Leesimpressies

  • Jiri Weil: Mendelssohn op het dak

  • Nr. 36 - 2019
  • Vanwege een bezoek aan Praag richtte mijn aandacht zich op Tsjechische schrijvers. Dan komen alleen zij in aanmerking die ooit in het Nederlands vertaald zijn. Dat maakt de keuze niet per definitie beperkt. Uitgaande van nog levende schrijvers komen namen naar voren als Ivan Klima, Jiri Kratochvil, Milan Kundera, Marek Sindelka, Jachym Topol en Michal Viewegh. Mogelijk is de beschikbaarheid van Nederlandse schrijvers in het Tsjechisch minder ruim. Een vluchtig veldonderzoek attendeerde mij op het dagboek van Anne Frankova. Toch viel mijn keuze op een representant van een oudere generatie: Jiri Weil. Hij leefde van 1900 tot 1959. Weil beleefde in recente jaren een revival onder meer door de bewonderende aanbeveling van Philip Roth. Een andere aanleiding is te vinden in het werk van Laurent Binet, zie website 2013 nummer 20. Binet is eveneens lovend. Weil en Binet behandelen in hun roman dezelfde periode. Het betreft de Tweede Wereldoorlog waarin de nazi Reinhard Heydrich in Praag de lakens uitdeelde. Heydrich bestuurde niet alleen het protectoraat dat Tsjechië toen was, maar had daarnaast als hoofdopdracht de vernietiging van de joodse bevolking. Hij was een intelligent man en vervulde zijn taak uit volle overtuiging. De weg naar de hel is geplaveid met idealisten.

    De roman van Weil begint hilarisch. Onder aanvoering van een gemeenteambtenaar staan twee werklieden op het dak van het concertgebouw. Zij hebben de opdracht het standbeeld van Mendelssohn, de joodse componist, te verwijderen. Er staan echter geen namen op de sokkels. Hoe kom je er dan achter wie Mendelssohn is. Heydrich was musicus en zou het wel weten. Het bevel tot verwijdering kwam van de plaatsvervangend rijksprotector. Navraag doen is geen optie. Bevelen vragen om uitvoering niet om overleg. Het niet opvolgen van een bevel betekent de dood. De opzichter krijgt een lumineus idee. Verwijder het beeld met de grootste neus. Dat leidt er toe dat de werklieden het touw aanbrengen om het enige beeld dat de opzichter kent. Dat is het beeld van Wagner, de grootste Duitse componist en held van het Derde Rijk. Men besluit een deskundige in te schakelen. Op die manier komt dr. Rabinovic het verhaal binnen. Hij is een oudere gebochelde man met een rossig sikje. Hij is werkzaam in het depot waarin de geroofde kostbaarheden van joodse herkomst beheerd worden. Hij wordt onder druk gezet het verlossende oordeel te vellen. Rabinovic wijst er later fijntjes op dat Mendelssohn als katholiek gedoopt is en volgens de joodse wetten dus geen jood kan zijn. Tot hier heeft de roman van Weil een speelse component in de geest van de brave soldaat Schwejk. In de rest van de roman domineert de grimmigheid. Aan de hand van een grote diversiteit aan personages ontstaat er een beklemmend tijdsbeeld van de onderdrukking in de oorlogsjaren. Van nabij schetst Weil de oprichting van het getto. Om munitie te besparen moesten er gaskamers en crematoria komen. De toepassing van Zyklon B bracht de machinerie in een versnelling. Er was tevens behoefte aan een maskerade. Het was nodig om de schijn van menselijkheid op te houden. Er was behoefte aan een Theresienstadt, in het Tsjechisch Terezin.

    Het inrichten van een getto was ook een van de besluiten van de conferentie, het moest een valstrik worden, een valkuil en tegelijk een goed camouflagemiddel waarmee het neutrale buitenland een rad voor ogen kon worden gedraaid


    In Mendelssohn op het dak trekken vele personages aan het zicht van de lezer voorbij. Sommigen keren in de loop van het verhaal opnieuw op de voorgrond zoals de genoemde Rabinovic. Anderen maken slechts kort hun opwachting. Weils aandacht gaat zowel uit naar daders als naar slachtoffers. Velen kun je overigens tot beide kampen rekenen. Een schakel in een dictatoriaal regime kan elk moment in ongenade vallen bijvoorbeeld door ondermaats presteren of door getuige te zijn geweest van wat onder de pet moet blijven. Willekeur is altijd in de buurt en werkt angstaanjagend. Tussen de verschrikkelijkheden door zijn er staaltjes van wilskracht. Veroordeelden op weg naar de galg blijven tot het laatste moment denken dat het zo’n vaart niet zal lopen. Het is een misverstand of een manier om druk uit te oefenen. Als de gruwelijke waarheid niet langer valt te loochenen resteert slechts het zingen van een bevrijdingslied. Overlevingsdrift duurt tot aan de dood.
    Weil heeft naar het schijnt vijftien jaar aan zijn roman gewerkt. Uiteindelijk zou het werk pas postuum verschijnen. Het is de vraag of de auteur aan de gepubliceerde versie was uitgesleuteld. De persoon van de verteller blijft nogal in de schaduw. Hij blijft naamloos maar zit dicht op de gebeurtenissen. Ook is de auteur het ene moment expliciet door man en paard te noemen maar rapporteert hij het volgende moment nevelachtig. Geografische aanduidingen zijn soms heel concreet maar de Moldau, die in Praag altijd een rol van betekenis speelt, stroomt naamloos door de stad.
    Jiri Weil draagt in zijn biografie ook wel wat eigenaardigheden met zich mee. Als overtuigd communist vertrok hij op jonge leeftijd naar Rusland om zeer teleurgesteld te raken in wat hij daar aanschouwde. Na de oorlog zou hij iets dergelijks herbeleven in het communistisch geworden Tsjecho-Slowakije. Tijdens de oorlog veinsde hij zelfmoord om zo uit de handen van de bezetter te blijven. Dat verwerkte hij in de roman Leven met de ster. Een huiveringwekkend verhaal en een raadselachtige auteur opereren in de geest van Schwjek.