Leesimpressies

  • Mario Vargas Llosa: Het feest van de bok

  • Nr. 15 - 2008
  • Waarom schrijft u, is een vraag waar schrijvers vaak een hekel aan hebben. Nooit hoor je een schrijver als antwoord geven dat zijn ambacht de uitkomst van een beroepskeuzetest is geweest. Schrijven is een drijfveer die diep van binnen zit. De strijd met het witte papier of het lege beeldscherm is iets dat een volledig beslag op iemand legt. Een baantje erbij is een noodgreep. Zodra het financieel haalbaar is, vertrekt een schrijver naar Texel, een appartement nabij de Arc de Triomphe, het pittoreske Portugal of zelfs het Belgische Machelen. Een moestuin in Warmond of fietsen langs de slagvelden uit de Eerste Wereldoorlog mag ook. Een carrière ho maar. Toch heb je schrijvers die er, vaak tijdelijk, een baantje bij nemen bijvoorbeeld als baas van hun land. Vaclav Havel was de laatste president van Tsjechoslowakije en de eerste van Tsjechië. Vargas llosa was de gedoodverfde presidentskandidaat in Peru. Staatsman Winston Churchill kreeg in 1953 de Nobelprijs voor literatuur. En wie durft met zekerheid te weerspreken dat Jan Peter Balkenende in zijn Haagse pied-à-terre in stilte werkt aan een nieuwe Ulysses of Madame Bovary. Onze premier is al te vaak onderschat. Een combinatie van aantrekkingskracht en afstoting typeert de relatie tussen het schrijverschap en de macht.

    Vargas llosa neemt in zijn dikke roman gelegenheid om drie verhaallijnen te ontrollen. Midden in het blikveld staat Rafael Leonidas Trujillo ofwel de Bok. Van 1930 tot 1961 was hij de alleenheerser van de Dominicaanse Republiek. Zijn heerschappij wordt met het klimmen der jaren gruwelijker. Het boek volgt hem vooral in de laatste periode. We maken mee hoe hij te midden van zijn vazallen de touwtjes in handen poogt te houden. Lang heeft hij kunnen genieten van Amerikaanse steun. Dat landt pleegt tirannen in het zadel te houden op voorwaarde dat zij korte metten maken met communisten of mensen die daar in de verte op lijken. Ook de invloedrijke katholieke kerk begint zich tegen Trujillo te keren. Een aanslag op de Venezolaanse president doet het tij keren en luidt de ondergangsfase in voor de Bok. Internationale sancties worden van kracht. Het is fascinerend om te lezen hoe hij zijn naaste medewerkers met een intimiderende aanpak voor zijn kar blijft spannen. Die medewerkers hebben trouwens niet veel keus. Hun status is als slippendragers van de macht bezoedeld en de omgangsvormen zijn zodanig dat een minister geen ontslag kan nemen zonder een ongeluk te krijgen of door haaien opgevreten te worden. Het is een fraai gezelschap dat in de nabijheid van de bok probeert te overleven. Zij worden aangeduid met epithetons als Benevelde Constitutionalist, Meesterbrein, Levende Weerzinwekkendheid of gewoon Scheermesje.

    Meesterbrein speelt een rol in de tweede verhaallijn. Daarin staat zijn dochter Urania Cabral centraal. Zij is in de nadagen van het bewind van Trujillo op 14-jarige leeftijd de Dominicaanse Republiek ontvlucht. Zij vond haar toekomst in Amerika en keert 35 jaar later voor het eerst terug naar haar moederland en haar ernstig verzwakte vader. De hechte band tussen vader en dochter is definitief verstoord vanaf het moment dat Meesterbrein om onduidelijke redenen bij de Bok in ongenade viel. In een poging tot rehabilitatie stelt Augustin Cabral zijn dochter beschikbaar aan de Bok, een onverzadigbare vrouwenliefhebber. Geleidelijk wordt onthuld wat zich in de dagen van haar jeugd precies heeft afgespeeld en hoe dat het leven van Urania getekend heeft. Voor de familie die haar vertrek en stilzwijgen nimmer heeft kunnen plaatsen, komt de waarheid in plaats van de vraagtekens.

    De derde verhaallijn bestaat uit het portret van de mensen, vaak ex-medewerkers, die een aanslag op Trujillo beramen. Zij wachten hem, reizend naar het Mahoniehouten Huis in zijn geboortestad, onderweg op. Vargas llosa schetst hun drijfveren en onzekerheden. Komt de dienstauto die avond wel en zal het lukken? De aanslag lukt weliswaar maar verloopt niet geheel volgens planning. De nasleep van de aanslag behoort tot de sterkste delen van het boek. De Latijns-Amerikaanse literatuur heeft een traditie in het portretteren van machthebbers die een stempel op een tijdperk drukken. Nobelprijswinnaars als Asturias met De president en Garcia Marquez met De generaal in zijn labyrint gingen Vargas Llosa voor. De gebeurtenissen in die eerste uren en dagen na de aanslag zijn onthullend. Niemand weet precies wat er gebeurd is en welke zetten op het schaakbord van de macht tot voordeel zullen strekken. Dan treedt de kleine president Balaguer op de voorgrond. Hij bekleedde deze erefunctie als een onbeduidende stroman. Bovendien schreef Balaguer gedichten wat zo ongeveer het minst prestigieuze beroep is dat een Dominicaanse man kan uitoefenen. Op het moment van de waarheid weet hij met een mengeling van diplomatie en doortastendheid het machtsspel het slimst te spelen. Vargas Llosa heeft een indringend beeld geschetst van de heerschappij en de ondergang van een uitzonderlijk regime. De zeggingskracht van het verhaal maakt zijn verteltechniek, waarbij zonder aankondigingen sprongen in de tijd gemaakt worden, alleszins verteerbaar. Ook de zwierige formuleringen dragen bij aan het leesplezier.

Lijstjes

Dit boek komt voor in de lijstjes:

Deze auteur komt voor in de lijstjes: