Leesimpressies

  • Jonathan Franzen: Schokgolven

  • Nr. 36 - 2007
  • In 2001 verscheen The corrections waarmee auteur Jonathan Franzen op slag beroemd werd. Het boek was geschreven voor 11 september maar achteraf leek het werk al zwanger van het onheil te zijn. De roman maakte op mij zo’n indruk dat ik het als kapstok gebruikte voor een toespraak bij de opening van de Academie voor Overheidscommunicatie. Literatuur als inspiratiebron voor een vakmatige beschouwing. In De correcties leren we de familie Lambert kennen met hun schurende onderlinge verhoudingen tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in de Amerikaanse samenleving. We volgen de ontreddering van het gezin: de ouders met hun drie volwassen kinderen. Bij pa zien we de verschijnselen van dementie. Ma probeert krampachtig de boel bij elkaar te houden met een gezamenlijk kerstdiner als symbolisch hoogtepunt.

    Ter voorbereiding op een bezoek aan Boston las ik Schokgolven van Franzen dat bijna tien jaar ouder is. Een groot deel van het verhaal speelt zich af in Boston en nabije omgeving met opnieuw een problematische familie in de hoofdrol. De finale bestaat deze keer uit een huwelijk in plaats van een kerstmaal.


    De familie Holland levert de centrale personages bestaande uit moeder Melanie, vader Bob, dochter Eileen en zoon Louis. Moeder is de dochter van een industrieel. Deze heeft zijn vermogen nagelaten aan zijn secretaresse met wie hij op latere leeftijd is getrouwd. In het begin van het boek lijkt de uitgestelde erfenis toch haar kant op te komen als weduwe Rita komt te overlijden ten gevolge van een aardbeving. Ze viel dronken van een barkruk toen het natuurverschijnsel zich voordeed en was daarmee het enige slachtoffer. Rita was een excentrieke vrouw en een fanatiek vertolkster van de new age beweging. Haar dood zet een keten van gebeurtenissen in werking.

    Zoon Louis krijgt een verhouding met een seismologe van Harvard die onderzoek doet naar het ontstaan van de aardbeving. Langzamerhand ontvouwt zich een ernstig milieuschandaal. De chemische fabriek waar Melanie haar vermogen aan dankt, heeft in het geheim diepe putten geboord waar illegaal de giftige afvalstoffen in geloosd worden. De hoofdproducten zijn nauwelijks eerzamer: onder meer ontbladeringsmiddelen en napalm. Het is aannemelijk dat in de dieptelozingen de verklaring is te vinden voor de reeks van aardbevingen die zich in de streek rond Boston voordoen. Bijna alle hoofdrolspelers hebben op een of andere manier een relatie met het chemische concern. Zo heeft dochter Eileen weer een vriend wiens vader bij het bedrijf een belangrijke positie bekleedt. Louis, maatschappijkritisch als hij is, steunt de seismologe in haar strijd om de schuld van het bedrijf aan te tonen. Verder is er nog een belangrijke rol weggelegd voor een fundamentalistische anti-abortus beweging onder aanvoering van de charismatische Philip Stites. Daar zit ook wel een probleem van het boek. Franzen laat wel erg een rariteitenkabinet aanrukken om de belangstelling van de lezer te wekken. De stevige compositie van De correcties is in deze roman zeker nog niet aanwezig. Wel laat hij zien te beschikken over een scherp waarnemingsvermogen wat geregeld leidt tot rake formuleringen. Ook de slechtheid van de mensen die het milieu aan hun laars lappen is zwaar aangezet. Het is te merken dat dit een onderwerp betreft dat Franzen na aan het hart ligt zoals valt na te lezen in het autobiografische The discomfort zone van vorig jaar. Dat siert hem als mens maar levert niet per se grote literatuur op.

    Wat leert dit boek me over Boston? Het boek bevat talloze aanduidingen van straten, wijken en omliggende gemeenten. Dat leidt tot wat sfeer proeven. Wedstrijdverslagen van de Boston Red Sox vormen een permanent achtergronddecor. Storend daarbij is wel dat de vertaalster slecht op de hoogte is van het bijbehorende jargon en vaak de plank misslaat. Je kunt wat mij betreft de stelling verdedigen dat wie niet bekend is met honkbal ongeschikt is om Amerikaanse literatuur te vertalen. Is het in de Nederlandse verhoudingen ondenkbaar dat Hermans, Mulisch of Reve een roman wijden aan voetbal, voor een Amerikaanse schrijver is honkbal een vanzelfsprekend thema. Zie Philip Roth, Don Delillo, Robert Coover, Ring Lardner of Bernard Malamud.

    De seismologe geeft over de stad Boston de volgende kwalificatie. “Ze vinden het zo’n fijne, bestuurbare, veilige stad, lang niet zo eng als New York. Het is net New York, alleen beter. Maar als ik om me heen kijk zie ik openlijk racisme, een rotklimaat en hoge kankersterfte en slechte chauffeurs en een haven vol afvalwater…”. Even verderop staat er “…en het hele land neemt gewoon aan dat Boston een leuke stad is, en het ergste is dat Boston dat zelf nog klakkelozer veronderstelt dan alle anderen.” Tellen we daar het grote aantal aardbevingen uit het boek bij op dan kan de animo wel een injectie gebruiken. Gelukkig is zoon Louis dol op The Bostonians van Henry James. Dat moet nog snel in de koffer. Literatuur beschermt tegen alles.