Leesimpressies

  • Jens Christian Grøndahl: Rode handen

  • Nr. 4 - 2007
  • Van de Deense schrijver Jens Christian Grøndahl zijn inmiddels acht boeken in het Nederlands vertaald. Het laatste in deze rij is Rode handen waarvan de titel ontleend is aan een Duits sigarettenmerk. Tevens bevat de titel een verwijzing naar de terroristische activiteiten van de RAF tegen welke achtergrond het verhaal gesitueerd is. De verteller is een Deense man die in zijn studententijd een baantje heeft bij de hotelservice op het Centraal Station van Kopenhagen. Er meldt zich een jonge vrouw aan het loket die met de laatste trein uit Hamburg is aangekomen. Deze ontmoeting zal het leven van de man ingrijpend beïnvloeden en er ontrolt zich een typische Grøndahl roman.


    Hoewel ik niet bekend ben met de Deense echtscheidingsstatistieken zal het percentage in de boeken van Grøndahl ruimschoots boven het landelijk gemiddelde liggen. Oneerbiedig gezegd vormt relatiegedoe een terugkerend thema in zijn werk. Het is een hele opgave om over zo’n afgekloven onderwerp boeiend te schrijven. Toch lukt dat hem met voor mij als hoogtepunt zijn roman Veranderend licht. Wat na lezing blijft hangen zijn niet zo zeer de personages of de plot maar vooral de stijl. Grøndahl heeft een beschouwende, reflecterende manier van schrijven waarin hij de lezer weet mee te voeren. Het is een suggestieve stijl die zowel dingen aanstipt en als tot de kern der dingen weet te rijken. Het lijkt wel of hij indringender menselijke drijfveren typeert dan menig schrijver voor elkaar krijgt. Hij is de waarnemer die meer van zijn hoofdpersonen begrijpt dan zij zelf lijken te doen. In dat opzicht doet hij mij denken aan de Canadese schrijfster Alice Munro die met haar lange verhalen een vergelijkbaar effect te weeg weet te brengen.

    Grøndahl schrijft bij voorkeur over onthechte mensen. Zij hebben voor zichzelf geen duidelijke bestemming in het leven. Hun eenzelvigheid wordt opgeheven door een toevallige ontmoeting waaruit een liefde ontstaat. Het zijn deze aanrakingen die hun leven een andere wending geven. Voor zolang dit duurt. Personages kondigen opeens aan weer een andere afslag te willen nemen of doen dat zelfs zonder aankondiging. De onthechtheid uit zich ook geografisch. Een groot deel van de boeken speelt zich buiten Denemarken af.

    De verteller uit Rode handen heeft nog niet zijn merktekens in het leven aangebracht als de vrouw zijn pad kruist. Hij neemt de sleutel van haar bagagekluis in bewaring. Na een tijdje meldt ze zich opnieuw en brengen de twee een korte periode in elkaars gezelschap door. Opeens is ze verdwenen. De man ontdekt dat Randi zoals ze zichzelf noemt, hoewel haar paspoort spreekt van Sonja, in de bagagekluis een plastic tas met Duitse bankbiljetten voorzien van banderollen heeft achtergelaten. Hij geeft het geld anoniem bij de politie af en probeert haar uit zijn hoofd te zetten.

    Vijftien jaar later ziet hij haar bij toeval terug in een viswinkel. Hij volgt en bespioneert haar maar legt vooralsnog geen contact. Allebei zijn op dat moment getrouwd. Als hij haar uiteindelijk belt, ontstaat er een gesprek. Gefilterd door het perspectief van de verteller krijgen we haar verhaal te horen. Zij is au pair geweest in Frankfurt. In de stationsrestauratie ontmoet ze Thorwald. Ze gaat met hem mee en maakt kennis met zijn wereld en zijn vriendenkring waaronder Angela. Ze ontdekt met volgelingen van de RAF van doen te hebben. Zoals de verteller een onweerstaanbare fascinatie voor Sonja voelt, heeft zij dat voor Thorwald. Zij laat zich meevoeren om hand- en spandiensten te verrichten. Ze treedt op als koerier en bestuurt de vluchtauto na de bankoverval waarbij Thorvald en Angela een politieagent ombrengen. De twee overvallers zetten haar op de trein naar Kopenhagen en geven haar een deel van de buit mee. Dat was de voorgeschiedenis toen ze bij de hotelservice aanklopte.

    Thorwald en Angela zijn om hun hachje te redden uitgeweken naar het buitenland maar worden jaren later vanuit Syrië aan Duitsland uitgeleverd. Sonja wil het proces dat volgt bijwonen en vraagt de verteller haar te vergezellen. Zij heeft het verleden voor haar echtgenoot altijd verborgen gehouden. De verteller fungeert als haar biechtvader. Hij is inmiddels gescheiden. Zowel over zijn huwelijk als over zijn scheiding geeft Grøndahl alleen zijdelings wat informatie. In het boek krijgt die episode slechts een marginale rol toebedeeld. De aanwezigheid bij het proces vormt voor Sonja de proef op de som. De weduwe en de zoon van de politieman zijn ook aanwezig. Met hen gaat zij de confrontatie aan. Zij moet afrekenen met de vraag naar haar verantwoordelijkheid en met de houdbaarheid van de ideologie op grond waarvan de gewelddadigheden zijn gepleegd. Zo moet ze onder ogen zien wat Thorwald voor haar heeft betekend. En wat betekent haar huwelijk? Of zal ze voor de verteller kiezen? De afloop is geheel in overeenstemming met wat je mag verwachten. Grøndahl heeft zich ontwikkeld tot een schrijver met een geheel eigen signatuur.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: