Leesimpressies

  • Luuk van Middelaar: De passage naar Europa

  • Nr. 42 - 2009
  • Europa vormde het slagveld voor twee wereldoorlogen. Na Verdun en Auschwitz was het tijd voor iets anders. Zes landen, waaronder Nederland, besloten tot een samenwerkingsverband om de productie van kolen en staal te reguleren. Zestig jaar later is er een Unie met 27 lidstaten plus een gevulde wachtkamer. Luuk van Middelaar, columnist bij NRC Handelsblad en ooit assistent van Eurocommissaris Bolkestein, schreef over die geschiedenis een lijvig boek, zowel leesbaar als gedegen. De rode draad in die ontwikkeling is een kwalitatieve en kwantitatieve toename van Europa. Meer macht en meer leden. Er waren stappen voorwaarts naast momenten van stagnatie. Die overgangsmomenten, de passages, liggen in het boek onder het vergrootglas. De Unie gaat meer en meer samenvallen met de afmetingen van het continent. De geschiedenis van Europa is niet klaar maar krijgt dagelijks een vervolg.

    Van Middelaar maakt een onderscheid in de rol van de actief betrokkenen en de rol van het publiek. In de eerste categorie staat de verhouding tussen de lidstaten en de gezamenlijkheid centraal. Wat is het moment dat een samenwerkingsverband evolueert tot een eigen politiek lichaam? Het doorslaggevend criterium volgens het boek is het moment dat besluitvorming op basis van unanimiteit plaats maakt voor besluitvorming op basis van de meerderheid. Daar is veel voor te zeggen. Zolang er sprake is van unanimiteit kan een samenwerkingsverband nooit iets tot stand brengen dat jij niet wilt. De autonomie van de afzonderlijke deelnemers blijft overeind. Pas wanneer er sprake is van een meerderheidsbesluit bestaat het risico dat iets wat jij niet wilt toch bindende consequenties voor jou heeft. De stap naar beslissen bij meerderheid vormt dus een passage.


    De Britse premier Macmillan antwoordde op de vraag van een journalist wat hij het meest vreesde: ‘Events dear boy, events.’


    De overgang naar meerderheidsbesluitvorming kwam in fasen tot stand. Van Middelaar schetst de strijd en de argumenten die de verschillende spelers inbrachten. Europa kent een historie met veel getwist over tekstvoorstellen. Het is een taaie materie waarover met passie geschreven wordt. Van Middelaar is niet alleen kenner maar ook liefhebber van het procedurele judo gezien zijn kwalificaties als meesterzet, magistraal en geniaal.

    De val van de muur is eveneens een belangrijke passage gebleken. Slagvaardig optreden van Kohl maakte de hereniging van Duitsland mogelijk. De nieuwe machtsbalans schiep kansen voor de entree van de lidstaten uit het voormalige Warschaupact.

    Welke rol was er eigenlijk voor de burgers weggelegd naast al het getouwtrek van politici? Al in het begin van de jaren zestig was door een uitspraak van het Europese Hof bepaald, in de zaak Van Gend & Loos, dat de burgers van Europa zelf rechten konden ontlenen aan de Europese afspraken. Niet langer waren alleen de staten gebonden door de gemaakte afspraken. Niet bij de Europese maar bij de eigen nationale rechter konden burgers rechten ontlenen aan Europese regelgeving. Dat leidde niet zonder meer tot de populariteit van Europa bij het publiek. Er was immers ergernis over de Brusselse bemoeizucht. Een wereld van gelijkgeschakelde stopcontacten en doorgedraaide tomaten resulteert niet in applaus. Goedkope buitenlandse arbeiders die de banen inpikken van eigen mensen doen dat evenmin. Zijn het niet de Europese regels die ertoe leiden dat Europa’s geliefde vrijetijdsbesteding, het voetbal, is verworden tot een onderonsje tussen een handjevol grootverdieners met als gevolg dat er op enig moment meer Nederlanders bij Barcelona speelden dan bij Ajax?

    Het tweede deel van het boek gaat over de rol van het publiek en de verschillende strategieën om daar steun te verwerven. Van Middelaar bespreekt drie strategieën die op wisselende momenten, tot op heden met gering succes, zijn ingezet. De ‘Duitse’ strategie zoekt de oplossing in het benadrukken van een gemeenschappelijke identiteit. Omdat die moeilijk is te benoemen, vinden surrogaatoplossingen als een vlag en een volkslied weinig draagvlak. De ‘Romeinse’ strategie kiest voor een functionele benadering waarin de voordelen van die ene markt uitgevent worden. Vrij reizen, studeren in het buitenland en over de grens betalen met dezelfde munt zijn zeker aansprekende voordelen. Bezwaar van deze aanpak is dat tegenover voordelen voor de ene partij nadelen voor de ander staan. Als jouw regio geen subsidie krijgt sta je op relatieve achterstand tegenover de regio die wel subsidie incasseert. Het grote voordeel van geen oorlog tussen de lidstaten is misschien wel het waardevolst van allemaal maar het is kwestieus of dit in de eerste plaats op het conto van de Unie geschreven kan worden. Tenslotte is er de ‘Griekse’ strategie. Kern daarvan is om de Europese bevolking meer in positie te brengen. Dat heeft gestalte gekregen in het Europese parlement gekoppeld aan verkiezingen. De animo om te gaan stemmen neemt echter in veel landen af ondanks de toename van bevoegdheden voor het parlement. Een recente poging om de betrokkenheid en zichtbaarheid te vergroten is de instelling van een vaste voorzitter van de Europese Raad. Achter de schermen woedt de strijd om deze prestigieuze functie te bekleden. Dat moet in de ogen van de auteur iemand zijn met een groot publiek charisma. Als die opvatting hout snijdt, is de Nederlandse kandidaat kansloos. De uitkomst is binnenkort te zien in het Europese theater.