Leesimpressies

  • Ilija Trojanow: De wereld is groot en overal loert redding

  • Nr. 1 - 2010
  • Jaarlijks is er een laatste boek dat je leest. Voor mij was dat in 2009 Het laatste oudejaar van de mensheid door Niccolo Ammaniti. Het boek volgt een aantal excentriekelingen tot een spetterende finale tijdens de jaarwisseling. Je doet meteen zelf rustig aan bij de festiviteiten. Enkele glazen champagne is genoeg. De volgende morgen zie je met een katterig gevoel een Fransman van 85 jaar goedlachs de Wiener Philharmoniker dirigeren. Dan volgt de schakeling naar het plaatsje als een poppenhuis: Garmisch-Partenkirchen. De aftandse skischans blijkt nog overeind te staan. Welke cijfers de jury aan de vliegende mannen zal uitdelen, wacht ik niet af. Het moment is aangebroken om het nieuwe leesjaar in te luiden. De titel De wereld is groot en overal loert redding van de jonge Bulgaarse schrijver Ilija Trojanow spreekt me aan. Dat geeft vertrouwen voor 2010.


    Trojanow, als een moderne nomade, schreef het boek niet in zijn moedertaal maar in het Duits. In Nederland kreeg Trojanow bekendheid met zijn boek De wereldverzamelaar, een biografie in romanvorm van de Britse ontdekkingsreiziger Richard Burton uit de negentiende eeuw. Richard Burton vervult overigens in dit boek een rol als figurant. Verder zijn er boeken van hem vertaald met reisverslagen over Mekka en India. Voor Trojanow is de mens op doortocht.

    Het boek volgt de vlucht van Alexandar Luxov en zijn ouders weg van de benauwende Balkan naar het beloofde Westen.


    Alexandar heeft een thuis aan de rand van Europa, waar Europa ophoudt zonder er ooit te zijn begonnen


    Alexandar is een telg uit een kleurrijke familie. Hij is een ondernemende jongen die zelf zijn navelstreng heeft afgescheurd. Verder is er zijn peetoom de bekwame dobbelaar Baj Dan. Grootmoeder Slatka kent een loopbaan in zoetigheid. Zij houdt zich bezig met confituren, baklava en karamel. Tatjana is de jongste en knapste van zes dochters van Slatka en de moeder van Alexandar. Zij leerde haar man, de vader van Alexandar, kennen toen hij zich over haar ontfermde nadat ze te ver in zee was gegaan. Dan is er nog tante Neuka met haar krulspelden op halfstok. Trojanow weet de traditionele familiegeschiedenis levendig te schetsen. Het gebrek aan privacy in het Gele Hoekhuis doet vader Vasko verlangen naar het buitenland. Een bemoeizuchtige partijfunctionaris doet eveneens een duit in het zakje. Na het zien van Dolce Vita willen alle toeschouwers naar die film emigreren. Vader Vasko wil weg, moeder Tatjana twijfelt. “Hij had de juiste argumenten, zij de foute gevoelens.” Vader krijgt zijn zin. In het diepste geheim pakt het gezin twee koffers. Ze vertrekken in de zomerperiode als het vakantieverkeer weinig argwaan oproept. Via het voormalige Joegoslavië komen ze in een opvangcentrum nabij Triëst terecht. Ze trekken de grens over precies op de enige plek waar een muur de scheidslijn tussen twee landen vormt. Het beloofde Westen valt tegen.

    In het opvangcentrum is er nog minder privacy en perspectief dan thuis. Voortdurend melden zich nieuwe vluchtelingen uit tal van landen. Tussen de bewoners ontstaan spanningen. In Italië kunnen ze niet blijven. Waar naar toe als ze in Europa willen blijven? Zou Zweden iets zijn? Enkele ervaren landgenoten ontraden Zweden. Het is er kil en ongezellig. Trojanow lanceert het begrip migratie-osmose. Bevolkingstromen komen plots vanuit een zelfde hoek op gang om zich tijdelijk allemaal in dezelfde richting te bewegen. Feiten spelen een ondergeschikte rol. Asielzoekers zijn speelbal van het toeval. De tocht gaat voort.

    Tegen het eind van het boek slaat de tijdmachine hard toe. Na een onderbreking van jaren pakt de roman de draad weer op. We treffen een zieke Alexandar in een ‘vergevorderd stadium van Oblomowisme’. In opdracht van grootmoeder Slatka gaat zijn peetoom naar hem op zoek. Na het nodige speurwerk vindt hij hem in Duitsland. In deze fase is het boek onevenwichtig. We vernemen in enkele regels wat er met zijn ouders is gebeurd maar wel is er bladzijden lang een beschrijving van een goed bekeken televisieprogramma, de zogenaamde asielzoekersroulette.

    Alexandar en Baj Dan gaan samen op reis en maken onderweg veel mee. Er is een mooie onderbreking tijdens casinobezoek in Monte Carlo. Er wordt gespeeld met als inzet een Maserati. Trojanow heeft bij dit voorval een paar verrassingen in petto. Er volgen bezoeken aan Parijs, Londen en New York. In Amerika schemert de herinnering aan thuis door. Daar ontmoeten ze hun landgenoot Topko ooit voetballer van het nationale team maar ontsnapt bij de wereldkampioenschappen in Mexico. Topko is nu taxichauffeur en fungeert als reisleider. De levenslust keert bij Alexandar langzaam terug. Thuiskomen vergt geduld. Trojanow ontpopt zich als een rasverteller met een levendige fantasie. De wereld is zijn thuis. Af en toe uit de bocht vliegen is bij zoveel gereis niet vreemd. Als het geduld van grootmoeder Slatka maar niet te veel op de proef gesteld wordt.