Leesimpressies

  • Johan Norberg: Vooruitgang

  • Nr. 1 - 2017
  • Een nieuw jaar leent zich uitstekend voor een opgewekt geluid. De Zweedse wetenschapper en columnist Johan Norberg komt met plezier aan dat verlangen tegemoet. De titel van zijn boek draagt de boodschap. De ondertitel, tien redenen om naar de toekomst te kijken, doet een extra duit in het zakje. Gebaseerd op gezaghebbende bronnen als de Verenigde Naties en de Wereldbank heeft Norberg een groot aantal wereldwijde ontwikkelingen bij elkaar gebracht. Zijn blik is die van de lange termijn. Van week tot week verandert er niet zo veel. Zelfs van jaar tot jaar springen de verschillen niet in het oog. Vergelijk je decennia of liever nog halve eeuwen met elkaar, dan blijkt heel duidelijk hoe groot de verschillen zijn. De conclusie is onontkoombaar: de wereld heeft enorme stappen voorwaarts gezet. Het boek draagt een boodschap uit die sterk afwijkt van het geklaag dat op dit moment alom klinkt. Vooral nu de media met een slecht geweten op zoek gaan naar de stem van de boze burger en het ongenoegen verder opkloppen. Wat mij aan die trend het meest stoort zijn de gevestigde partijen die de aanhang van het populisme dagelijks stroop om de mond smeren. Wat hebben zij een begrip voor de ontevreden kiezer. Het zou heldhaftiger zijn om tegenspraak te uiten en leiderschap te tonen. De column van Arnon Grunberg afgelopen weekend in de Volkskrant was een spaarzaam lichtpuntje. Bevestiging is een aanmoediging tot meer zaniken

    Norberg pakt een groot aantal onderwerpen bij de kop. Of het nu gaat om levensverwachting, armoede of de verbreiding van geweld, telkens tonen de signalen een positieve teneur. Onze leefomstandigheden zijn beter dan ze ooit geweest zijn. Behalve in statistieken en tabellen grossiert Norberg in aansprekende voorbeelden. Een populaire opvatting luidt dat je kunt liegen met statistieken. Daar brengt Norberg tegenin dat je zonder statistieken makkelijker kunt liegen. Als het om de verhoogde opbrengst van de landbouw gaat, die zo sterk geholpen heeft in het terugdringen van de honger, geeft hij aan dat het honderdvijftig jaar geleden vijfentwintig man een hele dag kostte om een ton graan te oogsten en te doren. Met een moderne maaidorser doet één man dat nu in zes minuten. Als het om levensverwachting gaat merkt Norberg op dat een 10-jarig meisje nu een betere kans maakt om haar pensioen te halen dan haar voorouders hadden om hun vijfde verjaardag te beleven. Bij geweld is de teneur hetzelfde. Dagelijks vertonen de journaals beelden van oorlogsgeweld of worden we opgeschrikt door terreuraanslagen. Toch is ook hier het beeld misleidend zonder context. Norberg baseert dit hoofdstuk op het beroemde boek van Steven Pinker over dit onderwerp.

    Terreur is spectaculair, dramatisch en beangstigend. Maar het maakt weinig slachtoffers. Er verdrinken meer Europeanen in hun badkuip en er overlijden er tien keer zo veel aan een val van de trap


    Uit een vergelijkende studie onder terroristische groeperingen, die vanaf 1968 actief waren, komt naar voren dat geen enkele terroristische organisatie erin slaagde om een staat over te nemen en dat 94% het niet voor elkaar kreeg om maar een enkele doelstelling te realiseren. De meeste terroristische organisaties bestaan niet langer dan acht jaar.
    Als het gaat om politiek geïnspireerde begrippen als vrijheid en gelijkheid laten de gegevens ook al een gunstige ontwikkeling zien. Formeel, in wetgeving, is slavernij uitgebannen en kinderarbeid is aanzienlijk teruggedrongen. Emancipatie van vrouwen zoals blijkend uit kiesrecht en onderwijsparticipatie is sterk verbeterd. Homorechten staan er wereldwijd beter voor en sinds Nederland in 2001 het homohuwelijk toestond zijn vele landen gevolgd. In 1900 bestond nergens in de wereld democratie met actief en passief kiesrecht voor mannen en vrouwen. Democratie is daarna aan een stevige opmars begonnen. Meer dan de helft van de wereldbevolking leeft nu binnen een dergelijk systeem. Democratieën voeren geen oorlog met elkaar en hebben nimmer een hongersnood gekend (Amartya Sen).
    Voor Norberg vormt de vrije handel een belangrijke motor voor de veranderingen ten goede. Hij laat zien dat milieuvervuiling vooral wordt aangepakt wanneer het goed gaat met de economie. Hij toont gretig aan dat de gevaren die de Club van Rome signaleerde niet zijn uitgekomen. Dat is misschien wel iets te makkelijk. Het lijkt aannemelijk dat dit rapport een wake-up call is geweest dat heeft aangespoord om veranderingen door te voeren. Kritiek is een wezenlijk element van verbetering.
    Aan het eind van het boek komt de vraag aan de orde waarom de feiten zo afwijken van een breed gedragen gevoel dat zaken de verkeerde kant op gaan. Norberg haalt aan dat 58% van de Britten die voor een vertrek uit de EU stemden, van mening waren dat het leven vandaag slechter is dan dertig jaar geleden. Een deel van de verklaring zoekt hij bij het functioneren van de media. Er geldt een selectiefilter dat de nadruk legt op wat er mis gaat. Per jaar zijn er 40 miljoen vliegtuigen die veilig stijgen en landen. Het enkele vliegtuig waarvoor dat niet geldt, komt in het nieuws. Ook psychologische factoren spelen een rol. Slechte berichten hebben meer impact dan goede die min of meer als vanzelfsprekend worden ervaren. Misschien is Norberg op sommige plekken wat overoptimistisch. Dat neemt niet weg dat het waardevol is om af en toe stil te staan bij ontwikkelingen die de waan van de dag overstijgen.