Leesimpressies

  • Jan Blokker: Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek

  • Nr. 10 - 2010
  • Rechtstreeks uitgezonden persconferenties leveren altijd fascinerende televisie op. Het effect is onthutsend op de beeldvorming over de gezagsdragers achter tafel en katheder en helemaal voor het gilde der journalisten. De persconferentie over de moord op het 12-jarige meisje uit Dordrecht, Milly Boele, paste in deze traditie. Het openingswoord is voor een zenuwachtige woordvoerder. Dan volgt de driehoek. Zij willen eenheid uitstralen maar wel op een manier waarbij ieder per se zelf aan het woord moet komen. De eenheid is niet zo groot dat je dat aan een collega kunt overlaten. Het gegoochel met microfoons, soms uitgebreid naar zitplaatsen, is een vast onderdeel van het ritueel. Eerst zijn er woorden van medeleven. Denk niet dat gezagsdragers harteloze mensen zijn. Dan volgt een verklaring die te lang doorgekookt is. Voorzichtigheid is troef. Eventuele missers worden bij voorbaat toegedekt met de boodschap dat over een aspect geen mededeling wordt gedaan. Het onderzoek is immers nog in volle gang. Dan is het journaille aan de beurt nadat het fotograferende deel daarvan een imitatie van aasgieren heeft weggegeven.

    Jan Blokker heeft zijn betrokkenheid bij de journalistiek in vele publicaties tot uitdrukking gebracht. Voor hem is journalistiek ‘de bezigheid die zich toelegt op het vergaren en verspreiden van wetenswaardigheden uit de samenleving, ter wille van een publiek…’. Voor hem is dat een vak als een ander met specifieke kennis en vaardigheden.

    Als we getuige zijn van een persconferentie stellen journalisten vaak vragen waarop de autoriteiten zojuist antwoord hebben gegeven. Een aardige gewoonte is ook om antwoorden op verschillende vragen door elkaar te mengen zodat een nieuw feitencomplex ontstaat. Luisteren hoort kennelijk niet tot de specifieke kennis en vaardigheden. Het voorbereiden van een persconferentie evenmin. Vraag gerust of de verdachte agent (werkzaam bij het korps Rotterdam Rijnmond) ingeschakeld was bij het onderzoek (uitgevoerd door het korps Zuid Holland Zuid).

    Kijkers zijn er soms deelgenoot van hoe een journalist aan een politicus of sportman een oordeel ontlokt over een ander. Vervolgens wordt deze ander met een uitspraak geconfronteerd die aanzienlijk scherper is verwoord dan we vlak daarvoor uit de mond van de bron vernomen hebben. Conflictescalatie zit prominenter dan correct citeren in het arsenaal van kennis en vaardigheden.


    Voltaire noemde elke gazet een vergaarbak van onbenulligheden


    De titel Nederlandse journalisten houden niet van journalistiek heeft Blokker welbewust als enigszins provocerend gekozen. Ik was benieuwd naar de argumentatie. Blokker heeft het vooral over de krant en beperkt zich tot de kwaliteitskrant. Dat begrip krijgt geen nadere invulling. Waarin verschilt de kwaliteitspers van de populaire pers? Is dat gelegen in het motief waarmee de krant gemaakt wordt? Of moet je het onderscheid uitsluitend zoeken in de output? En gaat het dan om de selectie van onderwerpen en/of om de manier waarop de onderwerpen behandeling krijgen? Voor het bepalen van probleem en oplossing is het wenselijkheid om hierover helderheid te hebben.

    Het zwaartepunt van de kritiek legt Blokker bij de intentie waarmee journalisten hun werk doen. Zij verkondigen liever meningen dan dat zij nieuwsgierig zijn naar feiten om die door te geven aan het publiek. Journalisten zijn vooral verkondigers van een geloof die warmer lopen voor een beoogde werkelijkheid dan voor de echte. In zijn nadere analyse komt Blokker dan als oorzaak eerder uit bij de instituties dan bij de individuele beroepsbeoefenaren uit de titel. Het boek heeft de nodige aandacht voor krantentycoons als William Randolph Hearst en Rupert Murdoch.

    De verzuiling als ordenend principe in onze samenleving is de boosdoener. Een treffende illustratie vormt de vermenging van de functies van politieke voorman met die van hoofdredacteur. In een historische schets signaleert Blokker drie kansen die onbenut zijn gebleven. De afschaffing van het dagbladzegel in 1869 betekende een forse prijsverlaging en bood perspectief op een doorbraak naar de nieuwsgierigheidscultuur. Tevergeefs. Een tweede kans bood de wederopbouw na de oorlog. Het verzet had eigen media voortgebracht maar uiteindelijk viel de krantenwereld terug in de vertrouwde zuilenstructuur. Toen in de jaren zestig de ontzuiling begon door te zetten, lukte het echter nog steeds niet om daar een andere journalistiek bij te verwezenlijken. In de omroep verbleekte de oriëntatie op levensbeschouwing en kwam er een aanvulling met die op levensstijl (Veronica, BNN, MAX). Toen kwam internet. Blokker vermijdt de valkuil om af te geven op internet. Dat nieuwe medium heeft geweldige mogelijkheden. Dat maakt een kwaliteitskrant niet overbodig. De behoefte aan selectie, ordening en duiding zal blijven bestaan zeker als die goed gepresenteerd wordt. Nu de krant het niet meer kan winnen als het gaat om de snelheid van nieuwsgaring komt de toegevoegde waarde te liggen bij duiding, juist in een overbevolkt medialandschap. In die geest wil kersverse eigenaar Derek Sauer van NRC/Handelsblad een nog betere krent maken.

    Het boek van Blokker is een verzameling van veelal eerder gepubliceerde stukken. Hoewel de auteur opmerkt dat de oude stukken aangepast zijn, voelt dat voor de lezer toch als plastische chirurgie op plekken waar het boeltje te zwaar verzakt is. Steken onder water naar het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren lijken vooral bedoeld om Pieter Broertjes te treffen. Blokker is een alfa met een gepassioneerde historische belangstelling. Hij snijdt vele onderwerpen aan zonder dat die tot een overkoepelende redenering samen komen. Mij is van hem altijd een column bijgebleven waarin hij tegelijk uitriep zo van exact denken te houden maar ook de formule voor de standaarddeviatie te ingewikkeld te vinden. Goed geschreven is het natuurlijk allemaal wel.