Leesimpressies

  • Lloyd Jones: Meneer Pip

  • Nr. 16 - 2008
  • Volgers van deze leesimpressies kunnen hun beklag doen dat de Nieuw-Zeelandse literatuur danig is verwaarloosd. Zoiets kan niet ongestraft voortduren. De gratuite verklaring is mijn onbekendheid met schrijvers uit dat land. Ik kom tot twee stuks: Keri Hume en lloyd Jones. Van de eerste heb ik ooit een boek als te ontoegankelijk terzijde gelegd. De tweede kreeg vorig jaar veel aandacht met een nominatie voor de Bookerprijs met Meneer Pip. De verwijzing naar Great expectations van Dickens ligt er dik bovenop. Dat origineel heb ik niet gelezen. Wel zag ik eens een filmbewerking waarvan vooral Alec Guinness me is bijgebleven, acteur met een markante kop en stem. Geen John Gielgud maar wel in de buurt. Met deze beperkte voorkennis startte het lezen van Meneer Pip.


    Plaats van handeling is een eiland in de Pacific. Hoewel alles zich afspeelt in een recente periode zijn de beschreven omstandigheden primitief. De context waarbinnen het verhaal speelt, is een burgeroorlog. Regeringssoldaten staan tegenover rebellen. Wat de aard van het conflict precies behelst, komt de lezer niet te weten. Wel wordt voelbaar hoe het geweld doorwerkt in de levens van de eilandbewoners. Alle blanken op één na zijn het eiland ontvlucht. De uitzondering is de zonderlinge meneer Watts. Hij trekt de aandacht doordat hij, getooid met een clownsneus, zijn inheemse vrouw Grace op een karretje voorttrekt. Veel later in het boek blijkt dit gedrag een nagespeelde scene uit de koningin van Seba, wat de twee echtelieden vroeger als theatervoorstelling hebben opgevoerd. Omdat ook de blanke docent is vertrokken, ligt het onderwijs stil. Meneer Watts vult het ontstane gat. Het gaat om ongeveer twintig kinderen in leeftijd variërend van zeven tot vijftien jaar. Zijn gebrek aan didactische ervaring brengt hem tot een noodgreep. Dagelijks leest hij voor uit Great expectations. Dat maakt grote indruk op de dertienjarige Matilda, de hoofdpersoon van het boek. Vanuit haar perspectief wordt het verhaal verteld. Ze krijgt toegang tot een wereld die sterk verschilt van haar vertrouwde omgeving. Matilda identificeert zich met Pip. Hij wordt van personage een metgezel: richtsnoer voor haar handelen maar ook inspiratiebron voor haar fantasie. Een les van Pip is bijvoorbeeld hoe het leven van iemand onaangekondigd een radicale wending kan nemen. Voor Matilda zal dat een voorbode zijn. Het eerste deel van het boek is een prachtig eerbetoon aan de kracht van literatuur en de betoverende werking van de verbeelding. Dickens schreef zijn boek als feuilleton. Dagelijks een hoofdstuk voorgelezen krijgen is een vergelijkbare ervaring. Matilda verwerkt de laatste ontwikkeling en speculeert over het vervolg. De wervende kracht van het verhaal brengt haar in een gewetensconflict. Sinds het vertrek van haar vader leeft zij alleen met haar moeder. Meneer Watts en moeder staan als concurrenten tegenover elkaar. Meneer Watts belichaamt de cultuur, moeder de natuur. Zij is streng gelovig, hij seculier. Hij blank, zij zwart. Behalve de moeder van Matilda maken ook andere ouders van leerlingen hun opwachting op school. Op uitnodiging van meneer Watts delen zij hun kennis en ervaring met de klas. Vaak gaat het om onaffe verhalen die natuurverschijnselen tot mythische proporties opblazen. Het contrast met de wereld van Pip levend in het Victoriaanse Engeland neemt daardoor toe. Hoe de spanning tussen deze twee werelden beslecht zou zijn, komen we niet te weten. Het leven op het eiland raakt ontregeld door tussenkomst van de strijdende partijen. De veiligheid van de bewoners komt in gevaar. Bezittingen worden in brand gestoken. Het enige exemplaar van Great expectations gaat verloren. Mooi is om te lezen hoe de leerlingen op basis van hun geheugen het boek proberen te reconstrueren met losse zinnen als puzzelstukjes. De magie gerepareerd zo goed en zo kwaad als het gaat.

    Hierna verliest het boek aan overtuigingskracht. De strijdende partijen maken zich schuldig aan verschrikkelijke gewelddadigheden. Deze worden als feitelijkheden in terloopse zinnen kort beschreven alsof de roman een krantenbericht is geworden. Er is ook nog een andere tekortkoming. Matilda en meneer Watts zijn sterke personages die indruk maken op de lezer. Ze zullen je nooit meer loslaten, bluft de achterflap. Het merkwaardige is dat de figuur Matilda geleidelijk steeds meer begint samen te vallen met auteur Lloyd Jones. Het laatste deel van het boek beschrijft haar leven na de tienerperiode op het eiland. Zij ontwikkelt zich tot een kenner van Dickens, werkt aan een proefschrift en schrijft een boek dat begint met de openingszin van Meneer Pip. De geloofwaardigheid van het verhaal raakt in de verdrukking. Het begin van het boek doet echter denken aan erkende meesterwerken als Lord of the flies van William Golding of Life of Pi van de Canadese auteur Yann Martel. Stuk voor stuk zijn dat fantasierijke boeken waarin een jeugdige hoofdpersoon in geïsoleerde omstandigheden, ver van de bewoonde wereld, dreigende gebeurtenissen poogt te overwinnen. Toevallig zijn Golding en Martel schrijvers die elk een keer de Bookerprijs hebben gewonnen, zij het Golding met een ander boek. Er valt te leven met de gedachte dat het voor Jones bij een nominatie is gebleven.