Leesimpressies

  • Jose Eduardo Agualusa: Het labyrint van Luanda

  • Nr. 27 - 2017
  • Van de Angolese schrijver Jose Eduardo Agualusa zijn inmiddels vijf boeken in het Nederlands vertaald. Afgelopen week las ik er drie. Hij is een schrijver die niet rechttoe rechtaan een verhaal vertelt. Een levendige fantasie doet een verhaal alle kanten op schieten. Je hebt als lezer het gevoel door een achtbaan te reizen met het risico van uit de bocht vliegen. Vermoedelijke oorzaak: corrosie. Niet alleen de inhoud waaiert naar alle kanten uit, ook de vorm is eigenzinnig. Zo komen er in zijn werk ook regelmatig beesten aan het woord of zelfs een doodshoofd. In een boek is er sprake van dat een gekko de rol van verteller op zich neemt. Het werk van Agualusa wordt gerekend tot het magisch realisme, een stroming die in Latijns-Amerika tot grote bloei is gekomen. Er zijn parallellen tussen Agualusa en een schrijver als Gabriel Garcia Marquez al is de laatste qua compositie meer gedisciplineerd. Agualusa woont afwisselend in Angola, Portugal en Brazilië. Hij haalt zijn inspiratie overal vandaan. Angola voert echter de boventoon. Kleurrijke personages en zinnetjes waaraan je gedachten blijven haken zorgen ervoor dat je door blijft lezen ook als je de draad dreigt kwijt te raken.

    Angola is rijk bedeeld met geweld en corruptie. Het land werd pas in 1975 onafhankelijk, veel later dan veel andere Afrikaanse landen. Er was in moederland Portugal een Anjerrevolutie nodig voordat de optie van onafhankelijkheid realiteit kon worden. Er waren drie grote bevrijdingsorganisaties actief: FNLA, MPLA en Unita. Na de onafhankelijkheid volgde een langdurige burgeroorlog. Agualusa gebruikt de roman niet als politiek pamflet maar de politieke situatie is op de achtergrond als context nadrukkelijk aanwezig. In De handelaar in verledens zorgt de hoofdpersoon dat klanten die op zoek zijn naar een passend curriculum vitae op hun wenken bediend worden. Dat is een interessante service voor mensen die het voor de wind gaat zodat zij naast een mooie toekomst de beschikking krijgen over een aansluitend verleden. Zij krijgen een mooie stamboom en een gelukkige jeugd. In Een algemene theorie van het vergeten kiest de hoofdpersoon voor een andere route om het vege lijf te redden in een turbulente tijd. Zij metselt een muur voor de ingang van haar appartement in een torenflat en leeft de rest van haar leven min of meer gelukkig als kluizenaar. In Het labyrint van Luanda kiest Agualusa voor een schrijver als hoofdpersoon. Zijn naam is Bartolomeu Falcato. Dat opent de weg om gebruik te maken van verwijzingen naar teksten van andere schrijvers. Behalve verwijzingen zijn er volop kanttekeningen met collega’s als geadresseerden.

    Coetzee is een calvinistische Boer, Marquez een katholieke Latijns-Amerikaanse mulat. Terwijl Coetzee uitgebeende bondigheid en treurige seks is, is Marquez uitbundige blijdschap en wilde liefdesdrift


    Aan Fernando Pessoa is de kwalificatie ontleend ‘… dat u zelfs bij de pijn die u echt voelt, doet alsof u pijn voelt’. Een schrijver die ook enkele keren in de schijnwerpers komt te staan is Mia Couto uit Mozambique, toevallig de man van wie ik nu een boek aan het lezen ben. Bartolomeu Falcato levert commentaar op de talenten van de dichter Agostinho Neto, de uit de MPLA voortgekomen eerste president en dictator van Angola. Dat komt hem op kritiek te staan. ‘Als hij gezegd had dat de gedichten van president Neto slecht waren, was er niks aan de hand geweest, want ze zijn ook slecht, maar ze middelmatig noemen –domweg middelmatig?! Dat vind ik wel erg respectloos!’
    Vrouwen bekleden een belangrijke positie in het leven van schrijver Falcato. Hij heeft vijf dochters gekregen bij drie verschillende vrouwen. Zijn eerste vriendinnetje was een tien jaar oudere wiskundelerares. ‘Ze had zo’n lichte huid dat de dag ervan schrok.’ In de roman is er veel aandacht voor de beroemde zangeres Kianda, de minnares van Falcato. Het boek is een parade van buitenissige personages. Sommigen van hen zijn berooid, anderen extreem rijk. Als geste aan de lezer is er een apart hoofdstuk om de bijfiguren voor te stellen. Dat hoofdstuk bevat vijftien onderdelen. Ze krijgen allemaal een plek in het verhaal, soms als bondgenoten vaker als rivalen. Typerend voor de logica van Agualusa bestaan de bijfiguren niet louter uit mensen. In dit gezelschap ruimt hij ook een plaats in voor de Angst met een hoofdletter. Het gaat hier niet om alledaagse kleine angsten maar om het grote werk. Angst met een hoofdletter betreft doodsangst. De laatste bijfiguur die Falcato opvoert is hoofdstad Luanda. Daar of in de directe omgeving spelen de meeste gebeurtenissen zich af. Aan het eind van het boek is de lezer geneigd te accepteren dat Luanda een labyrint is. Of zoals echtgenote Barbara van Falcato beweert: ‘Dit is geen land , schat, dit is een freakshow.’ Na lezing van Agualusa is deze opvatting aannemelijk geworden.