Leesimpressies

  • Laksmi Pamuntjak: Amba of de kleur van rood

  • Nr. 37 - 2015
  • In de moderne Indonesische literatuur wordt Nederland steeds meer een echo uit het verleden. Het land staat op eigen benen en heeft genoeg aan de eigen problemen bijvoorbeeld in politiek opzicht met de strijd tussen de communisten en nationalisten. De zuiveringen die plaatsvonden na de staatsgreep in 1965 door de beweging van 30 september vormen het achtergronddecor in de sleutelscene van de roman van Laksmi Pamuntjak. Soekarno, het boegbeeld van de onafhankelijkheid, keerde zich steeds meer af van het Westen en ontwikkelde communistische sympathieën. Dat was velen een doorn in het oog en zou midden jaren zestig onder veel bloedvergieten een nieuw tijdperk inluiden. Soeharto werd de nieuwe machthebber. Het communisme werd teruggedrongen naar een rol in de marge. Toch is de roman van Pamuntjak niet in de eerste plaats een politiek boek. Zij heeft een roman geschreven over een grote liefde. Een man en een vrouw, zij hebben elkaar slechts enkele weken gekend, ervaren een intense liefdesgeschiedenis die hun verdere leven zal tekenen. De politiek levert de context en mengt zich in de levens van de personages. Het verhaal speelt zich af binnen de culturele traditie van de Mahabharata, het grote Indiase heldendicht.

    In de Mahabharata is een tragische rol weggelegd voor prinses Amba. Zij, de oudere zus van de tweeling Ambika en Ambalika, gaat ten onder aan de liefde voor een man. Zij is verloofd met koning Salwa maar wordt verliefd op Bishma, de man die haar ontvoert. In de roman van Pamuntjak dragen de hoofdpersonen de namen van de figuren uit de Mahabharata. In de roman zijn de ouders van Amba zich bewust van de parallellen met het heldendicht. Zij tarten het idee dat de naam de persoon bepaalt. Naar wie je ook vernoemd bent, iedereen kan zijn eigen weg gaan. Na 400 bladzijden weet de lezer dat de ouders ongelijk hebben gehad. Pamuntjak vertelt het verhaal door met het einde te beginnen. In 2006 arriveert Amba na een lange zoektocht op het eiland Buru waar haar grote liefde begraven is. Zij heeft hem dan zo’n veertig jaar niet gezien. Vervolgens vertelt Pamuntjak hoe de levens van de twee geliefden zijn verlopen en hoe de scheiding is ontstaan. Dat begint met het opgroeien van Amba in het liefdevolle gezin waarin ze ter wereld kwam. Er was enige tijd nodig voordat zij de mooie vrouw werd die zij als volwassene zou zijn. Amba was dol op haar ouders en had vooral met haar vader, werkzaam in het onderwijs, een hechte band. Pamuntjak doet in weelderige bewoordingen verslag.

    Wat haar minder mooi maakt in haar tienerjaren leek te zijn uitgegroeid tot iets bijzonders: die ogen, die gewelfde wenkbrauwen, die zachte, licht afgeronde neus en een mond die bijna moeiteloos kon groeien van een majestueuze pruillip tot een grijns zo weids als een savanne


    Hoe idyllisch het gezin ook is, Amba blijkt over een eigen wil te beschikken. Vol trots presenteren de ouders Salwa die zij hebben uitverkoren om te trouwen met hun oudste dochter. Salwa blijkt mee te vallen maar Amba voelt voor hem alleen respect, geen liefde. Zij heeft bovendien nog een ander plan in haar hoofd. Zij wil naar de universiteit. Haar ouders schikken zich in haar keuze om in Jogjakarta Engelse literatuur te gaan studeren. Salwa ondersteunt haar daarin en vertrekt zelf naar Soerabaja om een opleiding te volgen. Met regelmaat ontvangt Amba brieven van haar verloofde waarin hij hun toekomstplannen uiteenzet. Amba wil iets nuttigs met haar kennis doen en solliciteert op een baan om voor een arts in een lokaal ziekenhuis medische documenten te vertalen. Die arts is Bishma. Direct bij hun ontmoeting slaat de bliksem in. Via Bishma leert zij de ware liefde kennen. Zij wordt meegezogen in de communistische sympathieën van Bishma. Gezamenlijk bezoeken zij een dienst ter nagedachtenis van een linkse voorman. Bij die gelegenheid doet het leger een inval. In de verwarring raken Amba en Bishma elkaar kwijt. Dat is voorgoed. Amba blijft achter met de vraag of deze scheiding van zijn kant per ongeluk of opzettelijk heeft plaatsgevonden. Hij leek achter een andere mooie vrouw aan te lopen net als zij gekleed in een opvallende blouse.
    Het zal tot na de dood van Bisma duren voordat zij de ware toedracht verneemt. Pamuntjak maakt gebruik van een alwetende verteller waardoor de mogelijkheid aanwezig is dat de lezer van meer zaken op de hoogte is dan de personages zelf. Wel zorgt Pamuntjak ervoor dat aan het eind van het verhaal ook voor de deelnemers de losse eindjes bij elkaar komen. Op Buru vindt het eindspel plaats. Dit eiland in de Molukken fungeerde lang als strafkolonie voor de tegenstanders van het regiem. Bishma verbleef daar vele jaren. In de nooit verstuurde brieven aan Amba, die aan het slot boven water komen, krijgt de lezer een indruk van de ontberingen die de gevangenen moesten doorstaan. Zelfs Pramoedya Ananta Toer komt als medegevangene voorbij. Toer heeft zelf in Lied van de stomme zijn in Buru geschreven brieven gebundeld. Zo wordt de moderne Indonesische literatuur van Laksmi Pamuntjak op een natuurlijke manier verenigd met de klassieke waar Pramoedya Ananta Toer model voor staat.