Leesimpressies

  • Khaled Hosseini: De vliegeraar

  • Nr. 22 - 2007
  • In 2003 verscheen het boek The kite runner in de Verenigde Staten. In hetzelfde jaar verscheen de Nederlandse vertaling: De vliegeraar. Auteur was de toen volslagen onbekende debutant Khaled Hosseini, een Amerikaanse arts van Afghaanse afkomst. De editie die ik las, maakt deel uit van de vijfendertigste druk. De populariteit van het boek heeft zo’n vlucht genomen dat HP/De Tijd enkele weken terug aan die kwestie een artikel wijdde. In het weekblad kwam een marketingdeskundige van de uitgeverij aan het woord die, weinig verrassend, op de proppen kwam met een marketingverklaring. De kunst is op het juiste moment een goedkope editie op de markt te brengen. Dat zal best geholpen hebben maar de boekwinkels zijn vergeven van de goedkope edities die voor het overgrote deel nimmer de status van bestseller bereiken. Misschien zou lezing het antwoord naderbij brengen.


    De vliegeraar vertelt het verhaal van een vriendschap tussen twee jongens die samen opgroeien. Hoofdpersonen zijn Amir, zoon van een welgesteld zakenman, en Hassan, de zoon van de huisbediende. De jongens zijn even oud en gezoogd door dezelfde min. De moeder van Amir overleed in het kraambed, de moeder van Hassan nam de benen kort na zijn geboorte. Behalve het standsverschil tussen meester en knecht is er een etnisch verschil. Amir behoort tot de soennitische Pashtun en Hassan tot de onderliggende groep van de sjiïtische Hazara’s. Het uiterlijk van Hassan is bovendien getekend door een hazelip.

    De jongens zijn onafscheidelijk en Hassan legt een onvoorwaardelijke loyaliteit naar zijn vriend aan de dag. Hij is bedreven in het schieten met een katapult en weet als eerste de plek te bereiken waar de vliegers na een verloren gevecht de grond raken.

    Hoewel Amir de fortuinlijke is van het tweetal snakt hij naar erkenning van zijn gereserveerde vader. Hij weet diens trots voor het eerst te veroveren als hij met behulp van Hassan de wedstrijd vliegeren weet te winnen waar alle jongeren van Kabul naar meedingen. Korte tijd later vindt de dramatische gebeurtenis plaats die het leven van Amir voorgoed zal tekenen. Assef, een leeftijdgenoot met psychopathische trekjes, vergrijpt zich aan Hassan. Amir is getuige maar maakt zich laf uit de voeten. Gebukt onder het schuldgevoel verricht hij een tweede laffe daad. Hij verstopt geld en een horloge onder de matras van Hassan om daarmee diefstal te suggereren. Hassan bekent de daad en toont daarmee voor de laatste keer zijn trouw aan Amir. Voor Hassan en zijn vader blijft er geen andere weg open dan het huishouden, waar zij al die jaren hun inzet aan geleverd hebben, te verlaten. Amir en Hassan zullen elkaar nooit meer terugzien.

    Amir en zijn vader nemen de wijk naar Amerika en proberen in Californië te midden van andere Afghaanse vluchtelingen een nieuw bestaan op te bouwen. Hij trouwt er met de dochter van een Afghaanse generaal en stort zich op een loopbaan als schrijver. De tijd verstrijkt. Zijn vader overlijdt en dan komt er opeens een telefoontje uit Pakistan van een oude bekende. De boodschap luidt: “Kom hierheen. Er is een manier om het goed te maken.” Het blijkt dat Hassan een zoon heeft die uit de handen van de Taliban gered moet worden. Amir geeft gevolg aan de oproep en komt in zijn geboorteland in een gruwelijk avontuur terecht. Er doet zich opnieuw een confrontatie met Assef voor die inmiddels zijn sadistische trekjes inzet ter meerdere eer en glorie van de Taliban. Met vaart vertelt Hosseini een aangrijpend verhaal met als inzet om Amir en de zoon van Hassan veilig in Amerika te krijgen.

    De kracht van het boek zit in wat verteld wordt en veel minder in hoe dat gebeurt. Het verhaal gaat over vriendschap, verraad en onschuld, boetedoening en op het nippertje ontsnappen aan de dood. En dat alles in een exotische omgeving waar wij als Nederland sinds de uitzending van onze militairen op een gevaarlijke missie een zekere band mee hebben gekregen. De zwakte van het boek is de eendimensionaliteit. Hosseini schuwt geen ingrediënten om de lezer bij de keel te grijpen. Het lijkt erop of de syllabus creative writing steeds binnen handbereik heeft gelegen. Geen wisseling van toon of perspectief. Hoewel de gewetensnood van Amir goed uit de verf komt en zeker de motor van het boek uitmaakt, zijn figuren als Assef en Hassan louter zwart of wit. Een nog veel gruwelijker boek als American psycho van Bret Easton Ellis ontleent zijn kracht onder meer aan de optie dat hoofdpersoon Patrick Bateman zijn misdaden fantaseert in plaats van pleegt. Ambiguïteit ontbreekt bij Hosseini. Sterker nog het rechttoe rechtaan karakter van het verhaal zal zeker onderdeel uitmaken van het succes. Een boek kan pas een megaseller worden als ook de niet-doorgewinterde lezer bereid is het tot zich te nemen. Dergelijke lezers zullen waarschijnlijk slechts afgeschrikt worden door kunstgrepen in de manier waarop het verhaal verteld wordt. De populariteit van De vliegeraar doet mij terugdenken aan het plotselinge succes uit het begin van de jaren negentig van Wilde zwanen door Jung Chang. Ook daar werden de gruweldaden van een abject regime doordringend beschreven op hun doorwerking in de levens van gewone mensen. Mao is Taliban geworden. Hosseini heeft met De vliegeraar een meeslepend verhaal geschreven in de vorm van matige literatuur. Zojuist is zijn tweede boek in het Nederlands verschenen. Hij is in ieder geval geen eendagsvlieg gebleken. Het is interessant om te zien of zijn schrijverschap zich verdiept heeft.