Leesimpressies

  • Jaan Kross: Het vertrek van professor Martens

  • Nr. 6 - 2008
  • Vlak voor de laatste jaarwisseling overleed Jaan Kross op 87-jarige leeftijd. Hij geldt als de grootste schrijver uit Estland en werd regelmatig genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs. In eigen land stond hij in hoog aanzien vanwege zijn betekenis voor het Estse nationale bewustzijn. Eeuwenlang ging Estland gebukt onder vreemde overheersing. Lang maakten de Duitsers er de dienst uit en nog recent stond het onder heerschappij van de Sovjets. Kross schreef bij voorkeur historische romans. Dat gaf hem meer speelruimte tegenover de censuur. Via deze omweg kon hij zijn boodschap kwijt. Het vertrek van professor Martens past in die traditie. Het boek dateert uit 1984 en verscheen in 1993 in Nederlandse vertaling. Het speelt echter in 1907 als de hoofdpersoon een treinreis maakt van Pärnu in Estland naar Petersburg.


    Het is een mooie juniochtend als Friedrich Fromhold Martens voor zijn tocht naar Rusland in de trein stapt. Hij is slechts uitgerust met een aktetas en voorziet zich bij de stationskiosk van alle beschikbare kranten. Martens is een vermaard volkenrechtdeskundige die zijn expertise met overgave in dienst heeft gesteld van de Russische tsaren, laatstelijk van Nikolaj II aangeduid met de troetelnaam Niki. Martens maakt de reis in zijn eentje wat hem alle gelegenheid biedt tot mijmeren. Onderweg maakt hij, 64 jaar oud, de balans van zijn leven op. Heeft hij zijn persoonlijke leven en zijn werkzame leven op de juiste manier ingevuld?

    Kross vertelt het verhaal in korte hoofdstukken die veelal beginnen met een impressie vanuit de trein. Het voorbij glijdende landschap, de cadans van de wagon op de rails of de gebeurtenissen op een station vormen de opmaat naar een herinnering. Martens is van eenvoudige komaf en werd al op jonge leeftijd wees. Desondanks slaagt hij erin binnen zijn vak een eminente status te verwerven. Zijn faam als volkenrechtdeskundige is internationaal gevestigd. Rusland zet hem als geheimraad graag bij vredesonderhandelingen in, ook is hij een veel gevraagd arbiter. Zijn drijfveren vormen een combinatie van plichtsbesef en ijdelheid. De droom van een Nobelprijs voor de vrede is bijna werkelijkheid geworden. Nu, in de herfst van zijn leven, is het moment aangebroken van openhartigheid tegenover zichzelf en tegenover zijn vrouw Kati vaak de geadresseerde van zijn herinneringen. Openheid is iets bijzonders want dat past een welopgevoed iemand niet, noch in het gezin noch in het verkeer tussen staten. Voor Kati vatte Martens vlam meteen bij de eerste ontmoeting met deze mooie dochter van een senator. Hij was haar echter niet altijd trouw. Tijdens het slavernijcongres in Brussel komt hij toevallig in contact met de jeugdige Yvette die schilderkunst studeert. Hij verwekt een kind bij haar maar komt daar pas achter als ze al uit zijn leven is verdwenen. Nederland blaast een partij mee in het leven van Martens. Hij was een vaste bezoeker van de Haagse vredesconferenties. Op het nippertje liep hij een ambassadeurschap voor Rusland in ons land mis.

    Laverend tussen wetenschap en politiek stelt Martens zich de vraag waar uiteindelijk zijn loyaliteit lag. Diep van binnen is hij Est en toch zet hij zich in voor de Russische machthebbers. Waar hoort hij bij? Tot zijn verdiensten behoort dat hij acht talen vloeiend spreekt. Iedereen wiens moedertaal hij op een bepaald moment spreekt, roemt zijn taalvaardigheid maar wijst erop dat wel degelijk te horen is dat het niet zijn moedertaal is. Misschien heeft hij zijn eigen persoonlijkheid wel te vaak ondergeschikt gemaakt aan anderen. Martens raakt zeer gekrenkt door een artikel dat zijn integriteit ter discussie stelt. Ten faveure van de Russische regering heeft hij tegenstrijdige standpunten ingenomen tijdens vredesbesprekingen met de ene keer Turkije en de andere keer Japan. Het ene moment betoogde Martens dat een oorlogsverklaring een noodzakelijke daad is voorafgaand aan een oorlog en het andere moment dat een oorlogsverklaring een archaïsch fenomeen vormt dat geen betekenis meer toekomt.

    Kross weet op overtuigende wijze de worsteling van Martens met zijn geweten invoelbaar te maken. Extra interessant daarbij is de kosmopolitische context waarin het verhaal zich afspeelt. Bovendien weet Kross vaak fraaie onderkoelde bewoordingen te kiezen. Tegen het eind van de reis bij een tussenstop gebruikt Martens de maaltijd in een stationsrestauratie en raakt in gesprek met de kelner. Hij vraagt hem of de mensen zonder oorlog kunnen. De kelner antwoordt: “Meneer, dat kunnen de mensen. Maar de staten niet.” Vervolgens is de vraag opportuun of mensen zonder een staat kunnen. Het antwoord lijkt neen.

    Een minder aantrekkelijk, in mijn ogen zelfs overbodig, aspect van het boek is dat Kross een soort dubbelganger opvoert met wie Martens in concurrentiestrijd verkeert. Het gaat om een 89 jaar oudere naamgenoot Martens, volkenrechtdeskundige aan de universiteit van Göttingen. Tussen de levens van de Duitse en de Estse Martens bestaan talloze parallellen. Uit de synergie tussen die twee levens valt af te leiden dat onze Martens aan de vooravond van zijn dood staat. Zal hij Kati in Petersburg nog terugzien?

    Van het beroemdste boek van Kross De gek van de tsaar staat dit jaar een nieuwe Nederlandse uitgave gepland. Dat is iets om in de gaten te houden.