Leesimpressies

  • Margot Dijkgraaf: Met Parijse pen

  • Nr. 14 - 2021
  • We lopen op ons tandvlees. Nederland snakt naar het einde van de lockdown. Op naar menselijk contact als nimmer tevoren. Daarnaast zou ik weer eens op een terrasje willen zitten en om de hoek een uitsmijter eten of een menu van vijf gangen in een toprestaurant. Ik zou naar bioscoop en theater willen en in een Wassenaars zwembad baantjes willen trekken te midden van keurige mensen. Zelfs snak ik naar het lezen van bordjes in een museum waar onder vermelding van het slavernijverleden sprake is van een latent spanningsveld tussen ambiguïteit en eenduidigheid. Ik zou op de tribune willen zitten in Atlanta of Philadelphia of desnoods Tampa Bay om de Red Sox te zien spelen. Ik zou willen flaneren over de trottoirs van de Parijse boulevards met zicht op acacia’s en platanen. We zullen nog even geduld betrachten. De voorpret over het wandelen in Parijs kan van start met behulp van een pas verschenen boek rijkelijk geïllustreerd met stemmige foto’s van Bart Koetsier. Bovendien bevat het boek plattegronden waarin wandelingen door de lichtstad staan ingetekend. De auteur van het boek is Margot Dijkgraaf, honorair consul van de Franse literatuur in Nederland. Zij heeft het werk van tien schrijvers geselecteerd aan de hand waarvan het flaneren kan plaatsvinden.

    Dijkgraaf heeft even veel mannelijk als vrouwelijke schrijvers uitgekozen. Frankrijk is met zes auteurs van de partij, Nederland met vier. Het boek begint met een hoofdstuk over Simone de Beauvoir. Dijkgraaf behandelt haar autobiografische debuut Uitgenodigd, waarmee haar reputatie definitief gevestigd werd. Zij claimt als vrouw een volstrekt gelijkwaardige positie wat in de eerste helft van de 20e eeuw nog geen vanzelfsprekendheid was. Haar verhaal speelt zich grotendeels af in de wijk Montparnasse. De Beauvoir was très rive gauche. Zij belichaamt de intellectuele elite die voor velen in Frankrijk en ver daarbuiten een voorbeeld vormde. Na haar overlijden in 1988 volgden er publicaties die kanttekeningen plaatsten bij haar zelfstandigheid en onafhankelijkheid. De schijn liep soms uit de pas met de werkelijkheid. De betere kringen waarvoor De Beauvoir model stond, zijn niet representatief voor Met Parijse pen. In de boeken van de andere beschreven auteurs komt juist de achterkant van de glamour uitvoerig aan bod. Parijs heeft verschillende gezichten. De foto’s van Bart Koetsier, vaak bij nacht geschoten, belichten de schaduwkant. Je ziet eenzame verschoppelingen die ondanks alles toch een zeker zelfbewustzijn uitstralen. Ze zijn sloebers maar wel Parijse sloebers. Remco Campert en Adriaan van Dis hebben in hun geschriften oog gehad voor de minder bedeelden. Aan de hand van een gedicht van Campert kun je genieten van het magistrale uitzicht dat het hoogste punt van Père-Lachaise te bieden heeft.

    Er lopen ouders met kinderwagens, jongens, pet omgekeerd op hun hoofd, met een skateboard onder de arm, verliefde stelletjes, hiphopdansers, bleke tieners met jeugdpuistjes en een gettoblaster, rokers, denkers


    Tot de mooiste onderdelen behoort voor mij het hoofdstuk dat gewijd is aam Dora Bruder van Patrick Modiano. Op basis van een toevallige vermissing in een rubriek van het dagblad Paris Soir uit 1941 treedt de verbeelding van de schrijver in werking. Modiano wil weten wie zij was en hoe het haar vergaan is. De sluizen op weg naar een onbestemde weemoedigheid gaan volledig open. Waarom liep zij weg als jong meisje? De speurtocht confronteert Modiano onontkoombaar met de zwarte gaten in zijn eigen verleden. Wij hebben Harry Mulisch die de verpersoonlijking van de Tweede Wereldoorlog was. De Fransen hebben Patrick Modiano. Duidelijk wordt dat Dora Bruder aan haar eind is gekomen in Auschwiz. In 2015 wordt ter ere van haar nagedachtenis een plaquette onthuld en een promenade naar haar vernoemd. Literatuur krijgt zaken voor elkaar.
    Van de behandelde boeken is Uitgenodigd het oudste. Het jongste boek is van de Franse schrijver met Marokkaanse roots Leïla Slimani. Zij kreeg de Prix Goncourt voor Chanson douce uit 2016. De roman beschrijft de aanloop naar een familiedrama waarbij de aanvankelijk perfect ogende nanny een gruwelijke daad begaat binnen het gezin dat haar geadopteerd heeft. Margot Dijkgraaf geeft als titel van de Nederlandse vertaling De perfecte oppas, terwijl hetzelfde werk in mijn boekenkast genoteerd staat als Een zachte hand.
    Verder komen aan bod in Met Parijse pen Virginie Despentes, Willem Frederik Hermans, Nelleke Noordervliet, Fred Vargas en natuurlijk de onvermijdelijke Michel Houellebecq. Nergens bevat het boek een verantwoording waarom juist deze schrijvers gekozen zijn. Of zijn hun boeken gekozen en fungeren de auteurs als bijvangst. Dan blijft de vraag waarom deze boeken. Parijs heeft zo veel mensen inspiratie geboden. Waar zijn Fransen als Balzac, Baudelaire, Colette, De Maupassant, Perec of Proust gebleven? Ik zou het aardig gevonden hebben om een hoofdstuk te lezen over Jean Rouaud als fan van zijn romancyclus De velden van eer. Rouard dreef jarenlang een krantenkiosk in het 19e arrondissement. Dat zijn boek zich niet in Parijs afspeelt maar in de regio van Nantes ben ik bereid door de vingers te zien. Waar wandelde hij zoal naar toe? Waarom is er geen aandacht voor internationale grootheden als Garcia Marquez, Hemingway, Vargas Llosa, Nabokov of Kundera? Zou het niet aardig zijn om over hun favoriete plekken van Parijs te vernemen. Een ander minpunt is dat belangrijke locaties in het werk van de behandelde schrijvers niet of nauwelijks op de plattegronden gemarkeerd zijn. De kopstations maken trouw hun opwachting maar de in tekst vermelde straten zijn soms niet ingevuld. De lust om door Parijs te dwalen weten Dijkgraaf en Koetsier aan te boren maar het is tegelijk een boek van gemiste kansen. De enige behandelde schrijver van wie ik het werk niet ken is Virginie Despentes. Misschien ga ik daar verandering in brengen. Het ene boek roept het andere op.
    middelr@xs4all.nl