Leesimpressies

  • José Rentes de Carvalho: Gods toorn over Nederland

  • Nr. 16 - 2009
  • Wie in Portugal Gods naam aanroept doet dat om wille van een gebed. Vloeken doet men daar met behulp van de duivel. Nederlanders zijn een lomp volkje met weinig pluspunten. Positief is dat we niet willen heersen, want heersen kost immers geld. Dit zijn enkele observaties die me zijn bijgebleven uit Waar die andere God woont, het boek dat Rentes de Carvalho begin jaren zeventig schreef over zijn land van aankomst. Migranten bezitten het vermogen om het eigenaardige te zien in wat we zelf vanzelfsprekend vinden. Denk aan het ritueel van de verjaardagsvisite waar mensen de hele avond op dezelfde stoel doorbrengen. Opstaan is alleen geoorloofd voor toiletbezoek. Dit jaar heeft de schrijver ons opnieuw getrakteerd op zijn observaties. De titel Gods toorn over Nederland illustreert dat we onze preoccupaties met het geloof in zijn atheïstische ogen nog niet zijn kwijt geraakt.

    Rentes de Carvalho zet zijn indrukken van ruim 50 jaar op een rij. Als twintiger kwam hij, Portugees van origine, na een verblijf te Parijs in Amsterdam aan. Hij arriveerde, zoals hij het noemt, afwisselend pijp en Gauloises rokend. Hij trouwde hier, kreeg drie dochters en bleef. Nederland was niet erg aan hem besteed. We kregen er in Waar die andere God woont flink van langs. Zelf zegt hij dat de herinnering aan dat boek hem nu met gene vervult. Als lezer heb ik daar geen hinder van. Het nieuwe boek is nauwelijks milder van humeur en net als de vorige keer schitterend van formulering. Nog barokker en sprankelender. Dat komt niet doordat het Nederlands meer in zijn vezels is gaan zitten, want hij schrijft zijn boeken onversaagd in het Portugees. Dat is uit respect voor onze taal. Het lukt vrijwel niemand om helemaal thuis te raken in een taal waar je niet van jongs af aan in bent opgegroeid. Lidwoorden blijven lastig. Ooit leerde Rentes de Carvalho van prins Claus de truc, liever het trucje, dat je het probleem kunt omzeilen door het verkleinwoord te gebruiken.


    Met een Nederlands paspoort op zak bromt Rentes de Carvalho ons bloemrijk toe


    Misschien is de burger Rentes de Carvalho nu milder gestemd over ons land, zoals hij beweert, de schrijver blijft scheutiger met ergernis dan met waardering. Dat is maar goed ook. Nederland in de hoogte steken, kunnen we zelf het best.

    Met grote stappen gaat het boek door de afgelopen vijftig jaar. Er zijn vermakelijke passages over de geest van de jaren zestig, ‘een dolgedraaid carnaval’. Een stemmig echtpaar komt eten. Hij, notaris, draagt niet zijn gebruikelijke pak met zijden das maar een hawaïhemd. Zij is gekleed in een diep decolleté met een bijpassende armband van eikeltjes. Bij de koffie met cognac informeert het stel naar de mogelijkheid van partnerruil. De schrijver broedt hoe hij zich hieruit kan redden zonder te bruuskeren.

    Evenmin vleiend is het portret van het dienstverband aan de Universiteit van Amsterdam. Vijf jaar ging Rentes de Carvalho gebukt onder conflicten met zijn baas met de bijnaam de Portugese Sartre. Bureaucratisch, traag en hiërarchisch zijn de kwalificaties van dienst. “De traditionele toewijding van de Nederlander aan zijn werk, die ik regelmatig had vastgesteld op zoveel andere arbeidsgebieden, bleek me aan de universiteit niet zozeer regel maar eerder zeldzame uitzondering.” Erkentelijkheid is er voor de steun van de betreurde August Willemsen.

    Een andere bron van ergernis vormt de gemakzuchtige solidariteit van Nederlandse fellow travellers bij de Anjerrevolutie. Hun idealisme was een vrijbrief om in de Algarve het beest uit te hangen. Tot de aanhangers te goeder trouw rekent de schrijver premier Den Uyl die na de komst van de democratie Lissabon als bestemming voor zijn kampeervakantie koos tot onbegrip van de plaatselijke bevolking. “Men vond het onaangenaam en onbehoorlijk dat een eerste minister in onderbroek de revolutie kwam steunen.”

    Een ruime beschouwing is in het boek weggelegd voor de opkomst en ondergang van de Bijlmermeer als nieuwe woonvorm. Het is tevens de aanzet voor bespiegelingen over het Nederland dat veranderd is door de gewijzigde bevolkingssamenstelling. Nederlanders zijn niet meer of minder racistisch dan andere volkeren. In het multiculturele Nederland voelt hij aanvankelijk bewondering voor de bravoure van Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Als het succes met hen aan de haal gaat, nemen de reserves toe. Ayaan Hirsi Ali oogst minder lof. Hij vindt haar manipulatief, opportunistisch en leugenachtig samengevat bij wijze van evaluatie in de omschrijving gemengde gevoelens. Kritisch is Rentes de Carvalho over de laksheid van de politiek. Ons handelsmerk is dingen op hun beloop laten naast de onvermoeibare zoektocht naar consensus. Afgelopen week waarin we besloten straaljagers te produceren zonder te weten of we die willen kopen bood een treffend schouwspel. Hij vindt het voor Nederland tijd de “folkloristische mythe van de tolerantie bij te zetten in een museum en van al zijn bewoners een onbetwist respect voor zijn wetten te eisen”. Hoewel we een land zijn van ‘minuscule keukens, steile trappen en claustrofobische toiletten’ spreekt de schrijver toch een voorkeur uit om bij zijn volgende reïncarnatie in Nederland domicilie te mogen krijgen. Laat ons vast een plaatsje vrij houden voor zoveel ironische welsprekendheid.

Lijstjes

Dit boek komt voor in de lijstjes:

Deze auteur komt voor in de lijstjes: