Leesimpressies

  • Karl Ove Knausgard: Schrijver

  • Nr. 5 - 2018
  • De lezer die het vierde deel van de romancyclus heeft uitgelezen weet dat Karl Ove Knausgard het probleem van zijn voortijdige ejaculaties eindelijk onder controle heeft gekregen. Het vijfde deel met als thema het schrijverschap wacht. Voorafgaand aan elk deel dient zich een dilemma aan. Knausgard beschrijft zijn eigen leven met meedogenloze openhartigheid maar wil ik dat allemaal wel weten? Doorlezen of stoppen? Het is bij vlagen fascinerend om op de schouder van de schrijver kennis te nemen van alle details uit zijn leven en uit de levens van de mensen om hem heen. Je hebt in het eerste deel dan al met ontluisterende precisie meegekregen dat de vader zich ontwikkelt van een begenadigd docent tot een alcoholisch wrak, een man die zijn beide zoons op kille wijze vernedert. Karl Ove is bang voor zijn vader, zijn oudere broer Yngve haat hem. Nergens wordt de schone schijn opgehouden. De schrijver spaart zichzelf wel het minst. Vaak spat hij huilend en nog vaker jankend van de bladzijden af. De schrijver Knausgard weet meestal meer te overtuigen dan de mens. We bevinden ons volledig binnen het W.F. Hermans spectrum. De kracht van Knausgard is dat hij niet over empatisch vermogen beschikt. Een scherp waarnemer is hij zeker. Dat blijkt misschien nog wel meer uit de vier delen die hij over de seizoenen schreef.

    Het vijfde en voorlaatste deel van de serie, die als overkoepelende titel Mijn strijd draagt, speelt zich voor een groot deel in Bergen af. Dat is de tweede stad van Noorwegen en nergens in Europa wordt zo veel neerslag gemeten als daar. Ook dat nog. Knausgard is negentien als hij zich aanmeldt voor de schrijversacademie. Het is een opleiding van een jaar waarvoor een strenge toelating geldt. Knausgard is de jongste deelnemer. De cursisten krijgen opdrachten om zelf werk in verschillende genres te produceren waarna deze klassikaal besproken worden. De deelnemers becommentariëren elkaars werk. Knausgard krijgt er flink van langs. Clichématig is een terugkerend punt van kritiek. Ogenschijnlijk incasseert hij onverstoorbaar wat er gezegd wordt maar inwendig kan hij stampvoeten van woede. Knausgard is van huis uit een doorsnee jongen met gangbare belangstelling voor voetbal en popmuziek. Hij wil geen carrière en wil geen universitaire studie volgen. Hij is links en anarchistisch. Wat hij wel wil is schrijver worden. Manco is dat hij over weinig fantasie beschikt. Andere genres dan fictie blijken hem beter te liggen. Dan denkt hij dat hij geen literatuur kan schrijven, hooguit over literatuur kan schrijven. Het ene moment waant hij zich voorbestemd een groot schrijver te worden maar het andere moment slaat de vertwijfeling toe. De stemmingen wisselen elkaar af. ‘Er spoelde een golf van geluk door me heen. Het kwam door de regen, door de lichten, door de grote stad. Het kwam door mezelf, ik zou schrijver worden, een ster, een licht voor anderen.’ Even later slaat de wanhoop weer toe.

    Het was onvolwassen, het was clichématig, het was oppervlakkig en ik was werkelijk niet in staat dieper door te dringen tot mijn bewustzijn, waar het wezenlijke voor een schrijver zich bevond


    Het zal lang duren voordat een uitgever bereid is het werk van Knausgard op de markt te brengen. Ondertussen werkt hij bezeten door en waagt telkens nieuwe pogingen. Chronologisch later maar in de cyclus eerder, te weten in het tweede deel, vertelt Knausgard over zijn periode in Zweden waar hij als jonge vader zich aan de verplichtingen van het gezin onttrekt. Hij laat het gezin aan de zorgen van zijn Zweedse echtgenote over en zoekt het isolement om te schrijven over zijn gezin. Je wilt er geen deel vanuit maken maar moet er wel zo nodig over vertellen. Tussendoor etaleert hij zijn ergernis over de Zweedse bureaucratie. Er zijn nu eenmaal landen die in hun geschiedenis te veel sociaal-democratie hebben gekend met als schoolvoorbeeld Amerika maar ook landen als Zweden die lijden aan een overdosis. Denk aan Lou Reed die acterend in een film uitriep dat hij een hekel aan Zweden had, omdat alles het daar deed.
    Knausgard is permanent voor zichzelf op de vlucht. Er zullen weinig boeken te vinden zijn waarin de hoofdpersoon zo vaak verhuist. Er zijn periodes dat hij onverzadigbaar is als het gaat om drank en vrouwen. Knausgard treedt meer dan hem waarschijnlijk lief is in de voetsporen van zijn vader. Wat wel een constante in zijn leven is, zijn de vele boeken die hij leest. Onder meer Marcel Proust. De romancyclus van Knausgard heeft veel weg van wat Proust een eeuw eerder deed. Hij wil de werkelijkheid betrappen en voorkomen dat het leven hem door de vingers glipt. Wel is er een groot verschil in milieu. Waar Proust in zijn werk een aristocratische sfeer oproept, richt Knausgard de schijnwerper op een meer volkse levensstijl. Wie houdt van fijnbesnaarde poezeligheid kan het werk van de bedreven Noorse wafelbakker beter overslaan. Ik laat voorlopig het slotdeel van de romancyclus nog even rusten.