Leesimpressies

  • Kazuo Ishiguro: Nocturnes

  • Nr. 28 - 2018
  • Toen Kazuo Ishiguro vorig jaar de Nobelprijs voor literatuur kreeg was dat tamelijk verrassend. Hij was op dat moment de zestig gepasseerd en had acht boeken op zijn naam. De Zweedse jury had niet voor kwantiteit gekozen. Een Nobelprijs is met politiek omgeven. Is het tijd om poëzie te bekronen of een maker van popsongs? Is een man of een vrouw aan de beurt? Aan welk taalgebied , continent of land moeten we denken? Wezen alle signalen in de richting van een Britse prozaschrijver dan rijst de vraag wat was er dan mis met Martin Amis, Julian Barnes, William Boyd, David Lodge of Ian McEwan? Om te voorkomen dat 300 Nederlandse schrijvers weer een petitie ondertekenen zou je daar de namen van Hilary Mantel of Zadie Smith aan toe kunnen voegen. Hoe dan ook, het werd Kazuo Ishiguro. Hij kwam door de emigratie van zijn ouders op jonge leeftijd in Engeland terecht. Zijn werk draagt de sporen van die twee culturen. Mensen met een dubbele culturele achtergrond zijn vanwege hun buitenstaanderschap extra ontvankelijk om de eigenaardigheden van het bestaan waar te nemen. Je zou er zo maar schrijver door kunnen worden.

    Het enige boek van Ishiguro dat ik nog niet las is Nocturnes, toevalligerwijs zijn enige verhalenbundel. In iets meer dan 200 bladzijden zijn vijf verhalen bijeengebracht allemaal spelend in de context van muziek. Eerder koos Ishiguro in Unconsoled ook al voor de muziek als decor voor zijn werk. Hoofdpersoon is de ene keer een gitarist, en een volgende keer een saxofonist of cellist. De lezer komt afwisselend terecht op een piazza in Venetië, een appartement in Londen of een hotel in L.A.. Het zijn vooral personages met een bestaan in de marge. Topmusici of toporkesten komen niet aan het woord. Van carrières wordt gedroomd maar ze worden niet gerealiseerd. Ishiguro vertelt zijn verhalen graag in de ik-vorm waarbij de verteller meestal niet de hoofdpersoon speelt maar iemand is die, toevallig of niet, in de nabijheid van de hoofdpersoon vertoeft. Het verhaal arriveert langs indirecte weg bij de lezer. De verhalen staan alle vijf op eigen benen met een enkele uitzondering. In het vierde verhaal maakt een bekende uit het eerste verhaal een wederoptreden. In het eerste verhaal brengt een Amerikaanse crooner in de herfst van zijn loopbaan met behulp van de gitaar spelende verteller vanuit een gondel een serenade aan zijn vrouw die ontroerd vanuit haar hotelkamer het eerbetoon ondergaat. Zij huilt al blijft onduidelijk of hier sprake is van geluk dan wel verdriet. Het lijkt romantisch maar de crooner en de vrouw staan op het punt uit elkaar te gaan na een jarenlang huwelijk. De vrouw zal later in het boek, de scheiding is inmiddels definitief, een cosmetische behandeling ondergaan en daarbij als buurvrouw fungeren van een nieuwe verteller, die een vergelijkbare ingreep achter de rug heeft. Ishiguro is iemand die gewoonlijk een melancholieke sfeer weet op te roepen. Dat sluit goed aan bij de passages over muziek.

    En zoals altijd bij de beste Amerikaanse zangers was er die vermoeidheid in zijn toon, iets van aarzeling zelfs, alsof hij er niet aan gewend was zo zijn hart uit te storten. Zo doen alle groten het


    Als ondertiteling heeft de bundel meegekregen ‘vijf verhalen over muziek en het vallen van de avond’. Ook dat laatste element komt weer in verschillende gedaanten terug. Behalve in de vorm van een serenade kan de avond net zo goed vallen tijdens een danspartij op een terras onder de sterrenhemel. Ondertussen zingt Sarah Vaughan April in Paris. Dit gebeurt in het merkwaardigste verhaal uit de bundel ‘Come rain or come shine’. De verteller is zelf geen musicus maar leraar. Zijn passie voor muziek deelde hij met Emily, de vrouw van zijn beste vriend. De beste vriend noemt hun voorkeur sentimentele zwijmelmuziek. De verteller krijgt een uitnodiging om bij het echtpaar te komen logeren. Zijn komst blijkt ongelegen. In plaats van het hernieuwen van de vriendschap fungeert hij als bliksemafleider voor het huwelijk in crisis. Beide echtelieden proberen de verteller voor hun karretje te spannen. Die omstandigheid zorgt voor enkele onwaarschijnlijke taferelen en gekunstelde dialogen, die trouwens sowieso niet het sterkste punt van Ishiguro’s schrijfkunst uitmaken.
    Mijn waardering voor Ishiguro stoelt vooral op de roman The remains of the day. Daarin beschrijft hij op meesterlijke wijze hoe iemand zijn persoonlijke gevoelswereld volledig ondergeschikt maakt aan het plichtsbesef dat de functie van butler met zich meebrengt. Jezelf wegcijferen als hoger doel. In het werk van Ishiguro zit vaak iets ongrijpbaars waarvan de kleur onbestemd maar in ieder geval donker is. Gebeurtenissen groeien de personages veelal boven het hoof en oplossingen blijven ongewis. Verzoen je met zoals het is, lijkt de boodschap. Wat dat betreft is Nocturnes lichter van toon dan doorgaans het geval is. Dat maakt de verhalenbundel genietbaar al blijft de kwaliteit wisselend. Er is zeker sprake van vintage Ishiguro.