Leesimpressies

  • Ilja Leonard Pfeijffer: Grand Hotel Europa

  • Nr. 12 - 2019
  • Bijna heeft Ilja Leonard Pfeijffer een briljante roman geschreven. Het taalgebruik is 547 bladzijden lang subliem. Het is bovendien een roman met ambitie. Het is de anamnese van het continent Europa al betreft het een diagnose zonder therapie. Het boek getuigt van een rijkdom aan ideeën. Het gaat over massatoerisme en migratie, twee zijden van dezelfde medaille. Het bevat inzicht in het financiële saldo van Airbnb voor een stad als Amsterdam. Er zijn speurtochten aan de hand van verschillende complottheorieën naar het laatste schilderij van Caravaggio. Er is informatie over de spreiding van Nobelprijzen over de continenten. De roman behandelt de expansiedrift van China. Er is aandacht voor de vermenging van authenticiteit en surrogaat. Er is couleur locale uit Venetië, Skopje, Giethoorn en Malta. Buiten Europa is er een verblijf in Abu Dhabi, fraai neergezet als de globalisering van de leegte. De vijf kenmerken van Europa in de ogen van de pompeuze George Steiner worden onder de loep genomen. Er is veel aandacht voor het personeel en de zonderlinge bewoners van Grand Hotel Europa. Er valt, zo lijkt het, veel te genieten. Toch staat er gedurende het hele boek steeds iets in de weg tussen roman en lezer. Dat iets heet Ilja Leonard Pfeijffer, verder te noemen ILP.

    ILP schrijft zijn boek vanuit het Grand Hotel Europa, een rustpunt van vergane glorie. De eigenaresse heeft zich op hoge leeftijd definitief verschanst in kamer nummer 1. Wang, de nieuwe eigenaar, heeft moderniseringsplannen. Wang ziet in zijn miljard landgenoten een nieuwe doelgroep. Ondertussen maakt ILP de balans op. De verhouding met zijn grote liefde de beeldschone kunsthistorica Clio is ten einde. Hij overdenkt wat zich heeft voltrokken en wil daar over schrijven. Soms zoekt hij gezelschap bij een van de excentrieke vaste hotelgasten allemaal mensen met een beloftevolle toekomst achter zich, soms bij de weinige personeelsleden waarover het hotel nog beschikt. Met piccolo Abdul rookt hij graag een sigaretje op de marmeren trappen van het bordes. De piccolo vertelt hem een hartverscheurende vluchtverhaal dat toevalligerwijs grote overeenkomsten vertoont met een klassiek verhaal uit de oudheid. De wellevende majordomus Montebello poogt het iedereen naar de zin te maken. Incidenteel maken gewone gasten hun opwachting in het hotel. Zo is er een Amerikaans echtpaar met hun vrijgevochten dochter Memphis. Het piepkuiken meldt zich ’s nachts aan de kamerdeur van ILP met een ondertekend document waarin zij de onweerstaanbare ILP toestemming verleent om haar te gebruiken. Bijna alles is aangevinkt behalve anaal.
    Verder mijmert ILP graag over de ondergang van het continent. Europa is geobsedeerd door de eigen geschiedenis en is zich, heel typerend voor de identiteit, bewust van het eigen verval. Europa is op weg een reservaat voor toeristen te worden.

    Europa produceert niets meer. Alle voorwerpen die we dagelijks in onze handen hebben, worden in China gemaakt. Onze kleding komt uit Bangladesh en India, en onze dromen uit Hollywood


    Naast de vele sterke punten van de roman, springt een stilistisch gebrek in het oog. Alle personages praten met dezelfde bombastische eloquentie als ILP. Als hij in een sloppenwijk van Skopje beroofd wordt door een groep straatschoffies dan formuleren zij hun criminele wens alsof zij in een studenten sociëteit reflecteren op een discussie uit de laatste bestuursvergadering. Iedereen is een afsplitsing van ILP, zij het helaas natuurlijk wel met onherstelbaar verlies van kwaliteit.
    Ooit las ik dat de moeder van ILP elk krantenknipsel met de naam van haar zoon in een plakboek boekstaaft. Wie opgroeit onder het juk van een dweepzieke moeder, dient over sterke benen te beschikken als hij zich niet tot narcist wil ontwikkelen. Om die reden is het moeilijk om medeleven te voelen met het verloop van de romance tussen ILP en Clio. Zij is van huis uit een verwend nest en heeft zich op eigen kracht gevormd tot een over het paard getilde feeks. De twee verwijten elkaar geen empathie voor de ander te hebben. Dat is het meest geloofwaardige verwijt dat in de roman gemaakt wordt.
    Gustave Flaubert herkende veel van zichzelf in Emma Bovary maar vond dat hij in de roman onzichtbaar moest zijn. Hij liet haar dus overspel plegen. Thomas Mann stak niet zelf lange monologen af in Der Zauberberg maar liet dat over aan Naphta en Settembrini. Philip Roth was verguld met zichzelf maar bezat wel de goede smaak om de naam Nathan Zuckerman te gebruiken als hij zichzelf op de voorgrond wilde plaatsen.
    In de denkwereld van ILP past het om vooral neerbuigend te doen over Nederland en Nederlanders. ILP is reiziger, Nederlanders zijn toeristen. De kracht van Grand Hotel Europa wordt onderuitgehaald doordat ILP, om met Joost de Vries te spreken, veel pretentie van de verkeerde soort etaleert. De laatste bladzij van de roman houdt de mogelijkheid open dat het tot een verzoening tussen ILP en Clio komt. Je gunt het droompaar een samenzijn op een onbewoond eiland. Dat is dan de enige plek ter wereld waar geen toerist naar toe wil.