Leesimpressies

  • Jo Kyung-Ran: Tong

  • Nr. 27 - 2009
  • Nooit heb ik me geafficheerd als kenner van de Koreaanse literatuur, maar sinds ik afgelopen week voor het eerst een boek afkomstig uit dat land las, is de basis gelegd. Jo Kyung-ran is in 1967 geboren te Seoul en heeft al de nodige prijzen met haar werk in de wacht gesleept. Ze is dus afkomstig uit Zuid-Korea. Nieuwsgieriger nog ben ik naar het literaire klimaat in Noord-Korea. Zijn er in de hoofdstad Pyongyang boekwinkels en wat ligt daar in de etalage? Je verwacht er in ieder geval apocriefe boeken van Karl Marx en de verzamelde toespraken van Kim Jong Il maar wat nog meer. Kun je er de romans van Jo Kyung-ran kopen en het werk van Arnon Grunberg, desnoods onder de toonbank? Geen idee. Terug naar Jo Kyung-ran en haar roman Tong.

    De titel Tong verwijst niet naar vis hoewel het boek over koken gaat. Het betreft hier het lichaamsdeel. Hoofdpersoon Chǒng Chiwǒn drijft een populaire kookschool in hetzelfde pand waar haar vriend het vooraanstaande restaurant Nove runt. De Italiaanse naam verraadt een voorliefde voor de keuken uit dat land. Specialiteit van het huis is kaviaar met zee-egel. Veel gedachten van de hoofdpersoon gaan uit naar haar vriend. Zij duidt hem meestal aan met hij, zijn naam wordt weinig genoemd. De Europese lezer kan daar begrip voor hebben. We komen te weten dat zijn favoriete gerecht bestaat uit in jus gedrenkte rosbief met geroosterde aardappelen. Chǒng Chiwǒn heeft haar vriend betrapt met een ex-model nota bene een leerling van haar. Zij zint op wraak. Toch is Tong een boek dat vooral gaat over koken. De liefhebberij, die teruggaat tot oma, is van passie overgegaan tot een obsessie. Gedachten gaan op aan ingrediënten en bereidingswijzen. Koken is een onophoudelijke bron van inspiratie.


    Mocht de tong niet helemaal vers meer zijn of ietwat bedorven, dan wordt dit verborgen door nootmuskaat aan de saus toe te voegen


    Het boek is ingedeeld in zeven delen elk genoemd naar een maand. Het begint in januari en eindigt met juli. Zo wordt langzaam toegewerkt naar de ultieme wraakactie en krijgen ondertussen de gerechten die passen bij het jaargetijde aandacht. In haar beschouwingen trekt de hoofdpersoon parallellen tussen koken en liefde. Naar aanleiding van het overspel van haar vriend merkt ze op dat er niets vreemd is aan het beeld van een naakte vrouw en man. “Dat is even natuurlijk als twee verschillende smaken in een gerecht.” Verderop in het boek staat over de liefde voor lekker eten: “misschien is dit wel een uitvergroting van de liefde tussen de vrouw en de man.” Gerechten doen haar aan mensen denken. Een zaagbaars doet haar denken aan hem en een koe of een gele paprika roept associaties op met haar vriendin Munju. Gevoelens worden in verband gebracht met ingrediënten. Blijdschap komt overeen met saffraan. Een knobbelige augurk drukt droefheid uit en basilicum eenzaamheid.

    De obsessie met voedsel laat nauwelijks ruimte voor een gewoon leven. Het boek is arm aan handelingen en personages. Alles draait om de gedachtewereld van Chǒng Chiwǒn en daar is alles eten. Terloops komt af en toe een oom ter sprake die lijdt aan het syndroom van Korsakov. Zij bezoekt hem in de instelling waar hij zich bezig houdt met kalligraferen en origami. Dan is er de hond Paulie die zij van haar vriend heeft overgenomen, omdat zijn nieuwe vriendin niks van het beest moet hebben. Voor alles en iedereen buiten de hoofdrolspeler is er slechts plek in de marge. Daar zit een manco van het boek. De monomanie met koken is te mager om het boek te dragen. Het hoofdgerecht, de wraakactie, kan de maaltijd niet redden. De wraakactie is trouwens beschreven als een recept voor een gerecht.

    Er zitten zeker mooie observaties in het boek maar dat is toch te weinig om tot het eind geboeid te blijven. Dat Balzac op een dag 45 koppen koffie dronk en prompt aan een maagontsteking overleed was mij niet bekend. Er zijn meer saillante details als het gaat om de combinatie van eten en bekende persoonlijkheden. Evenmin wist ik dat Cleopatra hield van een gerecht dat was gemaakt van de hoefjes van een jonge kameel en dat de filosoof Kant op al zijn eten mosterd smeerde. Geen wonder dat de filosoof in zijn woonplaats Koningsbergen niet de ideale route vond langs alle bruggen.

    De personages in Tong blijven karikatuur en worden geen mens. Daar is meer voor nodig. Er is een overdosis aan beschrijvingen van eigenschappen van voedsel. Dat kan in een kookboek maar niet in een roman. En juist het schrijven van een kookboek is iets dat Chǒng Chiwǒn niet wil. De aantrekkingskracht van eten is toch al moeilijk verbaal over te brengen. Eten moet je doen. Proeven, kauwen, slikken en iets passends bij drinken. Het is onder topkoks gewoonte om fraai geïllustreerde boeken met hun werk uit te brengen. Ook dat blijft surrogaat. Voor een maaltijd in restaurant Oud Sluis doe ik afstand van alle kookboeken. Foto’s smaken naar niks.