Leesimpressies

  • Joke Hermsen: Stil de tijd

  • Nr. 46 - 2010
  • De klok is altijd onverbiddelijk. Zomer of winter, een uur duurt zestig minuten, een minuut zestig seconden. De tijd houdt niet van marchanderen. De klok is objectief. De ervaring van tijd is persoonlijk en subjectief. Op aangename momenten vliegt de tijd, in saaie omstandigheden is er sprake van kruipen. Over het verschil in objectieve en subjectieve tijd heeft filosofe Joke Hermsen een boek geschreven dat voor een wijsgerig onderwerp een groot lezerspubliek heeft getrokken. Zij bindt de strijd aan met de dictatuur van de klok. De ondertitel ‘pleidooi voor een langzame toekomst’ biedt een verlokking voor iedereen die zich door de tijd opgejaagd voelt. Wie heeft daar geen last van, veel of weinig? Voortbordurend op het thema tijd verscheen recent van Hermsen het boekje Windstilte van de ziel ter gelegenheid van de maand van de spiritualiteit waarin zij de relatie tussen tijd en het mistige begrip ziel verkent. Het procedé is in beide boeken gelijk.

    Hermsen heeft een persoonlijke stijl van filosoferen wat haar werk in beginsel toegankelijk maakt. Zij brengt verslag uit van de tijd die ze doorbrengt in Italië, Frankrijk en Griekenland. Weg van huis dringt de mediterrane rust en schoonheid haar leven binnen. Het is een omgeving die aanzet tot bezinning. Zij verkent wat filosofen en kunstenaars aan inzichten hebben ontwikkeld over een alternatieve invulling van tijd. Hoewel ze beweert de kloktijd te respecteren en niet te willen bestrijden ligt haar sympathie bij een afwijkende invalshoek. Treffend is de illustratie op de omslag waar Charlie Chaplin is afgebeeld in de film Modern Times als radertje in het uurwerk dat leven heet. Hermsen meent dat met de invoering van de internationale tijdmeting in 1884 te Greenwich het startsein voor de globalisering is gegeven. Belangrijk pleitbezorger voor die andere kijk op tijd, aangeduid als de tijd als duur, fungeert de filosoof Henri Bergson. Het dilemma komt kernachtig terug in de opvatting: ‘de mens vraagt om vertraging, de samenleving om versnelling’. Er dient een nieuw evenwicht met de kloktijd te ontstaan.


    Wat we als tijd hebben, is de kloktijd, maar wie we als tijd zijn, is de in logische termen onbenoembare tijd als duur


    Behalve denkers over tijd komen in het boek veel kunstenaars aan bod die in hun werk uitdrukking hebben gegeven aan een alternatieve invulling van tijd. Het selectiecriterium voor vermelding lijkt vooral te zijn dat Hermsen hun werk bewondert. In haar publicaties keren steeds dezelfde namen terug. De relatie met het onderwerp tijd is soms evident en soms gezocht. De uitverkiezing van Marcel Proust ligt voor de hand. Dat Henri Bergson trouwde met een nicht van Proust maakt zijn aanwezigheid extra onontkoombaar. Maar zelfs in dit geval is de vraag gewettigd of tijd het hoofdthema is bij Proust. Gaat het in zijn werk niet meer om de evocatieve kracht van het geheugen of de herinnering zoals die, grotendeels buiten het verstand om, het leven van personages stuurt? In elk verhaal is de dimensie tijd aanwezig. Zo kun je elke schrijver als bewijs naar voren halen. Muziek kan evenmin zonder de dimensie tijd. De relatie met het thema tijd is soms gezocht. Wat leren de vlakken van Mark Rothko ons nu over een alternatieve zienswijze op de tijd? De persoonlijke bewondering door Hermsen lijkt me niet het goede criterium. Afgezien van Chaplin lijkt Hermsen een blinde vlek voor filmmakers te hebben. Juist film is een kunstvorm waarin royaal met tijd is geëxperimenteerd.

    Soms geeft Hermsen zelf aan, als zij het denken van een ander probeert te doorgronden, dat het haar niet helemaal lukt om greep op een gedachtegoed te krijgen. De vaagheid wordt niet altijd bezworen. Bewondering doet haar kritische vermogens niet doven. Zelf streeft ze helderheid na maar sommige van haar inspiratiebronnen blinken op dat terrein allerminst uit. Gevoegd bij de persoonlijke noties, dagboekaantekeningen naast beschouwingen, levert dat een lezenswaardig boek op. Zo was het voor mij nieuw om te lezen dat de Grieken, anders dan wij, menen dat de toekomst achter hen ligt. Opmerkelijk is verder de stelling dat het nu een fictie vormt. Wil je het nu analyseren dan ben je te laat. Het nu is al door het verleden geannexeerd. Vooruitblikken is ook tevergeefs. Dan is het nu nog niet in de handel.

    Nadat in afzonderlijke hoofdstukken diverse denkers en kunstenaars gepresenteerd zijn, eindigt Hermsen met een eigen visie. Zij bepleit dat intuïtie nodig is om andere dan door de klok gereguleerde ideeën ruim baan te geven. Dagdromen, mijmeringen en verveling zijn wenselijk. Daardoor ontstaan nieuw inzichten. Anders gezegd dat komt onze output ten goede. Het rendement van onze inspanningen zal toenemen. Verveling heeft zin. Schakel af en toe de ratio uit en duizend bloemen zullen bloeien. Dat is wel een zwakke schakel in het totale betoog. Is dat niet een omweg om de dictatuur van de kloktijd te bevestigen? Is een verhoogde functionaliteit immers geen criterium uit het vermaledijde imperium van de kloktijd? Geef je zo nu en dan over aan een alternatieve tijdsbesteding en je kunt nog beter meedraaien in de tredmolen van de kloktijd. Stil staan om de volgende dag nog harder te hollen. Is het alternatief wel een alternatief?