Leesimpressies

  • Kostas Montis: Heer Batistas en de andere dingen

  • Nr. 32 - 2018
  • Kostas Montis geldt als de grootste schrijver van Cyprus uit de twintigste eeuw. Wie een weekje op het eiland vertoeft, neemt met minder geen genoegen. Montis geniet in de eerste plaats een reputatie als dichter. Zijn proza bestaat vooral uit verhalen maar hij schreef ook een roman waarin de geschiedenis van zijn familie centraal staat. Behalve inzicht in de familie van de schrijver, krijgt de lezer op de achtergrond veel mee over de politieke turbulenties. Tot op vandaag loopt door Cyprus, dat in 1960 onafhankelijk werd van de Britten, een grens tussen het Griekse en het Turkse deel. Die scheidslijn deelt hoofdstad Nicosia in twee stukken. Wandelend over de drukste winkelstraat van Nicosia duikt op zeker moment een grenspost op. Het paspoort dient achtereenvolgens aan Griekse officials getoond te worden en enkele meters verderop aan Turkse gezagsdragers. Daarna verandert de souvlaki in kebab en stijgt het aantal hoofddoekjes en minaretten in rap tempo. In de heer Batistas komen de Griekse en Turkse invloed samen. Dat is opmerkelijk is want de heer Batistas is zelf van Venetiaanse komaf. Die bevolkingsgroep heeft op het eiland eveneens een periode de dienst uit gemaakt. Cyprus draagt de sporen van verschillende volkeren. De Britten hebben het links rijden als erfenis achtergelaten.

    Kostas Montis heeft zijn roman geschreven op zoek naar een bredere context om het eigen leven te situeren. De heer Batistas heeft tot functie die betekenis te verschaffen. Het gaat overigens om twee heren Batistas. De eerste komt tot leven in de verhalen van de grootmoeder van Montis. Deze Batistas was haar overgrootvader. In het tweede deel, gebaseerd op schriftelijke bronnen, gaat het om een Batistas die rond 1700 leefde. Hij wordt Turkobatistas genoemd vanwege zijn nauwe banden met de Turkse gemeenschap. Het is overigens helemaal niet zeker dat er sprake is van een rechtstreekse afstammingslijn tussen de beide heren Batistas. Over de tussenliggende periode van 130 jaar ontbreken de gegevens. ‘Verdwenen als een rivier onder de kiezels.’ De roman is opgebouwd uit twee delen die corresponderen met de twee naamgevers van de roman.
    Kostas Montis herinnert zich zijn inwonende grootmoeder vooral via haar verhalen. Het vertelde heeft de plaats van de vertelster ingenomen. Het gezin waarin Montis opgroeide kende zes kinderen. Kostas was degene die het meest de tussenverdieping van zijn grootmoeder bezocht. Ook de vader van het gezin vertelde verhalen maar die maakten minder indruk. Grootmoeder was de enige grootouder van de kleinkinderen en zij bestreek een langere periode die de nieuwsgierigheid van de kinderen wist te prikkelen en verder afstond van de dagelijkse gebeurtenissen. Ze was bovendien oud en het was onzeker hoe lang je nog van haar vertelsels kon genieten. De heer Batistas was een man van mythische proporties, een welvarend handelaar met eigen spelregels. In het eerste deel van de roman is de dood een vaste bezoeker van het gezin. Er sterven onder meer twee broers van Kostas Montis op jonge leeftijd aan tuberculose en leukemie. De heer Batistas was wat de dood betreft een voorbeeld. Hij voerde vanzelfsprekend de regie.

    Aan de vooravond, zo ging het verhaal, riep hij kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen bijeen en kondigde aan: “Morgen,ga ik dood. Ik zeg het maar, dan hoeven jullie niet te schrikken.”


    Turkobatistas is net als de andere Batistas een dwingeland. Om zijn gezag kracht bij te zetten onderhoudt hij nauwe contacten met de Turkse Cyprioten. Dat gaat zover dat hij zich tot de islam laat bekeren. Op zijn sterfbed keert Turkobatistas op zijn schreden terug. Dat geeft gedoe tussen de geestelijken die de twee godsdiensten representeren, Zij claimen alle twee dat Turkobatistas hun geloof aan hing. Uiteindelijk geeft de naaste familie de doorslag. In de geloofsstrijd is een mooie bijrol weggelegd voor pope Vasilis. De orthodoxe gemeenschap verlangt dat hij krachtig optreedt. De pope valt zich echter niet graag een buil. Hij heeft een voorkeur om te schipperen. De pope is zowel een gezagsdrager als een mikpunt van spot. Kom je in de ochtenduren een pope tegen dan is dat een voorteken voor ongeluk. Dat valt slechts op één manier af te wenden, door het maken van een obsceen gebaar. De pope is een antiheld.
    Montis spreekt in de titel van zijn boek over de andere dingen. Niet zo maar andere dingen maar de andere dingen. Wat hij daar precies onder verstaat wordt niet helemaal duidelijk. Het lijkt een vrijbrief om in het verhaal ruim baan te geven aan terzijdes. Hij benut tevens de mogelijkheid om gewag te maken van zijn ervaringen bij het schrijven van de roman. Dat geeft een modernistisch trekje aan de vaak klassieke volksverhalen. Dat levert allerlei sappige anekdotes op bijvoorbeeld over het paard dat in jaloezie ontsteekt over de echtgenote van zijn eigenaar/ berijder. Het beest wordt agressief tegenover de vrouw en is niet langer te handhaven. Na verloop van tijd worden dier en berijder herenigd. Loyaliteit loont. De verbrokkelde opzet van de roman doet de overtuigingskracht geen goed. Montis had wellicht meer focus moeten aanbrengen over wat hij in essentie wilde vertellen.