Leesimpressies

  • Katie Roiphe: Het uur van het violet

  • Nr. 11 - 2017
  • De vraag dringt zich op of je een boek wilt lezen over het stervensuur van beroemde mensen. Is dit intieme moment niet te particulier voor een buitenstaander om als getuige te willen fungeren. Zoals wel vaker legt de goede smaak het af tegen de nieuwsgierigheid. In mijn geval gaf de aandacht voor John Updike, een van de beroemdheden van wie Roiphe het levenseinde beschrijft, de doorslag. Het willen lezen over het stervensproces is de ene kant van de medaille. De andere kant ligt in handen van de persoon die dit alles wil beschrijven. Wat was haar drijfveer? Welke aanleiding brengt je bij dit onderwerp? Roiphe is als meisje van twaalf door ziekte in de nabijheid van de dood geweest. Koorts ruim boven de 41 graden, bloed in een zakdoek na het hoesten. Een operatie van zeven uur is nodig om redding te brengen. De helft van een long wordt verwijderd. Dat is een ervaring die een stempel op iemand drukt. Er ontstaat nieuwsgierigheid naar de dood. De jeugdige Roiphe leest boeken van Primo Levi en Elie Wiesel. Ze heeft een onstilbare honger naar kinderen die sterven. Dan is het niet zo verwonderlijk meer dat er vele jaren later een studie volgt naar het stervensproces van bekende mensen. Nieuwsgierigheid die voortkomt uit bewondering. Over mensen van wie je iets kunt leren.

    John Updike tobt geruime tijd met zijn gezondheid, een verkoudheid zonder einde. Een bezoek aan de dokter krijgt uitstel. Als het toch zo ver komt, is de diagnose eerst nog longontsteking. Snel volgt een schrikbarend oordeel: longkanker stadium IV. Behandeling niet mogelijk. Met zijn afgepeigerde lijf weet hij zijn laatste gedichten op papier te krijgen. In Endpoint zijn deze laatste erupties verzameld. Roiphe is voor het hoofdstuk over Updike in zijn werk gedoken. De romans met Rabbit in de hoofdrol en het autobiografische Self-Consciousness vormen een rijke bron. Verder voerde zij gesprekken met de kinderen en met beide echtgenotes. Verder waren er de vrienden en zijn biograaf Adam Begley. Het brengt haar tot de overtuiging dat het vele overspel in het werk van Updike geïnterpreteerd dient te worden als een bezwering tegen de dood. Buitenechtelijke seks als overlevingsmechanisme. Voor Roiphe wordt het een gewoonte om vanuit de dood het leven te verklaren. Zij schrijft omgekeerde biografieën op zakformaat. Bij Updike en zijn kinderen treft zij een gegeven dat als een rode draad door het boek zwerft. Een laatste gesprek dat alles dient op te klaren komt er niet. En misschien is dat juist wel goed zo.

    Het is de droom van de ontknoping, van de beslissende, louterende communicatie die zelden plaatsvindt, omdat de ballast van wrevel, terughoudendheid of woede nog altijd een belemmering kan zijn, omdat de urgentie van de dood geen helderheid schept in dat troebele domein, geen obstakels uit de weg ruimt, geen conflicten oplost en ons ook niet dwingt om het over essentiële zaken te hebben, hoe graag we dat ook zouden willen


    De hang van Roiphe om lessen te trekken uit het sterven, zet haar aan om in ontwikkelingen, die met even veel recht aan het toeval kunnen worden toegeschreven, betekenis toe te kennen. De dood is zo ingrijpend dat er wel sprake moet zijn van een diepere laag. Voyeurisme verdient een alibi. Overigens is de schrijfster zich wel degelijk bewust van het feit dat zij in een riskant grensgebied opereert. Het ene moment predikt zij terughoudendheid om het volgende moment weer een stevige uitspraak te debiteren. Freud is een rijke schatkamer aan citaten. De psychoanalyticus die schreef over Eros en Thanatos wordt door een levensbedreigende ziekte niet alleen als mens op de proef gesteld maar ook zijn gedachtegoed staat op het spel. Freud vond dat je rationeel de dood onder ogen moet zien. Toch is er altijd tweeslachtigheid in het geding. Er is een verschil tussen weten en voelen.
    Behalve Freud en Updike zijn er hoofdstukken over Susan Sontag, Maurice Sendak en Dylan Thomas. De hoofdpersonen geven een divers beeld. Er zijn sterfgevallen uit deze eeuw maar ook twee oudere zoals die van Sigmund Freud (1939) en Dylan Thomas (1953). Roiphe gaat niet in op de kwestie of de tijdgeest invloed heeft op het proces van sterven, wat natuurlijk denkbaar kan zijn. Na deze bewonderde personen geportretteerd te hebben, voert zij een gesprek met de hoog bejaarde James Salter in de hoop enkele conclusies te kunnen trekken. Nog voor Het uur van het violet in druk verschijnt, komt ook hij te overlijden.
    De met zorg gekozen formuleringen van Roiphe laten zien dat er net zo veel manieren zijn om te sterven dan om te leven. Acceptatie of verzet en alles wat zich daar tussen bevindt. De conclusie die Roiphe zelf trekt is dat ze niet echt bang is voor de dood. Hooguit voor de angst voor de dood.