Leesimpressies

  • Joost Zwagerman: Kennis is geluk

  • Nr. 9 - 2013
  • Joost Zwagerman is een ongeneeslijk liefhebber van kunst. Onvermoeibaar koerst hij van het Moma naar het Tate Modern en terug. Enthousiast brengt hij verslag uit op televisie en op gezette tijden in een nieuwe bundeling met essays. In De wereld draait door laat hij zich niet van de wijs brengen door de staccato interrupties van de presentator. Zwagerman volgt zijn passies met een eigen handelingssnelheid. Op het scherm lijkt zijn alertheid de laatste tijd wat minder scherp. Hier lijkt de farmaceutische industrie verantwoordelijk voor een inmenging in de kunstbeschouwing. In boekvorm blijft Zwagerman onverminderd eigen baas. In Kennis is geluk zet hij zijn omzwervingen in de kunst voort waar hij na Alles is gekleurd was gebleven. Beeldende kunst, literatuur, film en popmuziek. Met belangstelling hoef je niet zuinig te zijn. Romans levert deze schrijver nauwelijks meer af. Het genre van de beschouwing over kunst zit hem als gegoten.

    In Kennis is geluk vallen wel een paar veranderingen op in vergelijking met eerder werk. Winst is dat er meer afbeeldingen zijn opgenomen. Er zullen nauwelijks lezers zijn die alle besproken werken helder op het netvlies hebben. Illustraties zijn dan behulpzaam om mee te kunnen gaan in de gedachtewereld van Zwagerman. Deze keer zoekt de lezer tevergeefs naar een register achterin het boek. Op dat punt schiet de service tekort. Dit gemis kan enig wantrouwen voeden. Zwagerman komt wel vaak terug op eerdere favorieten. Daar zijn ze weer de Seagram murals van Mark Rothko net als in Alles is gekleurd. De anekdote dat Joan Didion de schoenen van haar overleden echtgenoot gereed houdt, krijgt na Transito een reprise. Ook opmerkingen over fotografe Annie Leibovitz zijn allerminst vers om nog maar te zwijgen over de bewondering die John Updike krijgt toegezwaaid voor zijn brede belangstelling. De term suburbia heeft de houdbaarheidsdatum al lang overschreden. Enige doublure zal best onvermijdelijk zijn maar Zwagerman maak het wel erg bont en lijkt zich van dit euvel niet bewust gezien zijn eigen opmerking op bladzij 97.

    Een schrijver citeert bij voorkeur nooit uit eerder werk, en ik geloof dat ik me altijd aan deze officieuze stelregel heb gehouden


    Zwagerman presenteert zichzelf als liefhebber en niet als kenner. Mogelijk is dat liefhebberschap de motor voor zijn enthousiasme. En gelukkig weerhoudt hem dat er niet van om stelling te nemen. Voor kritiek deinst hij niet terug. Aangenaam is dat Zwagerman altijd argumenten probeert de vinden om zijn voorkeur of afkeur op te funderen. De toonzetting over literatuur lijkt wat kritischer dan bij de onderwerpen van beeldende kunst. Overtuigend is het betoog van Zwagerman als hij de dubbele moraal van P.F. Thomese onder de loep neemt. Thomese heeft zich in het verleden negatief uitgelaten over de smaak van het publiek. Dat was in de tijd dat zijn boeken voorbestemd waren voor een loopbaan als winkeldochter. Sinds zijn werk verkoopsuccessen kent, heeft zijn toorn zich verlegd naar de kritiek. Tegenwoordig is het met de smaak van het publiek uitstekend gesteld. Het ligt voor de hand om terug te denken aan de opmerkingen van Zwagerman over een criticus van de Volkskrant die in de krant een negatief oordeel velde waar het zelfde boek in een commerciƫle uitgave opeens lovend werd aangehaald. Van deze recensent heb ik nadien nooit meer een stuk gelezen. Niemand kan het totale aanbod van literatuur overzien. Het is een uitkomst als er bronnen zijn die helpen bij het maken van een voorselectie. Bijna nooit lees ik een boek op aanraden van een recensent uit de krant. Aanbevelingen van andere schrijvers en van persoonlijke bekenden leggen meer gewicht in de schaal. Bij recensenten om den brode lijkt verzuring een beroepskwaal. Misschien komt dat wel om dat hun leeswerk gedicteerd wordt door de redactie en de actualiteit. Lezen met tegenzin leidt niet tot aanbevelingen die tellen.
    De beschouwingen van Zwagerman zijn tenslotte aan een lakmoesproef onderworpen. Lees ik zijn essays met genoegen ook als ik het daar niet mee eens ben. De auteur komt in aanmerking voor het bijbehorende certificaat. Zwagerman is een enorme bewonderaar van Mark Rothko tegen verschillende stromingen in onder meer van voormalig bevriende kunstenaars. Mij hebben die monochrome werken nooit kunnen bekoren. Toch weet Zwagerman duidelijk te maken waar voor hem de aantrekkingskracht zit. Een ander voorbeeld is te vinden in een foto van Jan Banning. De afbeelding, Marokkaans meisje leest aanvraagformulier voor inburgeringscursus bij gesloten raam, is een variatie op twee schilderijen van Vermeer, Brieflezend meisje bij het venster en het Melkmeisje. Zwagerman komt tot de conclusie dat het ongepast is om het werk van Vermeer om te zetten naar een politiek pamflet. Voor mij is de foto een knipoog naar de actualiteit. Geen kunstenaar is te groot voor een relativering. Ook Vermeer niet. Voor mij vormt iemand die dient in te burgeren maar ondertussen een oerhollands icoon uitbeeldt een vermakelijk commentaar. Het lezen van Zwagerman is alleen al de moeite waard voor de verbanden die hij legt. Of je het met hem eens bent of niet.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: