Leesimpressies

  • Leila Sliman: Een zachte hand

  • Nr. 37 - 2017
  • In mijn leesclub ontkiemde de suggestie om de laatste winnaar van de Prix Goncourt te lezen. De auteur is jong, vrouw en bezit een migratieachtergrond. Wij, rijpere mannen van het min of meer goede leven, meenden met deze keuze veel eer te kunnen inleggen. Zo gezegd zo gedaan. Leila Slimani heeft een roman geschreven die je niet snel vergeet. De openingszin is een mokerslag. ‘De baby is dood.’ De baby heet Adam en hij heeft een iets ouder zusje. Het einde van het hoofdstuk brengt verdere klaarheid. ‘Adam is dood. Mila gaat het niet redden.’ Het is een lugubere boodschap. De kinderen zijn door geweld om het leven gekomen. De dader is hun kinderjuf Louise, de nanny. Vanaf dat moment overheerst bij de lezer de volgende vraag. Wat is hier precies gebeurd en vooral waarom? In een kleine tweehonderd bladzijden komt de lezer veel te weten over de hoofdrolspelers in het drama. We leren over de psyche van Louise en toch blijft de vraag naar het waarom in de lucht hangen. Het doet denken aan het laatste Amerikaanse schietincident, deze keer in Texas, waarbij een ontslagen militair in een kerk zijn automatische wapen leeg schoot op de gelovigen. Hij bleek een hekel aan zijn schoonmoeder te hebben. Misschien is het waarom de verkeerde vraag bij dergelijke gruwelijkheden. Ze gebeuren omdat het kan en de verbijstering staat met lege handen.

    De ouders van Adam en Mila hebben na rijp beraad besloten een oppas te nemen. Aanvankelijk bleef moeder Myriam thuis om voor de kinderen te zorgen. Dat bood haar uiteindelijk te weinig voldoening. Uit verveling steelt zij willekeurige voorwerpen uit winkels. Ze krijgt de kans om via een vriend op zijn advocatenkantoor te komen werken. Vanaf dat moment stort zij zich op de dossiers. Vader Paul is als geluidstechnicus in de muziekindustrie werkzaam. Ook hij is ambitieus en krijgt succes. De ouders kunnen zich op hun loopbaan storten want met Louise hebben zij een lot uit de loterij. De Nanny verricht haar taak met overgave. De kinderen zijn dol op haar. Louise komt steeds vroeger en gaat steeds later weg. Zij kookt het eten voor het gezin. Ze gaat zelfs mee op vakantie. Zij vertroetelt de kinderen die niet van haar zijn en bestiert het huis dat niet van haar is. Myriam heeft soms last van een schuldgevoel. Het gezin kan niet meer zonder de nanny. De inzet van Louise maakt de vraag actueel hoe haar privéleven eruit ziet. Het antwoord is eenvoudig. Ze heeft geen privéleven. Haar eigen man is overleden en haar onhandelbare dochter is de deur uit. Haar gevoelsleven vertoeft in de ijskast. Ze kan zich daar niet over uitspreken, ook niet tegenover Myriam.

    Ze zou willen zeggen dat ze eenzaam is, verschrikkelijk eenzaam, en dat er zo veel dingen zijn gebeurd, zo veel dingen die ze nooit heeft kunnen vertellen, maar die ze tegen haar zou willen zeggen


    Louise heeft de neiging om als zich problemen voordoen haar hoofd in het zand te steken. Ze krijgt problemen met de fiscus omdat ze haar belasting niet betaalt. De enveloppen blijven ongeopend. Ze loopt achter met de huur aan de huisbaas en reageert niet op aanmaningen. Als de school haar uitnodigt om te komen praten over de moeilijkheden die haar dochter veroorzaakt, geeft ze geen gehoor. Louise pakt tegenslag niet aan maar laat zaken op hun beloop. Zij wil deel uitmaken van het gezin van Paul en Myriam. Ze is en blijft echter een buitenstaander. Ze moet accepteren dat het tweetal haar soms onbedoeld laatdunkend bejegent. Het toekomstperspectief is bedreigend. Er komt een tijd dat Adam en Mila haar niet meer nodig zullen hebben. Het gezin zou een derde kind moeten krijgen. Louise bevordert de gelegenheid dat de ouders elkaar beminnen zodat haar wens in vervulling zal gaan.
    Het gebeurt steeds vaker dat Louise vreemde trekken vertoont met de vreselijke climax die de lezer vanaf de eerste zin heeft mee gekregen. Slimani heeft ervoor gekozen om in de roman een alwetende verteller aan het woord te laten. Langs die weg komen we het nodige te weten over de levens van de hoofdpersonen. Het is daarbij opmerkelijk dat de verteller het nodige onthult over het volwassen leven van Louise maar zwijgt over haar jeugd. Het is aannemelijk dat een figuur als Louise in haar jonge jaren de nodige beschadigingen heeft opgelopen. De alwetende verteller zwijgt hierover. Hoewel de lezer inzicht krijgt in de schaduwkant van Louises leven, maakt dat nog niet duidelijk waarom het verhaal moest eindigen in zo’n groot drama. Misschien is dat ook niet overtuigend te maken. Is er een aanloop te bedenken die een dubbele moord op onschuldige kinderen onvermijdelijk maakt? Waarschijnlijk niet. Je kunt je met minstens hetzelfde gemak een ongelukkig leven van een oppas voorstellen zonder een gruwelijke finale.
    Wat het lezen van Slimani, toch al een tocht door de duisternis, niet veraangenaamt is dat er op nogal wat plaatsen sprake is van onzorgvuldig Nederlands: een onderwerp in het meervoud en een werkwoord in het enkelvoud (blz 134) of achterwegen in plaats van achterwege (blz 148). De roman maakt indruk maar schiet tegelijk tekort.