Leesimpressies

  • Kishore Mahbubani: De eeuw van Azië

  • Nr. 28 - 2009
  • Laat ik nu altijd gedacht hebben dat Oeigoeren en Han-Chinezen twee handen op een buik waren. Inmiddels weten we beter. Uit het niets bereikt een onderwerp de voorpagina van de krant. Wat weten we toch weinig over wat zich in Azië allemaal afspeelt. Als conflicten er al bekaaid afkomen in onze aandacht wat blijft er dan over aan belangstelling voor de gewone ontwikkelingen verborgen onder de stroom van incidenten? Wat is er meer dan Tibet versus China, Noord-Korea versus Zuid-Korea of de strijd tussen India en Pakistan over Kasjmir? Tijd voor een kleine inhaalslag. Kishore Mahbubani schreef een boek om de Aziatische ontwikkelingen te duiden voor westerlingen. Dat is hard nodig want op ons handelen valt veel af te dingen. Wie overtuigd wil blijven van de westerse superioriteit kan het boek beter niet open slaan. Lezen is incasseren.

    Kishore Mahbubani is een man van de wereld. Hij studeerde filosofie in Singapore, zijn land van herkomst, en Canada. Hij was topambtenaar, secretaris-generaal op het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en als diplomaat ruim tien jaar ambassadeur bij de Verenigde Naties. Momenteel geeft hij leiding aan een academie voor openbaar bestuur in Singapore. Zijn kritiek op het Westen komt aan, omdat Mahbubani een aanhanger is van onze normen en waarden. Het Westen heeft de wereld de moderniteit geschonken en dat is een geweldige verdienste. Zijn aanval richt zich dus niet op ons normenstelsel maar juist op het feit dat we ons daar niet aan houden in onze bejegening van de wereld. We prediken de vrije markteconomie maar o wee als anderen die principes overnemen en tot succes geraken.


    Sun Tzu, een Chinese militaire strateeg, zei: “als je tegenstander een driftkop is, probeer hem dan te ergeren”.


    Het boek begint met een schets van de Aziatische vooruitgang op economisch terrein. De groeicijfers van China en India zijn fenomenaal. Het percentage mensen dat daar onder de armoedegrens leeft is fors gedaald. De opbrengst omvat veel meer dan materieel gewin. Bestaanszekerheid leidt tot een gevoel van eigenwaarde en stimuleert een vrije geest. Tot zijn tiende woonde Mahbubani met in totaal vijf gezinsleden in een huis met één slaapkamer. Zonder koelkast, telefoon, televisie of wc. Minder dan 20% van de wereldbevolking beschikt over een wc, een vernederende omstandigheid. Welvaart voedt de opvatting dat mensen hun lot in eigen hand kunnen nemen. Het slachtofferschap voorbij. Iets simpels als het bezit van een mobiele telefoon blijkt in een ontwikkelingsland een versnelling van de economische groei te realiseren. De telefoon opent de weg naar informatie en contact die voordien afgesloten was. De Aziatische ontwikkeling uit zich in een honger naar kennis. Het boek bevat een opsomming van exacte wetenschappers met een Tamil achtergrond die tot de top van de wereld behoren. De beroemdste vrouwelijke Tamil ter wereld is Indra Nooyi, de CEO van PepsiCo. Amerika krijgt op dit vlak een compliment. De beste universiteiten hebben zich opengesteld voor de talenten uit Azië. Sommigen bleven in Amerika waaraan we de schitterende boeken van Jhumpa Lahiri te danken hebben maar tegenwoordig keren velen terug. De brain drain werd een brain gain.

    Gegeven de positieve ontwikkelingen in Azië zijn er voor het Westen drie scenario’s als reactie denkbaar. De meest waarschijnlijke en meest gewenste is een welwillende opstelling leidend tot nieuwe vormen van samenwerking. Twee negatieve scenario’s zijn de hang naar protectionisme en het zwelgen in zelfgenoegzaam triomfalisme dat anderen als neerbuigend ervaren. Mahbubani geeft veel voorbeelden ter illustratie van de negatieve scenario’s. De EU heeft met het oog op de eigen lidstaten voortreffelijk werk geleverd. Er is welvaart en vrede. Het is haast ondenkbaar dat er ooit nog oorlog tussen lidstaten zal uitbreken. De omvangrijke landbouwsubsidies zijn echter een uiting van protectionisme en van een dubbele moraal. De vrije handel binnen de EU is niet van toepassing op de wereld. Daarom prefereert de EU steun aan rijke Europese boeren boven steun aan arme boeren elders. Ook van Westers triomfalisme geeft Mahbubani stuitende voorbeelden tot en met grove ongemanierdheid aan toe.

    Een belangrijke stap om mondiale samenwerking nieuw leven in te blazen is een hervorming van de internationale instellingen. Het Wersten vertegenwoordigt 12% van de wereldbevolking maar domineert de Veiligheidsraad, het IMF en de Wereldbank. De huidige machtsverhoudingen in de wereld dienen terug te komen in de instituties. Mahbubani bepleit een vorm van pragmatisme. Zonder vooringenomenheid. Op verschillende plaatsen in het boek spreekt hij zijn bewondering uit voor wat Deng Xiaoping in China heeft weten te realiseren. Vrijheid van meningsuiting kent China nog niet. Ook bezit het land nog altijd een éénpartijstructuur. Vrijheid is een begrip met verschillende dimensies. Op tal van terreinen is het China wel gelukt om vrijheid gestalte te geven. Op diplomatiek vlak heeft China onder impuls Van Deng Xiaoping niet alleen economische winst geboekt maar ook diplomatieke. Het is, met uitzondering van Japan, gelukt om met alle omringende landen tot een constructieve verstandhouding te komen. Daar kan de EU wat van leren. De interne successen steken schril af tegen de magere oogst in de relatie met de directe omgeving of het nu Rusland, Noord-Afrika, Turkije, het Midden-Oosten of de Balkan betreft.

    Mahbubani eindigt het boek met een citaat van Deng Xiaoping, in zijn ogen de grootste pragmaticus van de twintigste eeuw: “het doet er niet toe of een kat zwart of wit is; als hij muizen vangt, is het een goede kat.” Mahbubani dwingt ons met zijn goed gedocumenteerde boek in de spiegel te kijken. De aanblik noopt tot bescheidenheid.