Leesimpressies

  • Maria Gainza: Oogzenuw

  • Nr. 24 - 2020
  • Schilderkunst is in de eerste en de laatste plaats een visuele aangelegenheid. De aanblik van wat op het doek te zien is, kan ons in het hart raken. Gedachten en gevoelens komen in beweging. Het gezichtsvermogen vormt de motor. De appreciatie van een schilderij veronderstelt een vertaalslag van beelden naar woorden. Een Spaanse tekst omzetten in een Nederlandse vormt al een hele opgave en gebeurt veelal door gediplomeerde vertalers. Het is een omzetting binnen dezelfde dimensie te weten die van de verbaliteit. Om van beelden naar woorden te komen dient er een grotere afstand overbrugd te worden. Kun je een roman schrijven met in de hoofdrol schilderijen? Dat lijkt te hoog gegrepen. In de 19e eeuw componeerde Modest Moessorgski van schilderijen een suite voor piano later door anderen bewerkt tot een orkestregistratie. De stap van beeld naar muzieknoot lijkt nog groter dan die van beeld naar tekst. Muziek als meest abstracte kunstvorm maakt elke vergelijking met een andere dimensie per definitie arbitrair. De ruimte voor interpretatie is groot. Het is aan de kijker, luisteraar en lezer om te beoordelen of een omzetting overtuigend heeft plaatsgevonden. De Argentijnse Maria Gainza heeft met haar debuut een roman geschreven waarin zij haar leven beschrijft in dienst van de schilderijen die haar in vervoering hebben gebracht.

    De meest enthousiasmerende passages in Oogzenuw betreffen schilderijen. Toch valt te betwisten of de schilderijen de hoofdrol vervullen. De ik-verteller, vermoedelijk iemand die veel gemeen heeft met Maria Gainza, cijfert zichzelf graag weg. Op diverse plaatsen in het boek is zij, een nakomertje op het moment dat haar ouders het wel gezien hadden, uitermate zelfkritisch. De lezer krijgt in ieder geval mee dat haar moeder een aandeel heeft gehad in die lage dunk. Zo was moeder negatief over de keuze van haar vriend. Zij kwamen een compromis overeen. Maria zou er goed aan doen een polospeler te strikken waardoor de passie van moeder voor geld en die van dochter voor paarden een win-win situatie zou opleveren. Als de verteller inzichtelijk maakt hoe de bewondering voor bepaalde schilderijen in haar leven is geworteld, doet zij dat veelal via de omweg van anderen. Zij vertelt een voorval over een vriendin, over een oom, over haar oudste broer, over een geliefde of over de huisarts die aan de wieg staat van een kennismaking met een schilderij. Behalve de aanleiding schetst zij wat het schilderij met haar doet en krijgen we de nodige achtergrondgegevens van de schilders gepresenteerd. Tussen de schilderijen door ontstaat mondjesmaat een portret van Maria Gainza. De schilderijen zijn het pentimento van haar leven. “Je schrijft iets om iets anders te vertellen.”

    Een verpletterend gevoel van mislukking maakt zich van me meester. Het is maar weer bewezen dat ik niet ben uitgerust om de echte wereld aan te kunnen; ik ben een eenmansleger dat op een paar meter van de vijand beseft dat het zijn bajonet is vergeten


    Een sterk staaltje van de auteur is dat de schilderijen op een natuurlijke manier in het verhaal vervlochten zijn. Vanwege een trillend oog belandt Gainza in de wachtkamer van de huisarts waar zich aan de muur een reproductie van Rothko bevindt. Geteisterd door een oogkwaal constateert zij dat Rothko niet binnen komt via de ogen maar dat je hem voelt branden in je maag. Indachtig de hoofdopgave van de roman voegt zij daaraan toe dat je staande voor een Rothko zoekt naar volzinnen maar niet verder komt dan gestamel. Rothko ontwikkelt zich van een Baltische ziel via het aanvoerderschap van het abstract expressionisme naar een tragische afloop. Zijn bezetenheid komt tot uitdrukking als hij zijn woning bij nachtelijk ontij verlaat en de portier die hem waarschuwt repliceert met: “er is maar een ding waar ik voor moet oppassen dat het zwart het rood niet opslokt.”
    Op verschillende manieren speelt een paardenrenbaan een rol in het leven van Maria Gainza. Vandaar is het een kleine stap naar de afbeeldingen van paarden in het werk van Henri Toulouse-Lautrec. Aangekomen op de luchthaven voor een Trans-Atlantische vlucht, overweldigd door vliegangst, is het een logische overgang naar de luchtballon in het werk van Henri Rousseau. Doordat zij niet graag haar moederland verlaat, is het een gelukkige bijkomstigheid dat zij in eigen land terecht kan voor de meeste door haar bewonderde schilderijen, die vaak stammen uit de 19e eeuw. Het Museo Historico Nacional en Museo Nacional de Bellas Artes hebben veel te bieden al gaat het soms om minder bekende werken van grote namen.
    Behalve een grote passie voor schilderijen luistert Gainza haar betoog op met erudiete verwijzingen naar de wereldliteratuur. Ze heeft veel meer in huis dan haar moeder kon bevroeden. Bij mij kwam hooguit de helft van de besproken schilderijen bekend voor. Hoewel de auteur goed in staat is tot het schetsen van een informatief portret, mag het een extra luxe heten dat er op you tube een overzicht is te bewonderen van alle schilderijen. Met behulp van de zoekterm Cuados El nervio optico de Maria Gainza trekt de volledige tentoonstelling voorbij. Elke lezer kan zelf de balans opmaken in hoeverre het de auteur gelukt is om succesvol de overgang van beeld naar tekst te maken. Wie meer wil genieten van Gainza en schilderkunst kan bovendien terecht bij het recent vertaalde Zwart licht, waar het onderwerp vervalsing in de schilderkunst een prominente plek inneemt.
    middelr@xs4all.nl