Leesimpressies

  • Kees Schuyt: Over het recht om wij te zeggen

  • Nr. 50 - 2009
  • Advocaat Mohammed Enait weigert op te staan bij binnenkomst van de rechter in de zittingzaal. Dat heeft hem een berisping opgeleverd van De Raad van Discipline. Inmiddels is de advocaat in hoger beroep door Het Hof van Discipline in het gelijk gesteld. De media rolden voor de advocaat de loper uit. Bij Pauw en Witteman stond hij wel op met de bedoeling om voortijdig naar huis te gaan. Daar was een heftige woordenwisseling aan voorafgegaan met kwalificaties als provocateur enerzijds en eliteracist anderzijds. De politiek reageerde geschokt op de uitspraak en drong aan op wetgeving, niet naar aanleiding van het televisieprogramma maar vanwege Het Hof van Discipline. Wetgeving op basis van één voorval. Het illustreert de ongemakkelijke omgang met de komst van de islam en sommige radicale volgelingen daarvan in Nederland. Het nieuwste boek van Kees Schuyt gaat over dit soort kwesties. Hoe dient een democratische gemeenschap om te gaan met tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen?


    De zorg over hoe een pluriforme samenleving een vreedzame samenhang in ere kan houden is een klassiek vraagstuk voor sociologen. Kees Schuyt, jurist en socioloog, houdt zich hier al decennia mee bezig. In zijn vorige boek met de wat plechtstatige titel Steunberen van de samenleving bepleitte hij dat instituties als een eerlijk rechtsproces en een onafhankelijke wetenschap daar toe een belangrijke bijdrage leveren. In zijn nieuwste boek Over het recht om wij te zeggen belicht hij hetzelfde vraagstuk vanuit enkele andere invalshoeken. Schuyt hangt zijn betoog niet op aan incidenten die in de media overbelicht worden maar probeert daar achter het wezenlijke punt van een actuele kwestie aan te snijden. Dat gebeurt in een jargon dat is opgebouwd uit onvermijdelijke abstracties. Wie niet vertrouwd is met het taalgebruik van de sociale wetenschappen dient misschien even door te zetten. Voor iedereen die deze moeite wil nemen, valt er veel te genieten. En zo erg is het nu ook weer niet. Schuyt vindt veel inspiratie in romans en andere literaire uitingen zoals hij ruimschoots etaleerde in zijn gebundelde columns De stuifzandsamenleving. Vergeet het jargon en er valt te verdedigen dat hij helder en welsprekend formuleert.


    De vergrijzing is een ongeanticipeerd gevolg van gelukkige ontwikkelingen, waar geen enkele generatie meer of minder ‘schuld’ aan heeft of meer of minder aan de oplossing dient bij te dragen


    Hoe om te gaan met een conflict zoals in de opening beschreven? Allereerst is het zinnig om na te gaan welk type conflict in het geding is. Er zijn conflicten die stoelen op tegengestelde belangen naast conflicten op basis van tegengestelde waarden. Belangenconflicten zijn makkelijker oplosbaar omdat uitruil tot de mogelijkheden behoort. Het conflict is vatbaar voor rationaliteit. Onderhandelingen over loonstijging of CO2 uitstoot kunnen tot overeenstemming komen als alle deelnemers aan een geschil wat water bij de wijn doen. Waardeconflicten zijn weerbarstiger vanwege hun principiële dimensie. Compromissen zijn vaak niet welkom. Onze god is de beste.

    Net als de WRR eerder deed, onderscheidt Schuyt drie manieren in de benadering van conflicten: 1) normeren, verbieden en handhaven zodra de principes van de democratische rechtsstaat in het geding zijn zoals bijvoorbeeld eerwraak; 2) confronteren en bespreken waar normen strijdig zijn met fundamentele rechten maar waarbij onduidelijkheid bestaat of het besproken gedrag vrijwillig geschiedt zoals bij vrouwen die het huis niet uitkomen en 3) dulden en gedogen wanneer er hooguit ergernis wordt opgeroepen door bepaald gedrag maar er geen principiële inbreuken tegenover anderen plaatsvinden.

    Het gedrag van Enait in de rechtzaal hoort thuis in de derde categorie. We ergeren ons aan hem maar hij heeft het recht om te blijven zitten. We mogen hem een zelotige hork vinden dat hij op die manier van zijn recht gebruik maakt maar het blijft zijn recht. Volgens een ander hoofdstuk van Schuyt gebruik ik hier het woord wij ten onrechte. Ik ventileer hier een eigen opvatting en zou niet moeten proberen anderen, wier mening ik niet ken, voor mijn karretje te spannen. Er is een verschil tussen het aanwezigheids-wij en het afwezigheids-wij. In het geval van aanwezigheid kunnen de anderen mij corrigeren als ik met mijn wij buiten hun mandaat treed. Leermoment: ik vond gastheer Jeroen Pauw een hork omdat hij zijn gast Mohammed Elait tutoyeerde terwijl die hem met u aansprak.

    Ooit leerde ik het werk van Schuyt kennen door het proefschrift dat hij schreef over burgerlijke ongehoorzaamheid. Hij formuleerde een tiental kenmerken waaraan voldaan moest zijn om burgerlijke ongehoorzaamheid te rechtvaardigen. Dat proefschrift verscheen voor zijn dertigste. Wonderkinderen gaan viool spelen of schaken en soms dus ook sociologie en rechten studeren. Met verbluffende consistentie komt dit begrip nu opnieuw aan de orde met als casus het actieverleden van het kamerlid Wijnand Duyvendak. Het prettige van Schuyt lezen is dat hij de redelijkheid belichaamt. Hij expliciteert zijn begrippen en analyseert eerst voor hij oordeelt. Gelukkig kruipt hij voor dat laatste niet weg.