Leesimpressies

  • Jon Kalman Stefansson: Zomerlicht en dan komt de nacht

  • Nr. 1 - 2019
  • IJsland is een land waar het een deel van het jaar nauwelijks licht wordt. Een halfjaar later wordt het nauwelijks donker. Licht en duisternis zijn complementaire begrippen waar de mens mee dient om te gaan te midden van de leegte en een overweldigende natuur. Jon Kalmar Stefansson omschrijft de duisternis in zijn debuutroman uit 2005, vorig jaar verschenen in het Nederlands, als lucht zonder licht. Hij portretteert er bewoners van een plaatsje aan de westkust met ongeveer 400 inwoners. Er gebeurt daar weinig tot niets maar geleidelijk verandert het leven er radicaal. Ook aan de rand van de wereld dendert de moderniteit binnen. Jorwerd ligt niet alleen in Friesland. Ooit waren de zuivelfabriek, de Co-op en de breifabriek bloeiende bolwerken van het gemeenschapsleven. Niets blijft zoals het was. Stefansson beschrijft welke veranderingen plaatsvinden en hoe die doorwerken in het leven van de bewoners. Ze vinden lang niet allemaal een adequaat antwoord op de gewijzigde omstandigheden. De dood trekt aan het leven. De vleselijke lusten bieden voor eventjes soelaas. Uiteindelijk staat iedereen er alleen voor. In beeldende zinnen schetst de auteur de nietigheid van de mens. Hij heeft met hen van doen.

    Er zijn van Stefansson al eerder vijf boeken op de Nederlandse markt verschenen. Het is een raadsel waarom het debuut daar achteraan hobbelt, juist omdat deze roman een bruikbare introductie vormt op wat zou volgen. Het boek bevat acht verhalen waar telkens andere personen een centrale rol vervullen. Wie in het ene verhaal figurant is, mag het volgende moment een hoofdrol spelen. Zo ontstaat een rijk geschakeerd beeld van het dorpsleven. De roman kent een verteller in de wij-vorm, die elk hoofdstuk inleidt of uitleidt met een overdenking. Wie deze wij zijn, blijft in het midden. Het lijkt het erop dat het collectieve geweten van het dorpsleven het woord tot ons richt. De meeste hoofdrolspelers bevinden zich in een crisismoment van hun leven. Als de directeur van de breifabriek in het Latijn begint te dromen is dat een startpunt voor een drastische koersverandering. Onherkenbaar keert hij terug na een bezoek aan Reykjavik. Hij gaat zijn geld uitgeven aan klassieke boeken die licht werpen op de geheimen van het heelal. De breifabriek, waar eens tien mensen hun brood verdienden, wordt verwaarloosd en gaat ten onder. Zijn vrouw en dochter laten hem in de steek. De directeur krijgt de bijnaam De Astronoom en gaat voor de dorpsgenoten lezingen verzorgen. Hij staat in contact met het hogere en ontwikkelt een eigen zienswijze op de dood en op wat zwarte gaten zijn. De belangstelling van de dorpsgenoten neet geleidelijk af. Hoewel in een kleine gemeenschap de mensen elkaar allemaal kennen, blijven zij vooral vreemden voor elkaar.

    Misschien zijn we eraan gewend dat het land zo dunbevolkt was, dat we niet normaal met onze buren kunnen omgaan, dat we het niet gewend zijn met een ander rekening te moeten houden, je zou het een gebrek aan sociale vaardigheden kunnen noemen die diep in ons verankerd zit


    Eigenlijk weet alleen Augusta wat er speelt. Zij runt tegenwoordig in haar eentje het postkantoor. Zij leest alles war er het postkantoor passeert en neemt gretig de nieuwtjes van de mensen die haar bezoeken in ontvangst.
    Ook de Co-op gaat door een diep dal. Op een gegeven moment treedt er een nieuwe filiaalchef aan. De verwachtingen zijn hooggespannen. Gewezen parlementslid en minister Finnur Asgrimsson heeft zijn sporen verdiend. Hij kiest echter voor een teruggetrokken bestaan. Hij besluit zijn memoires te schrijven maar blijft steken bij de eerste zin: “De jaren die er toe deden”.
    De plaatselijke politieman blijkt niet bestand tegen de duisternis van het leven. Hij is weduwnaar en zodra zijn zoon op eigen benen kan staan, berooft hij zich van het leven. De schaduwen ontfermen zich over de bewoners. Het zijn de dansavonden die kortstondig voor een opleving zorgen. Dan boekt het blijspel van het vlees een tijdelijke zege. Er is slechts een enkel hoofdstuk dat de geschiedenis van een geluksvogel bevat. Het betreft het verhaal van de vrachtwagenchauffeur Jakob. Een paar keer per week rijdt hij op en neer naar Reykjavik genietend van zijn vrije leventje. Toch heeft ook hij een klap van de vooruitgang gekregen. Sinds de nieuwe weg is aangelegd, ligt de hoofdstad een stuk dichterbij en is het avontuurlijke plezier van zijn werk verminderd. Het hoofdstuk over Jakob is veruit het dunste deel van het boek. Over geluk valt ben je eerder uitverteld.
    Jan Kalman Stefansson heeft een flink deel van de inwoners met hun eigenaardigheden voor de lezer tot leven gewekt. Het uitzicht over het fjord is ongetwijfeld fenomenaal. Het is hem echter niet gelukt om mijn animo aan te wakkeren tot een verblijf aldaar. Zelfs niet om een handtekening te zetten op de lijst van schooldirecteur Solrun om een kerk, kerkhof en priester naar het dorp te halen of om een keer te eten in het nieuwe restaurant van Elisabet die al zo lang een minnaar heeft gemist. Het is de duisternis die tot reserve aanzet.