Leesimpressies

  • Herta Müller: Vandaag was ik mezelf liever niet tegengekomen

  • Nr. 7 - 2010
  • Het werk van Herta Müller kent als terugkerend thema het leven onder de Roemeense dictatuur van Nicolae Ceauşescu. Toen haar vorig jaar de Nobelprijs voor literatuur werd toegekend, zag de wereld een schichtige en charmante vrouw van middelbare leeftijd. Zij bewoog zich ongemakkelijk in het licht van de schijnwerpers. Altijd op je hoede zijn laat sporen na. Snel nadat het nieuws wereldkundig was geworden, portretteerde De Groene Amsterdammer Herta Müller. Het werk uit haar beginjaren werd getypeerd als duister en ontoegankelijk. Later werden haar boeken transparanter. Müller leeft sinds jaren in Duitsland, te midden van de taal waarin ze altijd al schreef. Ik probeerde de uit 1994 stammende roman Hartedier en concludeerde na lezing dat het hier om een werk uit de beginjaren moest gaan. Het is een boek waarin je moeilijk een weg vindt ondanks de soms intrigerende formuleringen. Een herkansing bood me Vandaag was ik mezelf liever niet tegengekomen.

    Toen ik Vandaag was ik mezelf liever niet tegengekomen cadeau kreeg, bleek dat het drie jaar na Hartedier was geschreven. Inderdaad, hier klonk duidelijk hetzelfde geluid door. Herta Müller is geen schrijver die een verhaal met een kop en een staart weet te vertellen. Waarschijnlijk is dat ook niet haar oogmerk. Zij geeft op een impressionistische manier uitdrukking aan wat haar bezig houdt en opvalt. In korte stukken, niet gestructureerd met behulp van hoofdstukken, laat zij een stroom troebele observaties op de lezer los.


    Omdat enkele jaren na de oorlog alleen invaliden als koster werden aangenomen, had hij zijn hand zelf afgehakt


    De openingszinnen zetten de toon. “Ik ben ontboden. Donderdag om tien uur precies.” De vergelijking met de openingszin van Kafka in Het proces dringt zich op. De vrouwelijke hoofdpersoon dient haar opwachting te maken bij majoor Albu die haar aan een verhoor onderwerpt. Dat is een gebeurtenis die vaker plaatsvindt. Een groot deel van het boek bestaat uit indrukken van dat verhoor, de last die het vooruitzicht ervan met zich meebrengt en de reis er naar toe met de tram. De gedachten van de ik-persoon waaien alle kanten op. Het gedrag van de trambestuurder en van sommige medepassagiers worden minutieus onder een vergrootglas gelegd. Dat begint al bij het instappen als de vrouw zich voorneemt een oude man voor te laten gaan. Ze beschrijft de magere man als volgt. “In zijn broek zitten geen billen, geen heupen, alleen knieën.” De stijl van Müller is zeer beeldend. Geleidelijk leren we de hoofdpersoon wat beter kennen. Zij is gescheiden van haar eerste man en leeft nu samen met Paul, zoon van een parfumcommunist. Paul is een liefhebber van brandewijn. Om zes uur gaat de bar open maar pas vanaf elf uur is alcohol toegestaan. Daarom gaat de brandewijn eerst in koffiekopjes en pas later in glazen. De ik-figuur richt zich vaak tot haar vriendin Lili die bij een vlucht naar het buitenland door een grenswacht is doodgeschoten. De hoofdpersoon was werkzaam in een fabriek maar is ontslagen na verklikt te zijn. Overal ligt dreiging op de loer. Via omzichtige beschrijvingen krijgt de lezer de verschrikkingen van het leven in een dictatuur mee. Het is een permanente oefening in ongemakkelijkheid. Er zijn verontrustende signalen die om duiding vragen. Wat is de betekenis van de man die tussen de vuilnisbakken rondstruint? Wat moet de rode auto met de twee inzittenden aan de voet van de torenflat waar de vrouw woont? Is het motorongeluk van Paul toeval of opzet? De vrouw en Paul slapen slecht. Onzekerheid kruipt in alle poriën. Zelfs het taalgebruik lijkt ondergronds te gaan. Wat de verontrusting doet toenemen zijn de behoeftige omstandigheden waarin de mensen verkeren. Mensen staan in de rij voor openbare toiletten en maken gebruik van een draagbare deur als zij aan de beurt zijn. Somberheid is troef. Men zingt een lied waarin de dood wordt voorgesteld als het gratis deel van het betaalde leven. Er zijn vier manieren om met het leven om te gaan: de beste is nooit ontboden worden en niet gek worden. De slechtste is gek worden en ontboden worden. Voor de vrouw en Paul komt het leven neer op wel ontboden worden maar niet gek worden. Dat is al een hele kunst. Het boek is een monotone klaagzang. Dialogen worden zonder aanhalingstekens weergegeven want zijn volkomen ontleend aan de verteltrant van de hoofdpersoon. Zij is niet bereid haar perspectief te delen. Gelukkig staan er in het boek prachtige pareltjes van zinnen. Bijvoorbeeld: “Uitgesloten dat je met kalmte geluk kunt maken.”of “De lege stoelleuningen achter de ramen werden snel passagiers als ik ernaar keek.” Zonder die stijl zou het lezen van Müller je bedrukt de adem ontnemen. Soms is lezen doorzetten. Met de toekenning van de Nobelprijs wordt de schrijver geëerd door de wereld na eerst in eigen land vertrapt te zijn. Zelfs in uitzichtloze omstandigheden kan genoegdoening schuilen.