Leesimpressies

  • Ischa Meijer: Ik heb niets tegen antisemieten, ik leef ervan

  • Nr. 10 - 2021
  • Omdat ik ben opgegroeid in een tijd dat je verliefd kon worden met behoud van schoon ondergoed, vond ik I.M. een merkwaardige leeservaring. La Palmen claimde dat nooit in de geschiedenis een man zoveel van een vrouw gehouden had als Ischa Meijer van haar. Voor de lezer bleef nauwelijks ruimte over. Waar had deze vrouw, geboren in het bescheiden Sint Odiliënberg, dit voorrecht aan verdiend? Toegegeven ook Bethlehem was een onbeduidende naam voor de geboorte van het christendom. Connie Palmen met haar hang naar drama viel voor mij slechts te verteren als Sanne Wallis de Vries haar persifleerde of Wende Snijders haar speelde. La Palmen was de maan die ik verantwoordelijk hield voor de zonsverduistering waarbij de vergelijking van Ischa Meijer met de zon wat zwaar is aangezet. Om de gevreesde interviewer tot ware proporties terug te brengen verscheen er een kwart eeuw na zijn overlijden een deel in de serie privé-domein gewijd aan zijn werk. Ronit Palache tekende voor de samenstelling. Meer dan 500 bladzijden zorgen voor een postuum eerbetoon. De verschillende facetten van zijn werk komen in het boek terug. Naast interviews is er aandacht voor zijn columns, spreekbeurten en performances.

    Palach heeft niet geprobeerd om een dwarsdoorsnee te geven van het werk. Op basis van persoonlijke motieven heeft zij de thema’s oorlog en jodendom als kapstok gebruikt. Wat daar buiten viel heeft de selectie niet gehaald. De prominente plek van oorlog en jodendom spreken voor zich maar er was daarnaast nog wel meer. Als recensent van toneel heeft hij in mijn familie het gebruik van het begrip actreutel geïntroduceerd. We kunnen moeilijk meer zonder. Het grootste deel van het boek bestaat uit de gehele of gedeeltelijke weergave van de interviews voor diverse media. Aan het woord komen meer dan twintig gesprekspartners allemaal van joodse origine. Met Marga Minco zijn zelfs twee interviews opgenomen. Je zou haast denken dat hij andere mensen over het hoofd zag. Niets is minder waar. Sommige andere interviews zorgden juist voor veel tumult bijvoorbeeld met Bram Peper en Mart Smeets. Openhartigheid veroorzaakte opschudding die doorwerkte naar hun beroepsuitoefening.
    Ischa Meijer groeide op in een gezin dat nauwelijks die naam verdiende. Beide ouders gingen gebukt onder het trauma van de Tweede Wereldoorlog. Ischa werd geboren in 1943 en bracht zijn eerste jaren door in Bergen Belsen. Hij is op de valreep lid geweest van de eerste generatie oorlogsslachtoffers maar zou vooral een exponent van de tweede generatie worden. Te pas en te onpas volgden verwijzingen naar die periode. Dat zou tot een climax komen toen hijzelf ging optreden en de keuze maakte om dat ook in Berlijn te doen. Na de oorlog in het verzet. Hij gebruikte daartoe de artiestennaam Izzy M. Het was voor hem de ultieme afrekening. Wie nu de teksten leest, kan moeilijk om het melige karakter heen. Dat neemt niet weg dat de onderliggende problematiek oprecht en intens was. Het was tegelijk spel en menens. Ischa muntte het woord leedadel om te laten zien dat er in het verwerken van oorlogsleed wedijver altijd in het geding was. Provoceren was de manier om het ongemak aan het licht te brengen. Het boek eindigt met een fictief gesprek waarbij Ischa de geïnterviewde is. Palach heeft dit gecomponeerd via uitspraken die hij ooit gedaan heeft. Het is een oefening in protective clowning.

    Een jongetje van acht kwam met zijn moeder naar het zwembad. “Jonges! Hier ben ik! Leuk hè?” En dan ging het jongetje weer weg en dan riep hij: “Jonges! Ik ga weer weg! Jammer hè?”


    Na de interviews is de meeste plek ingeruimd voor de columns die Ischa schreef voor Het Parool onder de titel De Dikke Man. Wat opvalt is hoe sterk deze stukken geïnspireerd zijn op de Kronkels van Simon Carmiggelt. Wat gaat tegenstaan is de frequentie waarmee Ischa van bijwoorden werkwoorden maakt. Dat is een speelse vondst die bij veelvuldige herhaling een maniertje wordt. De Treurige dame vinnigde, hij schorde, toonloosde het Bleke Kereltje, driftigde De Dikke Man, heesde Het Vieve Dametje enzovoort enzovoort. Grof geschut is welkom. Bij Ischa was elke niet-jood in beginsel een antisemiet. Slachtofferschap dient gekoesterd. Zonder slachtofferschap sta je met lege handen.
    Vermoedelijk zal de reputatie van Ischa het langst staande blijven als interviewer. Vooral via radio en televisie was dit vaak goed voor spektakel. Ischa ging zonder verdoving op zoek naar de zwakke plek van zijn gesprekspartner. Hij wilde ontregelen en zo iets laten zien wat anders onder de oppervlakte zou blijven. Daarnaast leek hij er plezier in te hebben om de ander in het nauw te brengen. Veel gesprekspartners bekleedden bevoorrechte posities in de samenleving en werden geacht tegen een stootje te kunnen. Toch bleef de toeschouwer soms in verlegenheid achter. Hoe was het mogelijk dat de geïnterviewde zich zo uit de tent liet lokken. Het was als kijkspel soms net zo spannend als gênant. Indruk maakte het in ieder geval. De herinnering aan het interview met Loe de Jong uit 1984 stond mij bij herlezing direct weer helder voor de geest. Zelden iemand gezien die zichzelf zo genadeloos onder handen neemt. Ischa Meijer was een onderduiker in het publieke debat.
    middelr@xs4all.nl