Leesimpressies

  • John Coetzee: Zomertijd

  • Nr. 37 - 2010
  • Een belangrijk motief voor het schrijven van een autobiografie lijkt zelfrechtvaardiging. Iemand legt uit wat hij gedaan heeft en waarom. In een gulle bui kan daaraan toegevoegd worden wat iemand dacht of voelde bij het uitvoeren van zijn bezigheden. De schrijver is auteur en hoofdpersoon. Voor mensen wier leven zich afspeelt in de publieke schijnwerper kan een autobiografie een middel zijn om een bestaand beeld te nuanceren. Het eigen perspectief staat centraal. Er blijkt meer consistentie te zijn dan de omgeving dacht. Het lezen van een autobiografie vergroot de kans op medeleven of desnoods mededogen met de hoofdpersoon. Het resultaat voor betrokkene is flatteus. In die traditie laat het autobiografische werk van J.M. Coetzee zich moeilijk inpassen. Na de beschrijving van zijn kindertijd in Jongensjaren, gevolgd door Portret van een jongeman over zijn periode in Londen, is nu het derde deel verschenen: Zomertijd. Het leven van Coetzee is gevorderd tot de eerste helft van de jaren zeventig. De auteur is begin dertig. Hij is terug in Zuid-Afrika en bezig in anonimiteit zijn eerste werken te schrijven.

    In de drie autobiografische delen ontbreekt het vertrouwde ik zus en ik zo. De hoofdpersoon is een hij. In Zomertijd is voor een compositie met nog meer afstand gekozen. Het boek begint en eindigt met enkele notities van Coetzee. De hoofdmoot van het boek bestaat uit interviews met mensen die in de bestreken periode nauw contact onderhielden met John Coetzee. Het gaat om vijf mensen van wie vier vrouwen. De interviewer is iemand die, zonder Coetzee ooit ontmoet te hebben, bezig is een biografie over hem te maken. Zelfs die interviews dragen de sporen van een compositie. Het zijn concepten, materiaal in wording. Menigmaal merkt een gesprekspartner op dat hij, meestal zij, iets niet op die manier gezegd of bedoeld heeft, althans zo niet in de biografie wil hebben. Omdat we niet de biografie over Coetzee lezen maar via een omweg een autobiografie van Coetzee, kan de lezer van de gewraakte passages toch kennis nemen. De gekozen constructie domineert Zomertijd.


    Wat is het enige thema dat van boek tot boek blijft terugkeren? Dat de vrouw niet verliefd wordt op de man


    De omslachtige constructie, overigens een meerstemmigheid waarin Coetzee zich ook al uitgeleefd had bij de roman Dagboek van een slecht jaar, staat een openhartig portret van de hoofdpersoon geenszins in de weg. Het eerste interview met Julia Kiš zet de toon. Zij is getrouwd en ontmoet Coetzee bij toeval in de supermarkt. Haar vriendinnen gingen tennissen of naar yoga. Julia deed boodschappen. Hij leek haar rijk, noch aantrekkelijk, noch slim. Toch ontstaat er een verhouding. Hij intrigeert haar wel en bovendien paste hij bij de staat van haar huwelijk van dat moment. De kwalificaties die zij in het interview aan Coetzee toeschrijft zijn genadeloos. Eenzelvig, sociaal onbeholpen, geremd. Verderop is het: geen enkele seksuele uitstraling, nooit rekening houdend met de mensen om hem heen, hij hield van niemand. Deze uitspraken worden zonder wrok gedaan. Het zijn feitelijke constateringen. Op muziek van Schubert bedrijven de twee de liefde. Het is de exercitie van robots. ‘De man die zijn maîtresse aanzag voor een viool.’

    Daarna komt Margot, de lievelingsnicht, aan het woord. Vervolgens is het de beurt aan de schone Braziliaanse Adriana, moeder van een bijlesleerling. Coetzee stalkt Adriana en druipt uiteindelijk af zonder succes. Tenslotte volgen Martin en Sophie, beide collega’s van Coetzee. Zij bevestigen allemaal het beeld van de buitenstaander.

    Adriana werpt de vraag op: ‘hoe kun je een groot schrijver zijn als je maar een doodgewoon mannetje bent?’ Coetzee beantwoordt die vraag niet. Je ziet de schrijver achter zijn bureau zitten. Zin voor zin componeert hij door aan een volkomen glamourloos karakter. Het gaat om zelfonderzoek en waarheidsvinding. Nergens gaat het om acceptatie, laat staan koketterie met zijn onthechtheid. Gevoel is ballast. De zelfkastijding staat in het teken van wat hij als zijn bestemming ziet. Hij wil als schrijver uitdrukken wat voor hem de kern van het leven uitmaakt. Die plicht moet hij aan zichzelf inlossen. In de jaren zeventig deelt Coetzee een huishouden met zijn vader. De smoezeligheid van dit bestaan wordt uiteraard niet verdoezeld. Coetzee repareert wat hij kan aan hun vervallen onderkomen. Voor de pick-up waarin hij rijdt geldt hetzelfde. Alles is beter dan de schaamte te ervaren die ontstaat als je een zwarte een dergelijke klus zou opdragen. Coetzee is een geboren Afrikaan die gesteld is op het prachtige landschap. Het idee een bevoorrecht leven te leiden ten koste van de oorspronkelijke bevolking is een besef waar hij geen raad mee weet. Zijn ongemakkelijkheid met het leven is het thema van zijn werk. Daar compromisloos verslag van doen maakt hem tot een groot schrijver. Het lezen van de autobiografie wekt niet direct sympathie voor de auteur. Begrip, dat hij is zoals hij is, vormt waarschijnlijk het maximaal haalbare.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: