Leesimpressies

  • Judith Koelemeijer: Het zwijgen van Maria Zachea

  • Nr. 12 - 2006
  • Grote gezinnen, met tien of meer kinderen, zijn in Nederland praktisch uitgestorven. Vroeger vlogen ooievaars af en aan naar alle gezindten al hadden katholieken wel een streepje voor. Het voeden en kleden van het gezelschap vormde een dagtaak voordat magnetron en wasmachine geboren waren. Dat was de taak voor moeder. Het is zo’n gezin, gesitueerd in de Zaanstreek, dat Judith Koelemeijer portretteert in Het zwijgen van Maria Zachea. Het is het gezin waarin haar vader opgroeide.

    Aanleiding voor het boek is de hersenbloeding van de moeder, Maria Zachea, door haar kinderen aangeduid als moe. De kinderen kunnen haar niet zien verkommeren binnen de professionele instituties die we daarvoor hebben. Zij besluiten haar in de eigen woning te verzorgen waarbij er overdag hulp van de thuiszorg is. Het gezin bevat 12 kinderen en dat betekent dat iedereen één keer in de 12 dagen aan de beurt is. Allen wonen in de buurt, in de Zaanstreek heet dat op de buurt, en leveren hun aandeel. Hoewel niemand dat op voorhand voorziet, zal de mantelzorg uiteindelijk negen jaar in beslag nemen. In die tijd gaat moe langzaam achteruit. In het begin zegt ze af en toe nog wat maar die behoefte dooft uit. Haar wel en wee wordt steeds meer afgemeten aan de status van de doorligplekken. Haar kinderen blijven hun zelf opgelegde plicht vervullen. Hoewel de aanleiding triest is, wordt de zorgplicht een baken van rust in hun leven. Een welkome doorbreking van de dagelijkse routine. Eindelijk even alleen met moe want dat kwam in hun jeugd niet voor.

    Judith Koelemeijer laat de kinderen één voor één aan het woord. Van oud naar jong krijgt ieder een eigen hoofdstuk. Dertien kinderen heeft moe gebaard. De oudste zoon komt te overlijden begin jaren vijftig bij een sportactiviteit in zijn militaire diensttijd. Dat raakt allen al wordt er na de begrafenis over Jos vooral gezwegen. Het album van de plechtigheid krijgt een plaats naast het boek over de watersnoodramp in Zeeland.

    Het leven bij de Koelemeijers staat sterk in het teken van het eigen hoveniersbedrijf waar pa de scepter zwaait. De zaak is levensvervulling en tirannie tegelijkertijd. De kinderen dienen hand- en spandiensten te leveren en enkelen vinden er ook hun broodwinning. Pa heeft strikte opvattingen en is overtuigd katholiek. Zijn kinderen ontwikkelen andere opvattingen wat regelmatig voor fricties zorgt. De aanvaringen tussen pa en de kinderen weerspiegelen niet louter een generatiekloof maar zijn illustratief voor de maatschappelijke veranderingen in Nederland. Het boek van Judith Koelemeijer doet daarom denken aan Hoe God verdween uit Jorwerd van Geert Mak. Het dagelijkse leven kabbelt gewoon voort en ondertussen verandert Nederland ingrijpend. Er is sprake van een stille revolutie geplaveid met welvaart. Mak beschrijft dat met een dorp als invalshoek, Koelemeijer met een gezin.

    De kinderen Koelemeijer omarmen progressieve politieke inzichten, ontdekken popmuziek, houden er een andere sexuele moraal op na en laten zich steeds minder gelegen liggen aan wat de kerk voorschrijft. In het boek spitst dit zich toe op de opvattingen over euthanasie. En wat is de rol van moe te midden van de turbulenties in het gezin? Zij praktiseert een houding als een burgemeester van Amsterdam: de boel bij elkaar houden. En boven de partijen staan. Een effectief middel waarmee de familieleden de saamhorigheid bewaren is zwijgen. Veel blijft onuitgesproken.

    Judith Koelemeijer registreert de indrukken van de gezinsleden: van haar vader, ooms en tantes. Ze geeft in de inleiding een korte motivering en toelichting bij haar aanpak. In de hoofdstukken is ze ogenschijnlijk afwezig. Het gaat om orale historie zonder opsmuk, rechttoe rechtaan. De schrijfstijl blijft dicht bij de verteltoon waarop mensen gewoonlijk hun verhaal doen. Zij onthoudt zich bijna geheel van interpretaties en waardeoordelen. Dat is gepast voor een lid van de clan. Wijsneuzerij van de auteur zou de formule van het boek ontkracht hebben. Het is wel jammer dat Koelemeijer de monologen niet heeft laten volgen door iets van een samenspraak. De kinderen beleefden elk hun eigen jeugd en gaven elk op eigen manier invulling aan de mantelzorg. Door het boek leren zij elkaars opvattingen kennen. Wat dat bij hen te weeg brengt, komen we als lezer niet te weten. Zijn zij verrast? In aangename zin of niet? We moeten het doen met louter individuele terugblikken.

    Doen de familieleden bijzondere mededelingen? Eigenlijk niet. Zij proberen het beste van hun leven te maken in alle gewoonheid zoals bijna iedereen. Door te doen wat in hun tijd en op hun plek aangewezen leek. Het boek richt de schijnwerper juist op het alledaagse en dat is bijzonder. Het is jammer dat moe het boek niet meer heeft kunnen lezen. De kinderen denken dat zij het verschrikkelijk gevonden zou hebben omdat hun intimiteit nu op straat ligt. Mogelijk, maar vermoedelijk zou ze ook wel een beetje trots geweest zijn op haar nakomelingen met een hart op de juiste plaats.