanneer iemand kleiner is dan 1 meter 40 en een baard heeft. Spaan hanteert als kwalificatie een verticaal uitgedaagd persoon.


    Het boek begint met een telefoontje van een journaliste en eindigt daar ook mee. Het krantenartikel blijft maar reacties oproepen. De redactie wil de ontmoeting met lezers nog een keer overdoen. Hoewel Muggepuut als gevolg van de eerste afspraak zelfs het ziekenhuis ingeslagen is, verklaart hij zich bereid. Dan volgt de slotzin. “In zijn ogen verscheen ineens de blik van een vrolijke man, die hij niet was.”

    Na iedere Brusselmans denk ik het nu wel te weten. Het was weliswaar aardig maar ook meer van hetzelfde. Ik slaag erin om twee of drie titels te negeren als chips in de supermarkt. Tot er een nieuwe titel verschijnt en er iets begint te kriebelen. Enzovoort, enzovoort.