Leesimpressies

  • Luigi Pirandello: Iemand niemand en honderdduizend

  • Nr. 10 - 2016
  • Als een schrijver 15 jaar werkt aan een roman van 190 bladzijden dan is hij iets kernachtigs op het spoor waar hij kennelijk lastig de vinger op weet te leggen. Laten we deze schrijver een naam geven en hem voor de duur van dit stukje Luigi Pirandello noemen. Of hij die naam ook gebruikte om zichzelf aan te duiden weet ik niet maar het zou zo maar kunnen. Kenners van de Italiaanse literatuur hanteren, als de naam Pirandello valt, snel het begrip absurdisme. Nu is het absurdisme in zijn werk nooit ver uit de buurt maar de vraag is gewettigd of dit begrip het best in staat is om zijn oeuvre te kwalificeren. Misschien kom je wel eerder uit bij het begrip identiteitscrisis. Mensen denken een identiteit te bezitten maar is dat ook zo? En gesteld dat dit zo is, kun je dan vat krijgen op die identiteit. Is identiteit kenbaar? Heeft een identiteit een coherente samenstelling of is het een veelkoppig monster? Het is opvallend dat een modern en beladen begrip als identiteit, denk aan discussies over de multiculturele samenleving en aan de emoties rond de vluchtelingencrisis, in een roman van bijna honderd jaar geleden al een centrale positie inneemt.

    In de roman gaat het om de identiteit van een 28-jarige man luisterend naar de welluidende naam Vitangelo Moscarda. Hij is getrouwd met Dida en een bemiddeld man dankzij de erfenis van zijn vader, een gewezen bankier. Twee bewindvoerders beheren de bank. Vitangelo bemoeit zich niet met de zaak. Wel draaft hij af en toe op om een handtekening te zetten. Op een onbewaakt moment merkt zijn vrouw op dat zijn neus scheef staat. Dat zorgt voor verwarring want hij heeft zich dat zelf nooit gerealiseerd. Hij wil weten op het klopt en werpt een blik in een spiegel. Dat is een oplossing die niet werkt. Als je wilt weten wie je echt bent, biedt een spiegel geen uitkomst. Je bent waarnemer en degene die waargenomen wordt tegelijk. Dat wringt. Het spiegelbeeld geeft een bevroren versie van je identiteit terwijl je in werkelijkheid een levend en dus bewegend iemand bent. De vraag wie hij is, zal Vitangelo niet meer los laten. Hij realiseert zich dat iedereen een ander beeld van hem kan hebben. Hij is iemand maar als de anderen een eigen geconstrueerd beeld van hem hebben dan is hij misschien ook niemand en honderdduizend ineen, net zo veel als er anderen zijn die een voorstelling van hem hebben. Is het beeld dat ik van mezelf heb waarheidsgetrouwer dan het beeld dat een ander van mij heeft? De ongrijpbaarheid van de identiteit werkt overal in door, zelfs bij de meest intieme bezigheden.

    U omarmde namelijk, als u uw vrouw omarmde altijd en uitsluitend uw hele wereld en u merkte absoluut niet dat zij, als ze u omarmde, haar wereld omarmde, die heel anders, ontoegankelijk is


    Identiteit is een constructie die je kunt manipuleren. Vitangelo zet een aantal experimenten in gang waarmee hij het beeld dat anderen van hem hebben poogt te sturen. Pirandello raakt hier aan een terrein waarop spindoctors actief zijn. Zij proberen de werkelijkheid te beïnvloeden zodat er van hun opdrachtgevers bij de buitenwereld een beeld ontstaat dat het belang van die opdrachtgever dient. Spindoctors zijn een zegen voor populaire televisieseries maar een ramp voor de democratie. Er telt niet langer wat echt is maar wat echt lijkt. Dat resulteert in een onbedoeld effect: hoe meer spindoctors des te groter het wantrouwen in politici.
    Het spelen met de werkelijkheid om identiteiten te manipuleren komt in veel werk van Pirandello terug. In het toneelstuk met de fraaie titel Zes personages op zoek naar een auteur willen enkele toeschouwers zich tijdens een repetitie mengen tussen de acteurs. Zij willen meedoen want zij zijn immers echter dan de acteurs die slechts een rol vertolken. In Wijlen Mattia Pascal ziet iemand die ten onrechte dood verklaard is zijn kans schoon om een nieuwe identiteit aan te nemen. Je kunt je leven in een dergelijke situatie opnieuw uitvinden. Een schone lei. Het blijkt een optie die uiteindelijk geen voldoening schenkt. In Dagboek van Serafino Gubbio, cameraman voert Pirandello een filmer op die denkt dat hij de werkelijkheid inclusief zichzelf kan betrappen door alles objectief te registreren. Het monotone draaien van de camera houdt de cameraman af van het echte leven in plaats van daar dichterbij te komen.
    De experimenten van Vitangelo Moscarda voeren hem naar de ondergang. Hij doet afstand van zijn vermogen. Hij wil niet de reputatie van een woekeraar bezitten maar iets nuttigs doen met het geld dat de liquidatie van de bank hem oplevert..Hij vergeet voor het gemak dat de opbrengst via woekerpraktijken is verworven. Vitangelo eindigt als de beklagenswaardige bewoner van zijn eigen armenhuis. De fascinatie van Pirandello blijkt geen route naar een gelukkig bestaan. De spindoctors zijn gewaarschuwd.