Leesimpressies

  • Johannes Anyuru: Ze zullen verdrinken in hun moeders tranen

  • Nr. 31 - 2019
  • Op een wintermiddag in Göteborg komt een cartoonist zijn nieuwe album signeren in een stripwinkel. Het gaat om een satirische strip over de profeet Mohammed. Het programma bestaat verder uit een gesprek van de eigenaar met de cartoonist over de vrijheid van meningsuiting. Onder het aanwezige publiek bevinden zich drie jonge aanhangers van IS, twee mannen en een vrouw. De mannen beschikken over machinegeweren, de vrouw draagt een bomvest. Het is haar taak de gebeurtenis te filmen en te streamen via een aantal sociale netwerken en You Tube. De cartoonist krijgt een stanleymes tegen zijn nek gedrukt. Ondertussen verzamelt zich buiten de stripwinkel een uitgebreide politiemacht. De Zweeds Oegandese schrijver Johannes Anyuru opent zijn roman met hoog oplopende spanning. De lezer zit op de eerste rij. Hoe gaat dit tafereel eindigen? Hoe veel slachtoffers zullen er vallen? Lukt het de daders om uit te voeren wat zij van plan zijn? Een associatie met de dreigementen aan het adres van de Deense cartoonist Kurt Westergaard en de aanslag in Parijs op de redactie van Charlie Hebdo ligt voor de hand De beklemming uit het begin van de roman krijgt geen voortzetting. Het verhaal zakt als een plumpudding in elkaar. In de rest van het verhaal gaat het om de persoonlijkheidsstoornis van de vrouwelijke aanslagpleger en een schrijver die bij haar lot betrokken raakt.

    Het is twee jaar na de aanslag. De vrouw bevindt zich in een psychiatrische gevangenis. De diagnose luidt zware schizofrenie. Haar voorgeschiedenis is onduidelijk. Haar verhaal is dat zij uit de toekomst teruggekeerd is naar het heden om de aanslag te verijdelen. Waarom heeft zij haar mededaders dan niet van hun actie weten af te houden en waarom neemt zij zelf deel en draagt zelfs een bomvest? Het enige argument in haar voordeel is dat zij het bomvest niet tot ontploffing heeft gebracht. Op het laatste moment ging zij niet tot uitvoering over. De vrouw heeft blijkens haar paspoort de Belgische nationaliteit en heet Annika Isagel. Per brief nodigt zij een schrijver, wiens werk zij heeft gelezen, uit voor een ontmoeting. De schrijver, zelf moslim, gaat op het verzoek in. Zij schrijft hem brieven waarin zij verslag uitbrengt van haar leven in de toekomst. Zij heeft haar toekomst doorgebracht in dezelfde probleemwijk van Göteborg waaruit de schrijver afkomstig is. De schrijver raakt gefascineerd door het leven van de vrouw. De schrijver vat het plan op een boek te schrijven over wat er tijdens de aanslag precies gebeurd is. En passant blijkt dat er al twee boeken bestaan over die gebeurtenis en daarnaast is er een film over gemaakt. Gedurende de roman komt de lezer overigens niets te weten over het lot van de aanwezige bezoekers. Zo diep gaat de belangstelling van de schrijver niet.

    Als ze de viercijferige code met de druktoetsen intoetst, zullen de metalen buizen exploderen en ongeveer evenveel spijkers en kogeltjes de ruimte in slingeren als er in het kommetje van twee handen passen, en de drukgolf zal de botten breken en de organen pletten van alle mensen binnen een radius van vijf, misschien tien meter


    In de geschiedenis van de vrouw keren telkens de martelingen en vernederingen terug die zij tijdens haar verblijf in de al-Mina gevangenis heeft ondergaan. Hier raakt de roman aan de genante beelden die we uit de Abu Ghraib kennen. Hoewel er dus volop wordt voortgeborduurd op zaken die we uit de werkelijkheid kennen, doemt er een ernstige ongerijmdheid op. Zweden heeft zich ontwikkeld tot een fascistische staat waarbij moslims structureel onderdrukt worden. De vrouw lijdt aan waanvoorstellingen en de functie daarvan kan zijn dat die beter verteerbaar zijn dan de echte werkelijkheid. Tegelijkertijd werken die waanvoorstellingen vergoelijkend als het gaat om het plegen van een aanslag. Zweden is nooit een fascistische staat geweest en zal dat niet snel worden. Voor de vrouw geldt haar ziektebeeld als een mogelijk excuus voor de waanvoorstellingen die zij er op na houdt. De schrijver laat zich echter heel makkelijk in haar gedachtewereld meeslepen. Hij overweegt zelfs uit Zweden te emigreren. Vertrekt hij dan naar een islamitisch land. Nee, dan wil hij naar Canada.
    De roman van Johannes Anyuru is in een poëtische stijl geschreven wat minder goed past bij de inhoud. Daarin zal meespelen dat Anyuru zijn schrijversloopbaan is begonnen als dichter. Kenmerkend is verder dat hij het de lezer niet makkelijk maakt om te herkennen wie nu precies het woord voert.
    Bij mij is de indruk achtergebleven van een naïef, ongeloofwaardig en verwarrend boek. Uitgeverij De Geus moet bovendien eens een hartig woordje spreken met de flaptekstschrijver van dienst. In de eerste regels van in totaal 36 woorden staan vijf fouten dan wel onzorgvuldigheden. De winteravond was een middag, de boekhandel een stripwinkel, een lezing een signeersessie, de taak van de jonge vrouw is niet zo zeer het filmen dan wel het streamen en bovenal is zij niet de enige overlevende.