Leesimpressies

  • Joost de Vries: Echte pretentie

  • Nr. 11 - 2019
  • Het zal geen toeval geweest zijn dat het jongste boek van Joost de Vries net voor de Provinciale Staten verkiezingen uitkwam. De boreale zege hing al in de lucht. De Vries durft een pleidooi te houden voor de zin van pretentie, wat in populistische kring als verdacht geldt. Weg met de elite, weg met de kunst, weg met de randstad. Het is allemaal gelul bedoeld om het volk onder de duim te houden. Gelul was ook het woord dat enkele gekozen LPF-ers gebruikten toen zij, na de moord op hun leider, ingewijd werden in de mores van het parlement. Populisme is vaak een nauwelijks gecamoufleerde lofzang op domheid. De actualiteit van het onderwerp leverde De Vries een interview in Buitenhof op. Het werd een ongemakkelijk gesprek. De dienstdoende interviewer, altijd met meer belangstelling voor de eigen mening dan voor die van de geïnterviewde, stak zijn scepsis niet onder zijn bretels. Wilde je iets meer weten over de strekking van het boek, dan voelde de kijker zich verplicht het boek zelf te lezen. Een moeizaam gesprek als marketinginstrument. Joost de Vries hield er tenminste nog een column in De Groene Amsterdammer aan over waarbij hij zich zelf niet spaarde. Deemoed in plaats van pretentie. Het leek bijna een knieval voor het populisme. De grachtengordel capituleert voor het sentiment van Volendam, Urk en Spakenburg.

    Het verwijt pretentieus te zijn treft Joost de Vries met enige regelmaat. Zelfs zijn eigen broer uit zich op die manier. Het schrijven van een pleitrede voor het begrip pretentie is een oratio pro domo. Een ontwikkeld mens dient immers volgens Karel van het Reve tien tot twaalf Latijnse citaten ter beschikking te hebben om in academisch gezelschap voor serieus aangezien te worden. De Vries heeft inmiddels vijf boeken op zijn naam. Ze staan allemaal vol met verwijzingen naar schrijvers, filosofen en filmmakers. De vraag is natuurlijk of dat erg is. Dat hangt sterk af van de context waarin die verwijzingen plaatsvinden. Pretentie is bedenkelijk als het doel is anderen de ogen uit te steken. Wie duidelijk wil maken dat hijzelf superieure kennis bezit in vergelijking met een gesprekspartner, levert geen inhoudelijke bijdrage aan een discussie maar speelt op de man. Dat is buitengewoon irritant. Wanneer iemand zich ontwikkelder poogt voor te doen dan hij in werkelijkheid is, schiet pretentie in het verkeerde keelgat. Dan is culturele bagage niet authentiek maar onecht. Geloofwaardigheid is daardoor een belangrijke schakel in de evaluatie van pretentie. Als overtuigend voorbeeld haalt De Vries Susan Sontag aan. Zij liep graag te koop met wat ze allemaal wist en vond. Sommige mensen bewonderden haar om die reden terwijl anderen zich daar aan stoorden. Tot haar laatste snik koesterde Sontag de mythe van haar eigen leven. Typerend pretentieus is de opmerking van De Vries dat hij zich niet de tijd kan herinneren dat hij niet wist wie Susan Sontag was. Pretentie is een januskop. Het kan een exponent zijn van iemands ontwikkelingsdrang maar net zo goed opschepperige bewijsdrang.

    En stel je dan eens voor dat je bij ene Susan Sontag in de klas zit, die twee jaar jonger is dan jij en continu haar vinger in de lucht heeft om de leraar te laten weten dat zij het antwoord op zijn vraag weet


    De Vries legt aan de hand van een glas met water de twee kanten van pretentie uit. Een verkeerde vorm van pretentie is als je bij een half leeg glas suggereert dat deze vol is. In het positieve geval is het glas juist overvol. Je vindt iets zo belangrijk, bent ergens zo vol van dat je het enthousiasme niet kunt beteugelen. Je wilt anderen laten weten wat jou zo raakt. Dan komt pretentie in de buurt van aspiratie. “Het is de ambitie van jezelf meer te maken dan je bent.” Uiteindelijk zijn vooral zaken de moeite waard waar je een beetje je best voor moet doen. Met pretentie is weinig mis omdat iedereen naar een plafond kan reiken. Wie wil kan de belezenheid van De Vries evenaren. Pretentie is een democratische eigenschap. Hij rechtvaardigt de vele verwijzingen in zijn werk omdat hij misschien wel meer onder de indruk is van wat anderen beweren dan van wat hij zelf te melden heeft. Met goede wil kun je pretentie zien als een vorm van bescheidenheid.
    Hoewel ik de drie romans van Joost de Vries gelezen heb, willen de hoofdpersonen en de verhaallijnen slecht beklijven. Het zijn aangename maar vluchtige leeservaringen. De Vries weet elegant te formuleren en doorspekt zijn werk met wetenswaardigheden. Ontbrekende urgentie van een eigen boodschap is mogelijk de zwakke schakel. Daarom sla ik zijn essayistische werk hoger aan. Zijn sterkste boek tot nu toe is in mijn ogen Vechtmemoires. In de vorm van een essay kan hij zijn rol als liefhebber uitleven. Dat geldt in vergelijkbare mate voor Echte pretentie ondanks enkele onevenwichtigheden. Bij sommige aangehaalde autoriteiten blijft in het midden of zij wel een noodzakelijke bouwsteen vormen voor de crux van het betoog. Toch verdient hij meer waardering dan hoon voor Echte pretentie. Het boek is een strijdbijl tegen de tijdgeest.