Leesimpressies

  • Joris van Casteren: Lelystad

  • Nr. 2 - 2017
  • Meer door toeval dan door boos opzet was ik deze week voor het eerst van mijn leven in de binnenstad van Lelystad. Het winkelcentrum kent passages die niet in een rechte lijn maar als een kromming zijn uitgevoerd. De plek nodigt echter niet uit tot frivoliteiten. De stad bezit een theater in de vorm van een grote oranje doos en daarmee is de grens wel zo’n beetje bereikt. Wat opvalt aan de middenstand is het grote aantal snackbars. Wordt er op de bodem van de Zuiderzee een heuse frikadellenoorlog uitgevochten? Welke rebellengroepen zijn hier actief?
    In de nabijheid van het stadhuis staat Cornelis Lely op een hoge zuil met vrij uitzicht. Zijn gelaatsuitdrukking is door de afstand niet te onderkennen wat voedsel geeft aan speculaties over berouw. “Ik zou er niet willen wonen”, heeft zijn kleindochter zich ooit in een interview met de plaatselijke krant laten ontvallen. Dit citaat is te vinden in het boek dat Joris van Casteren schreef over de stad waarin hij opgroeide. Na mijn bezoek wilde ik dat boek per se lezen. Het was een manier van nazorg die de weg moest plaveien voor een terugkeer naar het gewone leven. Met Joris van Casteren is het gelukkig goed afgelopen. Hij heeft inmiddels flink wat titels op zijn naam. Laten we stoppen met somberen.

    In 1976 is Joris van Casteren een Rotterdamse couveuse baby als zijn ouders besluiten dat hun toekomst in Lelystad ligt. Ze willen deel van de geschiedenis uitmaken. Betrokken zijn bij de opbouw van een stad uit het niets. Vader wordt een bevlogen hoofd van een basisschool, waar geen afgesloten klassen bestaan. In open lokalen zonder deuren kan de nieuwe geest zich volop verspreiden. Moeder wordt huisvrouw. Korte tijd later arriveert er nog een zoon in het gezin. Lelystad groeit langzamer dan verwacht onder meer doordat de Markerwaard er niet komt. In de oorspronkelijke planning zou Lelystad het hart van de IJsselmeerpolders vormen. De realiteit is dat de stad in een uithoek komt te liggen. De samenstelling van de bevolking is een merkwaardige mix. Aan de ene kant trekt het experiment wereldhervormers aan die kans zien lang gekoesterde idealen tot bloei te brengen. Aan de andere kant bestaat een flink deel van de bevolking uit assertieve Amsterdammers die aangetrokken worden door de lagere huisvestingskosten soms nadat zij bij wijkverbeterprojecten in de hoofdstad uit hun huis zijn gezet. Lelystad kenmerkt zich ten opzichte van steden met een vergelijkbare hoeveelheid inwoners door veel uitkeringen en criminaliteit. Aangestoken door de omgeving besluiten Joris en zijn vriendje Wolfgang dat zij ook aan vandalisme willen doen.

    In de jaren zeventig kwamen veel kritische alternatievelingen naar Lelystad. Op het nieuwe land hadden traditionele kerken nauwelijks macht, esoterische bewegingen grepen om zich heen


    Een andere kinderziekte van Lelystad was dat er geruime tijd een democratisch tekort heeft bestaan. In die eerste jaren was de macht in handen van de Rijksdienst voor de IJsselmeer polders en de Dienst der Zuiderzeewerken, twee ambtelijke organisaties. Bij deze diensten waren vooral ingenieurs uit Wageningen werkzaam met een agrarische achtergrond. Zij waren verantwoordelijk voor de inrichting van Lelystad. Het bestuur werd uitgeoefend door een landdrost. Het eerste decennium werd die functie bekleed door Wil-Marie Otto die het niet nodig vond om met de bevolking te communiceren. Zijn motto was “eerst heien dan praten” Daarna werd PvdA coryfee Han Lammers landdrost. In 1980 werd mede-oprichter van D’66 Hans Gruijters de eerste burgemeester van Lelystad. Hoe veel parmantigheid kan een tekentafelstad verdragen?
    Het boek over Lelystad is weliswaar boeiend om te lezen maar hinkt te veel op twee gedachten. Er is zowel sprake van de geschiedschrijving van een stad als van een autobiografie. De lezer krijgt vele details opgediend uit het leven van Joris van Casteren. Vader gaat op in zijn werk en moeder verveelt zich. Een scheiding volgt. Moeder bekeert zich onder invloed van haatpredikers tot het feministisch fundamentalisme met lesbische gevolgen. Van Casteren beschrijft in zijn leven de komst van achtereenvolgens Gemma, Truus, Pia, Wubby en Erna. Hij geeft veel persoonlijke details maar doet dat op een onpersoonlijke manier. Hij beschrijft wat er gebeurt maar laat niet weten wat hij daar nu zelf van vond. Als een camera registreert hij zijn leven alsof het een onbekende betrof. De eigen emoties zijn taboe. Dat kan in een biografie van een stad maar doet in een autobiografie geforceerd aan. Van Casteren beschikt zeker over een vlotte pen en is een zorgvuldig waarnemer. Onlangs verscheen van hem Is u bekend met het alfabet? naar aanleiding van het 50-jarig bestaan van Atheneum Boekhandel. Kort daarvoor was er Het station dat verscheen bij het 125-jarig bestaan van Amsterdam Centraal. Van Casteren is tuk op anekdotes liefst ontleend aan buitenissige types. Staat er bij uw organisatie een jubileum op stapel en heeft u een overschot aan vreemde kostgangers dan is het devies: bel Joris van Casteren.