Leesimpressies

  • Ivan Boenin: Het leven van Arsenjev

  • Nr. 23 - 2015
  • Ivan Boenin was de eerste Russische winnaar van de Nobelprijs. Hij was afkomstig uit wat in Rusland zo fijntjes heet de verarmde landadel. Wel pretenties maar geen geld. Hij behoort tot de laatste generatie schrijvers van zijn land die het feodale stelsel heeft meegemaakt voor het bolsjewisme aan de macht kwam. Die voorbije tijd is in zijn werk vereeuwigd. Boenin past in de traditie van Poesjkin, Tolstoj, Toergenjew en Tsjechov hoe verschillend onderling ook. Boenin was met Tsjechov bevriend en werkte aan een biografie over hem. Zijn dood, te Parijs in 1953, verhinderde dat deze gereed kwam. Kort na de revolutie verliet Boenin zijn vaderland. Het werk van Boenin bestond uit gedichten, verhalen en romans. De sterk autobiografische roman Het leven van Arsenjev vindt nog altijd lezers en wordt vaak in dezelfde adem genoemd met het levenswerk van Marcel Proust. Boenin had echter een paar duizend bladzijden minder nodig om zijn tijd te betrappen. Hij volstond met circa 300 bladzijden. Zo veel gebeurde er nu ook weer niet op het Russische platteland. Boenin heeft een handleiding geschreven voor onthaasten.

    Boenin heeft een typische ontwikkelingsroman geschreven. Met nauwkeurige pen beschrijft hij de geschiedenis van zijn jeugd op het ouderlijke landgoed. “Alles wat ik zag waren velden en luchten.” Er waren paarden, geiten, schapen en koeien. En natuurlijk waren er mensen: een koetsier, knechts, keukenmeiden, veehoedsters en kinderjuffrouwen. Leeftijdgenoten waren er echter niet. Op het landgoed, hofstede genoemd, woonde Arsenjev met zijn ouders. Zijn vader blonk uit in niets doen waar hij graag wat bij dronk. Het geboemel van vader deed achter geen afbreuk aan de liefde van de zoon. Twee oudere broers waren al het huis uit en twee zussen waren een stuk jonger. Arsenjev was op zichzelf aangewezen om de indrukken van het leven een plek te geven. Dat deed hij met grote gulzigheid. Zijn zintuigen verkeerden steeds in staat van paraatheid. Wat hij zag en hoorde legde hij met intensiteit vast. Ook de omringende geuren nam hij in zich op. Het opgroeien is een fase waarbij veel indrukken zich voor een eerste keer aandienen. Het is een sfeertekening die zich kenmerkt door droefheid.

    Elke kindertijd is droevig: armzalig is de stille wereld waarin de nog niet helemaal tot leven gewekte, tegenover alles en iedereen nog vreemde, schuchtere en tedere ziel droomt. Een gouden gelukkige tijd! Nee, het is een ongelukkige , ziekelijk gevoelige, treurige tijd


    Sommige indrukken stijgen uit boven de routine van alledag. De eerste verliefdheid, de confrontatie met de eerste dode en bijbehorende begrafenis. Vol details beschrijft Boenin deze gebeurtenissen. Het zal niet bij een eerste verliefdheid blijven. Arsenjev is licht ontvlambaar. Geleidelijk verbreedt de horizon zich. Arsenjev gaat het huis uit om in de voetsporen van zijn broers in de stad een opleiding aan het gymnasium te volgen. Hij gaat in de kost bij een eenvoudige familie. Er ontstaan nieuwe contacten en vriendschappen. Later zal hij voor zijn werk bij een uitgeverij in Charkov belanden. Toch keert hij regelmatig terug naar de plek van zijn jeugd. Het leven gaat door maar de weemoed naar vroeger blijft. Op het platteland is er het verlangen naar de stad en andersom. Het echte leven is daar waar je niet bent. Zijn ontvankelijkheid voor het nieuwe blijft. Als gymnasiast op een bal met het geschetter van een militaire kapel merkt hij op: “ik ademde die hele geparfumeerde hitte in waarmee een bal nieuwelingen benevelt, en werd betoverd door elk muiltje, door elk wit pelerientje, door elke zwart fluwelen bandje om de hals, door elk zijden strikje in de vlecht, door elke jonge borst die door het zalige duizelige gevoel na een wals op en neer ging…”
    Ivan Boenin slaagt erin de lezer mee te voeren in de heftigheid van zijn waarnemingen. Hij brengt die overzichtelijke wereld rond 1900 in Rusland aan de vooravond van de revolutie tot leven. Hij heeft een bijzonder oog voor de vergeefsheid van veel inspanningen. Zo valt het Arsenjev op bij het betreden van een kroeg dat een gast zich overgeeft aan Ruslands favoriete spel: het treuren om het eigen lot.
    De ontwikkelingsgang van Arsenjev roept de vraag op voor welke bestemming hij zelf zal kiezen. Hij moet iets met het leven maar wat. Hij raakt gegrepen door de Russische literatuur Zijn roeping zal niet zijn de ambtenarij, het dragen van een militair uniform of het bestieren van een landgoed. Zijn bestemming is de poëzie van de ziel en het leven. Misschien is hij in de kiem wel een tweede Poesjkin of Lermontov. Er is bij Arsenjev de wil om te schrijven. Maar wat? Uiteindelijk heeft Ivan Boenin het boek geschreven waar Arsenjev 300 bladzijden lang naar op zoek was. Bestemming bereikt.