Leesimpressies

  • Hisham Matar: De terugkeer

  • Nr. 35 - 2016
  • Eind 2010 begon in Tunesië de Arabische lente. Een maand later vonden er vergelijkbare demonstraties in Egypte plaats. Ook in Algerije stak het protest de kop op. Vooral de jongere generatie wilde vrijheid, democratie en welvaart. Ingeklemd tussen aan de ene kant Egypte en aan de andere kant Algerije en Tunesië ligt Libië. Ook daar kwam het verzet van de grond ligt. De aanleiding was verwant: een wrede dictator met te veel dienstjaren. De hoop op een betere toekomst verdween snel. Idealen maakten plaats voor burgeroorlog en anarchie. In de roman van Hisham Matar vormt de politieke geschiedenis van Libië het decor. De focus ligt op de rol van de slachtoffers en wel speciaal op die van de vader van de auteur. Door toedoen van het regime van Khadaffi verdween vader Jaballa Matar van het toneel. Nadat Khadaffi ten val is gekomen ontstaat voor de zoon de gelegenheid om naar zijn vaderland terug te keren om naspeuringen te doen. Leeft zijn vader nog? Waar verblijft hij en als hij is omgekomen hoe is dat dan in zijn werk gegaan? Hisham Matar neemt de lezer mee in zijn zoektocht naar antwoorden. Het verhaal laat zien hoe individuele personen in een dictatuur verloren kunnen raken zonder dat er een haan naar kraait.

    Ooit was Jaballa Matar eerste secretaris van de Libische delegatie bij de Verenigde Naties. Het gezin woonde in New York waar zoon Hisham werd geboren. Na een paar jaar neemt Matar ontslag om terug te keren naar Libië. Heimwee speelde een rol maar ook het ongenoegen over de opstelling van de regering. In 1969 kwam de jonge kapitein Muammar Khadaffi aan de macht. Naarmate de nieuwe machthebber zich gewelddadiger gedroeg nam Matar senior meer afstand van het bewind. Hij belandde in het verzet. Libië is voor tegenstanders geen veilige plek meer. Het gezin Matar vindt onderdak in Nairobi en Cairo. Met medewerking van de Egyptische veiligheidsdienst wordt Jaballa Matar ontvoerd en komt hij terecht in de Abu Salim gevangenis. Daar heeft hij in ieder geval vertoefd van maart 1990 tot april 1996. In die beginperiode ontvangt het thuisfront soms brieven. Daarna wordt het stil. De angst slaat toe, de onzekerheid regeert. Uit getuigenissen blijkt dat de omstandigheden in de gevangenis mensonterend moeten zijn geweest.

    Er zit een element van schaamte in als je niet weet waar je vader is: schaamte dat je niet kunt stoppen met zoeken en ook schaamte dat je wilt stoppen met zoeken


    Hisham brengt verslag uit van hoe hij met zijn vrouw en moeder terug gaat naar Libië en van alle acties die hij heeft ondernomen om druk uit te oefenen op de waarheidsvinding. Het gaat duidelijk niet om een anoniem slachtofferschap. Jaballa Matar was een vooraanstaand persoon in het verzet. Zoon Hisham komt in contact met een zoon van Khadaffi die hem in ruil voor een propagandistische tegenprestatie aan het lijntje houdt. Zoon Hisham weet ook contact te leggen met de Britse regering om zich in te spannen voor opheldering. De Nederlandse tak van Amnesty International spoort aan tot het schrijven van briefkaarten. Zelf schrijft hij circa 300 brieven. Met de lezer deelt hij de herinneringen aan zijn vader, die nieuw leven ingeblazen krijgen door de vele ontmoetingen met familieleden bij het weerzien. De zoon heeft een grote bewondering voor vader wat hij tot uitdrukking brengt om veelal over Vader met een hoofdletter te spreken. Toch is het gedrag van Hisham niet altijd even goed te volgen. Nog maar net terug in Libië maakt hij een uitstapje naar Italië om een tentoonstelling te bezoeken. Als men ter ere van zijn terugkeer een manifestatie wil organiseren wil hij daar niets van weten. Hij is teruggekomen met een missie en niet om interviews te geven. Even later blijkt dat die manifestatie wel gewoon doorgaat zonder dat duidelijk wordt waardoor de hoofdpersoon van opvatting is veranderd. Ook de vele verwijzingen naar kunstenaars die zich hebben uitgelaten over ballingschap en gemis, bevindt zich soms op de rand van koketterie. Natuurlijk is de geschiedenis voor de familie diep ingrijpend geweest waarvoor je als lezer medeleven kunt opbrengen maar tegelijk zie je een schrijver aan het werk die een literair hoogstandje wil afleveren.
    Aan het eind van het boek ontbreekt de absolute zekerheid over wat er heeft plaatsgevonden. In de Abu Salim gevangenis is er na een opstand een groot bloedbad geweest. Het aantal slachtoffers is aanzienlijk. Het lijkt aannemelijk dat Jaballa Matar daar deel van uit maakte. Dat biedt de zoon enige troost. Hij vindt het idee dat zijn vader samen met anderen is gestorven beter te verteren dan het idee dat hij alleen aan zijn einde is gekomen. Daar moet ook de lezer genoegen mee nemen. Khadaffi is niet meer maar nu heeft IS grond onder de voeten in Libië. De Arabische lente gaat van de regen in de drup. Of andersom.