Leesimpressies

  • Knut Hamsun: Mysteriën

  • Nr. 3 - 2012
  • Een stoomboot meldt zich aan de kade van een slaperig Noors kustplaatsje. Overal in de stad wordt gevlagd vanwege de verloving van juffrouw Kielland, de dochter van de dominee. Een vreemdeling met een geel pak en een grote fluwelen pet overhandigt zijn bagage onder meer bestaande uit een vioolkist met wasgoed aan de kruier van Hotel Centraal. Hij vraagt om de reservering van een kamer. Als de scheepsbel voor de derde keer gaat, is de man aan boord en vaart mee terug het fjord op. De volgende dag verschijnt Johan Nilsen Nagel, want zo heet de vreemdeling, over land via een rijtuig met twee paarden alsnog bij het hotel. Na zo’n entree is het duidelijk dat we met een vreemde snuiter van doen hebben. Ruim driehonderd bladzijden zal de jongeman Nagel die indruk bevestigen. Het mysterie is begonnen.

    Gedurende het hele boek vertelt Hamsun het verhaal vanuit het perspectief van Nagel. Er is sprake van veel monoloog interieur hetgeen in het jaar van verschijnen een moderne techniek was. Het werk is voor het eerst gepubliceerd in 1892, twee jaar na wat wellicht het beroemdste boek van Hamsun is: Honger. Hamsun die leefde van 1859 tot 1952 behoort tot de grote kanonnen van de literatuurgeschiedenis met een Nobelprijs in 1920. De waardering voor zijn werk nam op het eind van zijn leven af als reactie op zijn sympathie voor het Nazisme. Hamsun flirtte met het Blut und Boden gedachtegoed.

    De keuze om in Mysteriën consequent het verhaal vanuit de hoofdpersoon te schetsen is geen garantie voor een goed begrip van diens beweegredenen. Nagel is een buitenstaander, die de hele roman ongrijpbaar blijft. Ondanks zijn eenzelvigheid slaagt hij erin om de levens van de bewoners uit het gezapige kustplaatsje danig op te schudden. Waarom hij daar verzeild raakte, blijft echter onopgehelderd.


    dat je opeens zo ontroerd raakte toen je deze stad zag, klein en ellendig als hij is, dat je uit een mysterieus en merkwaardig gevoel van vreugde bijna in huilen uitbarstte toen je al die vlaggen zag


    Via Nagel maken we nader kennis met verschillende inwoners. Nagel ontfermt zich over de dorpsgek Minuut die van hem een lesje in assertiviteit krijgt. Zijn aandacht gaat echter vooral uit naar het vrouwelijke deel van de bevolking. Allereerst is hij opdringerig naar het kamermeisje Sara. Zijn grootste belangstelling gaat uit naar de juist verloofde juffrouw Kielland. Zij weet met haar charmes de mannen te betoveren. Vlak voor de komst van Nagel heeft een afgewezen minnaar zelfmoord gepleegd. Hij heeft zich de polsen doorgesneden. Zelfs nadat het mes in de nabijheid van de dode is gevonden blijft er hoop bestaan op een alternatieve verklaring. Het taboe op zelfmoord geeft voedsel aan de hypothese dat de man gevallen is en zich daarbij eerst op de ene arm en daarna op de andere arm de polsen per ongeluk heeft opengehaald. Ook Nagel raakt hopeloos verliefd op juffrouw Kielland die hem tegelijk aanmoedigt maar nooit haar loyaliteit aan de afwezige verloofde in de waagschaal stelt. Nagel loopt, desnoods in de regen, ‘s nachts door de bossen rond haar woning te zwerven. Behalve juffrouw Kielland is er een eenzame oudere vrijster die zich in de avances van Nagel mag verheugen. Hij doet twee dames een aanzoek. Onberekenbaarheid is onbegrensd.

    De aantrekkingskracht van Nagel op de dorpelingen is te vinden in zijn onuitputtelijke verhalen. Hij stelt zich voor als agronoom en vertelt honderduit over zijn eerdere belevenissen. Waar of onwaar valt niet vast te stellen. Fantastisch zijn de verhalen zeker. Bij gebrek aan toehoorders vertelt hij verhalen aan zichzelf. Alle avonturen zijn gekruid met emotionele kwalificaties. Er zijn knikkende knieën, stokkende adem, een waas voor de ogen en pijn die door de ziel snijdt. Stemmingswisselingen behoren tot het vaste arsenaal van Nagel. Het ene moment loopt hij zingend of neuriënd rond, het andere moment is hij ten prooi aan neerslachtigheid. In discussies is hij gulzig met uitgesproken meningen. Nagel is graag in de contramine. Hij is kwistig met geld maar hecht er tevens aan dat zijn ruimhartigheid geheim blijft. Door de ontvangst van telegrammen vestigt hij de aandacht op zich maar nadien blijkt dat hij zelf de afzender is. Nagel draagt een ijzeren ring en heeft in zijn vestzak een flesje blauwzuur. Afgewezen door juffrouw Kielland is hij toe aan een dramatische wending. Op dezelfde plek als de minnaar uit het begin van het verhaal, wil hij een einde aan zijn leven maken. Hij drinkt het flesje blauwzuur leeg om korte tijd later te ontdekken dat Minuut de inhoud als voorzorgsmaatregel heeft omgewisseld voor een onschuldiger vloeistof. Of een Nagel zich daardoor van de wijs laat brengen staat nog te bezien. Zoals de dorpsgenoten geen hoogte krijgen van Nagel is hij ook voor zichzelf een raadsel. Dat is een even intrigerende als onbevredigende conclusie. In het dorp kan men de draad van voorheen weer oppakken. De vreemdeling is vertrokken.

Lijstjes

Deze auteur komt voor in de lijstjes: