Leesimpressies

  • José Saramago: Het verzuim van de dood

  • Nr. 21 - 2006
  • De Nobelprijs in 1998 voor de Portugese schrijver José Saramago is allerminst een kus des doods gebleken. De uitreiking van de prijs aan hem op 76 jarige leeftijd bleek het startsein voor een ongekend creatieve eruptie. Bijna jaarlijks verscheen er een nieuwe roman de laatste jaren steeds met Maartje de Kort als vertaalster. Het meest recent is Het verzuim van de dood dat alle kenmerken van een typische Saramago vertoont al is de omvang minder dan gemiddeld.

    De boeken van Saramago zijn ideeënromans. Het gaat hem er niet om diep in de ziel van zijn personages te graven. Meestal staat een maatschappelijke ongerijmdheid in zijn werk centraal. Een ongebruikelijke gebeurtenis werkt hij uit alsof hij zelf nieuwsgierig is naar de maatschappelijke consequenties die daarvan het gevolg zijn. De gebeurtenissen die Saramago bedenkt, raken de verhouding tussen individu en samenleving. Meer dan enig andere Europese schrijver die ik ken, bestaan zijn personages uit burgers in plaats van uit willekeurige particulieren. We krijgen in de romans vooral het perspectief van de burgers voorgeschoteld maar voortdurend sluimert daar de relatie met de gemeenschap, met de overheid en de staat daar doorheen. In Het stenen vlot scheurt het Iberisch schiereiland los van het continent en raakt op drift. De vertrouwde grenzen vallen weg. In De stad der blinden verliezen alle mensen opeens hun gezichtsvermogen waardoor het laagje vernis dat beschaving heet snel afbrokkelt. In De stad der zienden vindt de ontregeling van de samenleving plaats doordat mensen massaal blanco stemmen. Saramago heeft in zijn leven een sterk politiek engagement aan de dag gelegd wat hij in zijn boeken allerminst verloochent.

    In Het verzuim van de dood bestaat de ongerijmdheid uit het feit dat bij de overgang naar een nieuw jaar de dood verdwijnt. Mensen sterven niet meer. Mensen die op 31 december nog terminaal waren, blijven in leven. De uitvaartbranche heeft dit het eerst in de gaten en trekt aan de bel. De vreugde over het uitblijven van de dood is van korte duur. De problemen zijn legio. De uitvaartbranche krijgt compensatie via het verplicht cremeren of begraven van huisdieren. Wat heeft de kerk te bieden als er geen dood meer is en dus ook geen leven na de dood? Bejaardenoorden, door Saramago aangeduid als tehuizen voor de gelukkige zonsondergang, raken overvol. Er is immers nog steeds nieuwe instroom maar de uitstroom stagneert. Familieleden moeten hun verwanten thuis verzorgen om bedden vrij te spelen. Levensverzekeringsmaatschappijen worden geconfronteerd met onwillige premiebetalers. Sterker nog, zij willen hun oude premiegeld terug. Het pensioenstelsel wordt onbetaalbaar. Als de dood ermee ophoudt, neemt de vergrijzingsproblematiek vormen aan waar Balkenende en Bos in hun ergste nachtmerries niet aan durven denken.

    Het verzuim van de dood blijkt niet universeel te zijn. Het treft mensen en geen dieren of planten. Evenmin zijn de buurlanden getroffen. Hier vindt de menselijke inventiviteit een uitweg. Mensen vervoeren hun ernstig zieke naasten over de grens zodat zij daar de laatste adem uit kunnen blazen. De buurlanden maken bezwaar omdat zij al die overledenen een laatste rustplaats dienen te verschaffen. Dit wordt opgelost door alleen de grens over te gaan voor het sterven om vervolgens direct rechtsomkeert te maken voor de begrafenis.

    Het leven zonder dood is geen sinecure. Na een aantal maanden volgt de ommekeer. De directeur van de omroep heeft een brief van de dood ontvangen en leest die in het journaal voor. De boodschap luidt dat er weer gestorven kan worden. Wel is er een blijvende procedurewijziging van kracht. Iedereen krijgt voortaan een week van tevoren per brief in een paarse envelop de aankondiging van de eigen dood, zodat het mogelijk is om voorbereidingen te treffen. De dood neemt opnieuw de rol van serial killer op haar schouders gesteund door een roestige zeis als metgezel. Het laatste deel van het boek is gewijd aan de perikelen die ontstaan als de dood tot vier keer toe de paarse envelop retour ontvangt die bedoeld is voor een 49-jarige cellist. Zij, bij Saramago is de dood vrouwelijk, laat het er niet bij zitten en mengt zich in zijn leven. Uiteindelijk valt zij, hem omarmend, in slaap. Een ongewone afloop want de dood rust wel maar slaapt nooit.

    De toon waarop Saramago zijn macabere denkexercitie presenteert is luchtig en spottend. Ook bedient hij zich weer van de techniek die we uit eerder werk kennen. Dialogen geeft hij weer door midden in een zin via een hoofdletter aan te geven dat een ander het woord voert. Het is een vorm die na enige gewenning een vlotte lezing mogelijk maakt. De klassieke manier om een dialoog te beschrijven vergt extra aanduidingen door de schrijver die op deze manier overbodig worden.

    Het realiteitsgehalte van de gedachtespinsels bij Saramago is niet altijd even groot. Om hem te kunnen waarderen moet de lezer bereid zijn mee te gaan in zijn fantasie. Wat recht overeind staat, is dat we bij hem met een uiterst oorspronkelijk schrijverschap van doen hebben dat ook voorbij de tachtig jaar onverminderd vitaal is.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: