Leesimpressies

  • Maarten Boudry: Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat

  • Nr. 2 - 2020
  • Weer ben ik aan een nieuwjaar begonnen zonder goede voornemens. Soms is er wel degelijk aanleiding om een goed voornemen in overweging te nemen maar bij mij nooit op 1 januari. Dat kan immers 365 dagen lang. Je loopt het risico dat de jouwe verloren raken in een oceaan van goede voornemens die een week later al weer onder vuur liggen. Elke uitbater van een sigarenwinkel weet hoe kortstondig een dip in de verkoop kan zijn. Het is gezonder om aan het begin van een jaar een boek te lezen dat de moed er een beetje inhoudt. De titel van het jongste boek van Maarten Boudry voldoet aan dat criterium. Zou het niet een zegen zijn als de wereld in 2020 niet naar de knoppen gaat. Boudry behoort tot de kring van schrijvers die figureren op een lijstje met wetenschappers die ik nodig eens moet lezen. De Vlaamse filosoof verbonden aan de Universiteit van Gent dankt zijn bekendheid vooral aan een vorm van wetenschappelijk belletje trekken. Hij kreeg een artikel vol grammaticaal correcte onzin opgesierd met wat quasi diepzinnige schimpscheuten richting Darwin moeiteloos geaccepteerd bij de organisatie van godsdienstwijsgerige congressen. Boudry heeft een hekel aan kletskoek en voegt soms de daad bij het woord.

    Boudry geeft in zijn boek een schets van een ontwikkeling die, vooral sinds 1800, een spectaculaire vooruitgang laat zien. Dat is op vele terreinen zichtbaar. De armoede is afgenomen, er is minder kindersterfte, eveneens minder geweld, minder racisme en meer democratie. Als extra bonus geldt dat het geluk in de loop van de tijd is toegenomen. De Verlichting gekoppeld aan een wetenschappelijke benadering vormt de motor van de vooruitgang. Dat is overigens geen originele boodschap. Op deze site zijn besprekingen te vinden van boeken door Johan Norberg (nr1 2017) en Steven Pinker (nr17 2018) die tot dezelfde conclusie komen. Het werk van Boudry onderscheidt zich van deze geestverwanten op twee manieren. Hij besteedt verhoudingsgewijs veel aandacht waarom de onontkoombare waarheid zo weinig aanhangers telt en wat er gevraagd wordt om de stijgende lijn te continueren, want dat is geen vanzelfsprekendheid.
    Boudry heeft een losse stijl van formuleren die geen dikdoenerij nodig heeft om zijn punt te maken. Een belangrijk onderwerp dat hij aansnijdt is de vraag waarom pessimisme zo veel aandacht krijgt. Dat heeft onder meer te maken met de Wet tot behoud van gezeik. Een mooi voorbeeld biedt racisme. “Elke vermindering van racistisch gedrag wordt beantwoord met een evenredige oprekking van onze definitie van het concept.” Nu er in het Westen bijna niemand meer te vinden is die een andere etnische groep als tweederangs burger bestempelt, richt de verontwaardiging zich op het gebruik van een begrip als de Gouden Eeuw of de tekening op de Gouden Koets. Boudry erkent overigens wel degelijk dat racisme voorkomt maar het zou beter zijn de aandacht daarop te richten dan op de randverschijnselen.
    De vele doemdenkers hebben ook moeite te accepteren dat de menselijke geschiedenis een route is naar meer geluk. De verklaring daarbij is de relativiteitstheorie van geluk.

    Geluk is niets meer dan het verschil tussen je verwachtingen en je werkelijke toestand. Als je verwachtingen vervuld worden, ben je gelukkig. Maar aangezien je verwachtingen steeds mee opschuiven, is je gelukswinst niet duurzaam


    Een vergelijkbare frisheid van redeneren legt Boudry aan de dag als het gaat om de klimaatproblematiek. Hij onderschrijft de opvattingen dat de opwarming een feit is en dat het menselijk handelen daaraan ten grondslag ligt. Hij heeft echter forse kritiek op het functioneren van de milieubeweging. In die gelederen overheerst een irrationele benadering veelal tot wasdom komend op een religieuze bodem. De milieubeweging omhelst elke maatregel die natuurlijk is en wijst elke technologische dus kunstmatige oplossing af. Natuur is echter niets anders dan een op toevallige basis ongeregeld zooitje en dus een slechte raadgever. Het stoppen met fossiele brandstof zal nimmer leiden tot de noodzakelijke CO2 reductie waar kernenergie dat doel wel kan realiseren. Er valt meer heil te verwachten van ecomodernisten dan van de traditionele milieubeweging. De rationele aanpak van Boudry kent weinig compassie met heilige huisjes. Van heiligheid moet hij sowieso weinig hebben. Het gepoch van christenen over hun aandeel in de vooruitgang, verbloemt dat christenen zich altijd verzet hebben tegen de moderniteit tot het tij niet meer te keren was.
    Boudry biedt ook tegengas tegen de heersende opvatting dat het neoliberalisme de schuld is van de crisis in de afgelopen periode. Het begrip neoliberalisme is slecht afgebakend. Democratie, rechtsstaat en vrije markt met een overheid als regelgever, zijn de uitgangspunten voor de vooruitgang. Boudry behandelt het neoliberalisme in de context van de economie, van wat klassiek de staathuishoudkunde heet. Een belangrijk aspect van de kritiek op het neoliberalisme, te weten dat het rendementsdenken is doorgedrongen tot facetten van het leven zoals intermenselijke verhoudingen waar dat een ontwrichtende werking heeft, valt buiten zijn horizon.
    Het evangelie van Boudry als vooruitgangsdenker gelooft niet dat we in de beste van alle mogelijke werelden leven, maar dat er integendeel veel betere werelden mogelijk zijn. Hij houdt een sterk pleidooi om te leven volgens de principes van het effectief altruïsme. Hij is bereid om 10% van zijn inkomen af te staan aan een goed doel dat opereert in zijn geest.
    Het is te hopen dat in 2020 de wereld van de Yezidi’s, de Rohingya, de Kopten en de Oeigoeren niet naar de knoppen gaat.
    middelr@xs4all.nl