Leesimpressies

  • Jeroen Smit: De prooi

  • Nr. 6 - 2009
  • Op een gegeven moment heb ik mijn spaarrekening bij de Postbank leeg gehaald, toen nog niet vanwege de kredietcrisis maar vanwege het geschmier van Jan Mulder. Reclame werkt wel degelijk. Dankzij een kantoor in de buurt viel mijn keus op ABN Amro. Liever een echte bank dan een virtuele. Die stap heeft mijn belangstelling gewekt om De prooi van onderzoekjournalist Jeroen Smit te lezen. Het boek leest als een trein en geeft een smeuïg beeld van de perikelen in de boezem van De bank. Smit schreef eerder over Ahold en heeft ook deze keer veel werk gemaakt van zijn project. Toch is er na lezing twijfel. Zo knullig kan het toch niet gaan in de top van een groot bedrijf.


    Smit schetst de levensloop van ABN Amro dat begint met de opzienbarende fusie in 1990 en eindigt met de overname door een consortium van drie banken gevolgd door een toegift over de actuele situatie met de reddingsoperatie door de Nederlandse staat. Het trotse imperium is een ambtenarenbank geworden.

    Het begin was voortvarend. Roelof Nelissen en Rob Hazelhoff, aanvoerders van de rivalen Amro en ABN, slaagden erin om snel overeenstemming te bereiken. Na de kordate besluitvorming begon de moeizame uitwerking die in feite nooit zou slagen. De bank bleef in kampen verdeeld. De ambities om een grote speler te worden sneuvelden. De bank werd van jager prooi.


    Jongens waren ze, maar graaiende jongens


    Smit legt de schuld voor het fiasco bij het falend management en bij het falend toezicht door de Raad van Commissarissen. Het zwarte beest in het verhaal is Rijkman Groenink die bijna twintig jaar in de Raad van Bestuur zat waarvan zeven jaar als voorzitter. Groenink is een contactgestoorde man met een groot ego. Hij doet alles wat je in zo’n positie beter niet kunt doen. Hij zet zich af tegen zijn erudiete voorganger Jan Kalff, maakt foute grappen over personeelsleden, begint een verhouding met één van zijn naaste medewerkers, verdiept zich niet in klanten, negeert signalen van de Amerikaanse toezichthouder over mogelijke betrokkenheid bij criminele en terroristische geldstromen, leest graag de baas van de Nederlandse bank en de Minister van Financiën de les en steekt aan het eind 25 miljoen in eigen zak. Er valt op de leiderschapskwaliteiten van Groenink af te dingen. Toch is mijn favoriete bad guy in het boek Wilco Jiskoot. Hij zorgt voor de running gag in het verhaal. Jiskoot is een ervaren bankier. Hij kent iedereen, heeft een vlotte babbel en is scheutig met bonussen voor zijn mensen. Een populaire man. Jiskoot spiegelt zich graag aan de investment bankers uit New York en de Londense City. IJdelheid is altijd in een maatje groter leverbaar. Jiskoot vindt dat ABN Amro meer die kant op moet. Hij manifesteert zich steeds meer als tegenstander van Groenink. Elk jaar presteert ABN Amro als zakenbank onder de maat en telkens zegt Jiskoot toe dat het goed komt. Elk jaar weer.

    De Raad van Bestuur is een vechtmachine waar weinig wordt besloten. Je hebt als lezer de indruk dat er geen enkele relatie bestaat tussen de ruzies op het hoofdkantoor en wat de vestigingen in het land aan activiteiten uitvoeren. De verbinding tussen de top en de operaties op de werkvloer is zoek. Nu valt het ook niet mee om op het hoogste niveau verantwoorde keuzes te maken. Door een onoverzichtelijke kostenstructuur hebben de bestuursleden geen idee op welke producten en bij welke klanten hoeveel winst gemaakt wordt. De kosten raken maar niet onder controle. Hoewel strategie op het hoofdkantoor tot de core business behoort, zijn er veel dure consultants nodig om tot iets te komen. McKinsey loopt bij de bank met 40 man rond, Marakon Associates met nog veel meer mensen. Smit beschrijft het allemaal chronologisch en nauwgezet. Hij bedient zich graag van dat afschuwelijke bankjargon. Iets meer uitleg over dergelijke begrippen was welkom geweest niet in de laatste plaats voor de leden van de Raad van Bestuur die er blijk van gegeven de betekenis van deze termen ook niet altijd te kennen. De Raad van Commissarissen staat op te grote afstand en heeft te weinig kennis van zaken op bancair terrein om in te grijpen. Wel komt er voor de gezamenlijke vergaderingen tussen Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen op zeker moment een ronde tafel in plaats van een rechthoekige. Verstaan doen ze elkaar niet maar zien wel.

    De hoofdrolspelers blijven maar wat graag elkaars luchtkastelen bestoken. De eigen kontzak is de belangrijkste inspiratiebron. De snelle jongens in de nette pakken wanen zich om met Nescio te spreken titaantjes maar het zijn uitvreters. De grootste aanslag op hun arrogantie is als de bankiers genadebrood moeten eten uit de hand van een rooie minister. De toekomst van de bank is inmiddels in handen van Gerrit Zalm, die nooit een graaier is geweest maar wel een broer heeft die op de markt staat en leerde hij het vak niet bij die ordinaire Dirk Scheringa met zijn geitenwollen sokken. De vernedering is helemaal compleet als voortaan bij een onderknuppel van Wouter Bos toestemming gevraagd moet worden wie er mag komen tennissen in Rotterdam. Misschien ga ik weer op zoek naar een nieuwe bank. Wilco Jiskoot blijft ongetwijfeld optimistisch.