Leesimpressies

  • Laszlo Krasznahorkai: Satanstango

  • Nr. 27 - 2015
  • Toen dit jaar aan de Hongaarse schrijver Laszlo Krasznahorkai de Man Booker International Prize werd toegekend, had ik nog nooit van de man gehoord. Inmiddels is dat wel het geval al blijf ik terughoudend met het uitspreken van zijn naam in grotere gezelschappen. Uitspraak is bij Hongaarse schrijvers sowieso linke soep. Aan Esterhazy en Vizinczey waag ik me evenmin. Konrad lijkt daarentegen een makkie maar alleen zolang je zijn voornaam György buiten beschouwing laat.
    De Man Booker International Prize werd in 2005 toegevoegd aan de al sinds 1969 bestaande Man Booker Prize. Voor de internationale prijs komen schrijvers over de hele wereld in aanmerking op voorwaarde dat hun werk in het Engels verkrijgbaar is. Om de twee jaar wordt deze prijs voor fictie toegekend. Winnaars uit het verleden zijn Ismail Kadare, Alice Munro, Chinua Achebe en Philip Roth om de namen te noemen van schrijvers van wie op deze site een boek aan de orde is geweest. De internationale prijs beloont een oeuvre. De gewone Man Booker Prize heeft een jaarlijkse frequentie en bekroont een afzonderlijk boek dat in het Engels geschreven dient te zijn.

    Krasznahorkai heeft met Satanstango een merkwaardig boek geschreven over het verval van een groep mensen in een uithoek van de Hongaarse samenleving. Achtergrond en verklaring ontbreken vrijwel geheel. Hij beschrijft het gedrag van zijn personages en schetst hun vertwijfeling tussen hoop en wanhoop. Ravijndiepe wanhoop soms. De roman heeft bijbelse proporties waarin de geloofsgemeenschap wacht op een verlosser. We komen te weten dat de personages in de kolonie zijn achtergebleven sinds het landbouwbedrijf waarmee ze verbonden waren tot opheffen genoodzaakt was. Zij die bleven hadden geen andere plek om naar toe te gaan. Onder hen bevonden zich een arts en een schooldirecteur. Zij belichamen de elite. Het boek bestaat uit twee delen. In het eerste deel speculeren de mensen over de terugkeer van hun held Irimias. Hij, een charismatische leider, is anderhalf jaar geleden vertrokken en er zijn speculaties dat zijn terugkeer om de bewoners te redden op handen is. In deel 2 is zijn terugkeer een feit en begint er een reddingsoperatie. Irimias spreekt bij zijn terugkeer de bewoners toe en biedt hen een toekomstperspectief. De leider is overigens ook teleurgesteld. Er zullen offers gebracht moeten worden.

    Ik wil niet onder stoelen of banken steken, stelde ik met enige bezorgdheid vast dat u, vrienden, nog steeds hier zat…weg te kwijnen…u moet maar protesteren als u het woord te sterk vindt…hier, in dit afgelegen oord, jaren nadat u talloze keren het besluit had genomen deze uitzichtloze streek te verlaten en uw geluk ergens anders te zoeken…


    Irimias verlangt dat de bewoners geld op tafel leggen. Aan een vertrek zijn immers kosten verbonden. De mensen zijn bereid de kas te spekken. Een modelboerderij met een gegarandeerd levensonderhoud krijg je niet voor niks. Het zal een plek worden waar de mensen leven voor elkaar en niet tegen elkaar. De bewoners van de kolonie zijn de uitverkorenen.
    De beide delen van het boek bestaan uit zes hoofdstukken waarin verschillende bewoners het middelpunt vormen. Zo ontstaat een breed palet hoe het leven in de kolonie zich afspeelt. De omgangsvormen zijn rauw. Er wordt veel gedronken vooral bij de kastelein waar de meute zich in de avond verzamelt. De pruimenbrandewijn is populair. Overspel is een gangbaar tijdverdrijf. Vooral mevrouw Schmidt is bij iedereen gewild met dank aan haar veelgeroemde boezem. Mevrouw Schmidt ondergaat alles geduldig maar is zelf idolaat van Irimias, wat een man om te dienen. Tot de uitputting toeslaat, danst men in de kroeg de satanstango. Ondertussen is er sprake van een gestaag vallende regen. De Apocalyps lijkt nabij.
    Als de kolonie op weg gaat naar een nieuwe bestemming treden er complicaties op die het geloof in Irimias bij sommigen aan het wankelen brengt. Men reist langs geografisch duistere plekken als het Zoute Land, de bosstrook langs het land van Hochmeiss, de ruïne van het kasteel van Weinckheim, de kronkelende Postelekidreef en over de brug van de Stinkbeek.
    De enige die zich afzijdig houdt is de bejaarde dokter. Hij leeft als een kluizenaar in zijn vervuilde huis en volgt de ontwikkelingen door de kieren van zijn raam. Hij schrijft zijn bevindingen in een dagboek en geeft een vernietigend oordeel over zijn medebewoners. Als hij begint te schrijven komen zijn woorden overeen met de eerste zinnen van de roman. De indruk bestaat dat het hele verhaal is opgetekend door de bril van de dokter. De minisamenleving in ontbinding is misschien louter de zienswijze van de dokter als buitenstaander. Van Satanstango is een verfilming gemaakt die meer dan zeven uur duurt. Er trekt een intrigerend beeld voorbij van een gemarginaliseerd gezelschap. Krasznahorkai heeft met behulp van lang uitgesponnen zinnen een eigen universum tot leven gewekt. Het is een plek waar je niet wilt wonen.