Leesimpressies

  • Jonas Jonasson: De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje

  • Nr. 2 - 2014
  • De Zweed Jonas Jonasson had al een loopbaan achter de rug, toen hij zich aan het schrijven van een roman zette. Hij was journalist bij een krant geweest en oefende ooit het gewaagde beroep van mediaconsultant uit. De grote uitgeverijen zagen niets in zijn boek. Een kleine uitgeverij durfde het risico te nemen en de rest is geschiedenis. Van het boek met een 100-jarige man in de hoofdrol zijn tot nu toe zes miljoen exemplaren verkocht en daar zal het niet bij blijven. Ook in Nederland zijn de avonturen van de bejaarde Allan Karlsson bij een groot publiek aangeslagen. Hij verdwijnt op zijn honderdste verjaardag uit het bejaardentehuis omdat zijn hoofd niet naar een feestje staat. In plaats daarvan komt hij terecht in een maalstroom van gebeurtenissen waarbij hij door een toeval in bezit komt van een koffer vol met geld. Vervolgens dient hij zich de maffia van het lijf te houden. Tussen de actuele belevenissen door vertelt Jonasson het verhaal van zijn leven. Dankzij zijn kennis van explosieven heeft Karlsson vele regeringsleiders in de twintigste eeuw met advies terzijde gestaan.

    Jonasson is niet op zijn lauweren gaan rusten maar heeft een tweede roman voltooid. Het verhaal is net als de uitgever weer van dezelfde signatuur. Krankzinnigheid is troef. De parallellen met het debuut zijn opvallend. De MacGuffin bestaat deze keer niet uit een koffer met geld maar uit een atoombom. Opnieuw is de hoofdrol weggelegd voor een excentriek personage. Dit maal steelt een zwarte vrouw uit de sloppen van Soweto de show. De lezer leert deze Nombeko kennen als jong meisje. Vader is twintig minuten na de conceptie definitief vertrokken en moeder combineert met fatale afloop alcohol, pillen en thinner. Nombeko is analfabete maar beschikt over uitstekende hersenen. Ze kan rekenen als de beste. Door toeval raakt ze als assistente betrokken bij de productie van atoombommen in haar land. Dan vindt er een wijziging van beleid plaats.

    In het voorjaar van 1994 werd Zuid-Afrika het eerste en tot dat moment enige land ter wereld dat afstand deed van zijn kernwapenarsenaal


    De regering had opdracht gegeven om zes atoombommen te produceren. Er was zonder toestemming echter een zevende bom gefabriceerd. Het is Nombeko die door slimme machinaties de hand weet te leggen op die zevende bom. Met haar eigen atoombom belandt ze in Zweden en vraagt asiel aan. Daar komt ze in contact met een familie die qua eigenaardigheid van haar formaat is. Het is de tweeling Holger en Holger met wie zij vele avonturen zal meemaken. De twee jongens hebben van hun vader een fixatie meegekregen op het Zweedse koningshuis. Jarenlang had pa als droom om de koning een hand te mogen geven. Nadat het eindelijk tot een ontmoeting kwam, schoffeerde de vorst zijn grote aanbidder. Dat maakte van de fan een gezworen vijand. De monarchie moest afgeschaft.
    Een atoombom is voor velen een aantrekkelijk lokaas onder meer voor de Israëlische Mossad. Uiteindelijk komt Nombeko in een aardappelvrachtwagen terecht met de premier en de koning van Zweden. Jonasson rijgt in hoog tempo de verwikkelingen aaneen. De auteur beschikt over een rijke fantasie en kan bij vlagen geestig uit de hoek komen. De lezer krijgt geen moment rust. De puzzelstukjes blijken aan het eind nog te passen ook.
    Het werk van Jonasson bruist van de vitaliteit. De somberheid waaraan de Zweedse cultuur soms ten prooi valt, is bij deze auteur afwezig. Er is geen knorrigheid als bij de hoofdpersonen in de politieromans van Henning Mankell of Sjöwall & Wahlöö. De tobberige diepzinnigheid uit de films van Ingmar Bergman ontbreekt. Bij Jonasson regeert het vertelplezier. Die omstandigheid is naast een verdienste tevens een zwakte van het boek.
    Als je een boek van Jonasson uit hebt, is het klaar. Deze romans blijven niet nog dagen door het hoofd spoken. De relatie met de werkelijkheid is kunstmatig. Het gaat om slapstick die niet tot nieuwe inzichten leidt. Het vertelde is weinig geloofwaardig. Het is vermaak en niks meer of minder. Graham Greene maakte het onderscheid binnen zijn werk tussen novels en entertainments. De novels vormden het echte werk waarbij een visie of onderliggende boodschap deel uitmaakte van het boek. De entertainments brachten slechts afleiding. Het onderscheid is niet waterdicht. In latere publicaties van Greene valt het onderscheid weg. Dan staan de entertainments gewoon opgesomd te midden van de novels. Er is uiteraard niets tegen het bieden van vermaak. Het is vooral een kwestie van behoefte bij de lezer. Veel liefhebbers van zware kost kunnen op andere tijden trek hebben in licht verteerbaar voedsel. Variatie is meestal gezond. Toch spreekt een schrijver van louter ontspanningslectuur mij minder aan. Boeken die je dieper raken, laten meer sporen achter. Jonasson is nu bezig aan zijn derde roman. Het blijft een interessante vraag of hij ook een echte novel in huis heeft.